id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100504.8 Rolnummer: P.09.1822.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2010-05-10 Raadplegingen: 425 - laatst gezien 2026-07-02 17:53 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Overeenkomstig artikel 187 Wetboek van Strafvordering moet het verzet worden betekend aan het openbaar ministerie; het bedoelde openbaar ministerie is enkel datgene dat de strafvordering heeft uitgeoefend zodat het verzet dat wegens een aan de verzetdoener verwijtbare vergissing betekend werd aan de procureur des Konings, wanneer de procureur-generaal de strafvordering heeft uitgeoefend, niet ontvankelijk is
(1).
(1)Zie Cass., 28 april 1993, AR P.93.0015.F ECLI:BE:CASS:1993:ARR.19930428.9, A.C., 1993, nr
- Thesaurus CAS: VERZET UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Verzet (strafrecht) Vrije woorden: Strafzaken - Betekening aan het openbaar ministerie - Openbaar ministerie dat de strafvordering uitoefent - Toepassing Thesaurus CAS: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - EXPLOOT UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Verzet (strafrecht) Vrije woorden: Strafzaken - Verzet - Betekening aan het openbaar ministerie - Openbaar ministerie dat de strafvordering uitoefent - Toepassing Tekst van de beslissing Nr. P.09.1822.N H. L. beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Kris Luyckx, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 10 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Afdelingsvoorzitter Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 187, derde lid, Wetboek van Strafvordering alsook miskenning van de algemene rechtsbeginselen van het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces: de appelrechters oordelen onterecht dat eisers akte van verzet niet aan de procureur des Konings maar aan een lid van het parket-generaal van het hof van beroep moest worden betekend; de eenheid en ondeelbaarheid van het openbaar ministerie is immers niet beperkt tot de parketmagistraten verbonden aan eenzelfde gerecht maar geldt sinds de wet van 12 april 2004 houdende de verticale integratie van het openbaar ministerie ook tussen het parket van de procureur des Konings en het parket-generaal.
- Overeenkomstig artikel 187 Wetboek van Strafvordering moet het verzet worden betekend aan het openbaar ministerie. Het bedoelde openbaar ministerie is enkel datgene dat de strafvordering heeft uitgeoefend. Het verzet dat wegens een aan de verzetdoener verwijtbare vergissing betekend werd aan de procureur des Konings, wanneer de procureur-generaal de strafvordering heeft uitgeoefend, is niet ontvankelijk. Het middel faalt naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 38, § 2, Gerechtelijk Wetboek, artikel 187, eerste lid, Wetboek van Strafvordering alsmede miskenning van de algemene rechtsbeginselen van het recht van verdediging en van het recht op een eerlijk proces: de appelrechters oordelen onterecht dat ook buiten de kantooruren de woonplaats van het openbaar ministerie aan wie de verzetakte moet worden betekend, gekend is, en dat zelfs bij materiële onmogelijkheid tot betekening aldaar dit laatste niet kan geschieden door de terhandstelling van het afschrift van het exploot aan de procureur des Konings overeenkomstig artikel 38, § 2, Gerechtelijk Wetboek; de appelrechters motiveren onvoldoende hun beslissing.
- Inzoverre het middel ervan uitgaat dat artikel 38, § 2 Gerechtelijk Wetboek ten tijde van het verzet, in strafzaken toepasselijk was, faalt het naar recht. Met de redenen die het arrest bevat, beantwoordt het eisers verweer. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Derde middel
- Het middel voert miskenning aan van "het algemeen rechtsbeginsel van overmacht": de appelrechters oordelen onterecht dat de eiser geen overmacht kan inroepen; de fout van de gerechtsdeurwaarder waardoor het verzet niet regelmatig kon worden betekend, werd gepleegd buiten het toedoen van de eiser en is geenszins aan diens fout of nalatigheid te wijten.
- Het middel komt op tegen de feitelijke beoordeling van de appelrechters dat de eiser zich niet op overmacht kan beroepen. Het middel is niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Bepaalt de kosten op 72,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 4 mei 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100504.8 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1993:ARR.19930428.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div