← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100506.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100506.4 Rolnummer: C.09.0144.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2010-06-01 Raadplegingen: 566 - laatst gezien 2026-07-02 17:51 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De keuze van woonplaats is speciaal en geldt voor alle aan de akte verbonden gevolgen

(1).
(1)Cass., 30 mei 2003, AR C.00.0670.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030530.3, A.C., 2003, nr. 327, met concl. van advocaat-generaal Dubrulle, en R.W., 2003-2004, 974, noot A. SMETS; zie, voor wat de toepassing in strafzaken betreft, Cass., 10 mei 2006, AR P.06.0358.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060510.8, A.C., 2006, nr. 267. Thesaurus CAS: WOONPLAATS UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Wijze van betekening - Aan gekozen woonplaats Vrije woorden: Keuze van woonplaats Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 111 Fiche 2 De keuze van woonplaats in een akte van rechtspleging in hoger beroep geldt in beginsel voor de gehele procedure in hoger beroep, voor de tenuitvoerlegging van de beslissing die erop volgt en voor het rechtsmiddel dat er tegen kan worden aangewend
(1).
(1)Zie Cass., 28 juni 1979, A.C., 1978-79, 1303; zie tevens, voor wat de procedure in eerste aanleg betreft, Cass., 30 mei 2003, AR C.00.0670.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030530.3, A.C., 2003, nr. 327, met concl. van advocaat-generaal Dubrulle, en R.W., 2003-04, 974, noot A. SMETS; Cass., 10 mei 2006, AR P.06.0358.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060510.8, A.C., 2006, nr. 267. Thesaurus CAS: WOONPLAATS UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Wijze van betekening - Aan gekozen woonplaats Vrije woorden: Keuze van woonplaats - In hoger beroep Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 111 Fiches 3 - 5 De woonstkeuze en het behoud van de woonstkeuze mogen, in een geval waarin de partij die de keuze van woonplaats heeft gedaan in België maar haar woonplaats of zetel heeft in het buitenland, niet worden gedaan op een wijze die van aard is de wederpartij in het ongewisse te laten over het behoud van de woonstkeuze; wanneer een arrest waarin de woonstkeuze wordt vermeld wordt betekend door de partij die de woonstkeuze heeft gedaan en wanneer die woonstkeuze niet wordt herhaald in de akte van betekening, houdt dit in dat degene aan wie het arrest wordt betekend kan misleid worden, zodat een cassatieberoep ook kan betekend worden aan de wettelijke woonplaats of de maatschappelijke zetel
(1).
(1)Zie A. DECROËS, "L'élection de domicile et la signification des actes de procédure", T.B.B.R., 2009,
(348)
  1. Thesaurus CAS: WOONPLAATS UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Wijze van betekening - Aan gekozen woonplaats Vrije woorden: Keuze van woonplaats - Behoud van de woonstkeuze - Wijze - In hoger beroep - Arrest waarin de woonstkeuze wordt vermeld - Betekeningsakte - Geen herhaling van de woonstkeuze - Gevolg - Wedepartij - Cassatieberoep - Betekening - Plaats Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 40, laatste lid oud Burgerlijk Wetboek - Art. 111 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Vormen - Vorm en termijn van betekening en-of neerlegging UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Wijze van betekening - Aan gekozen woonplaats Vrije woorden: Woonplaats van de wedepartij - Keuze van woonplaats - Behoud van de woonstkeuze - In hoger beroep - Arrest waarin de woonstkeuze wordt vermeld - Betekeningsakte - Geen herhaling van de woonstkeuze - Gevolg - Betekening van het cassatieberoep - Plaats Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 40, laatste lid oud Burgerlijk Wetboek - Art. 111 Thesaurus CAS: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - IN HET BUITENLAND UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Wijze van betekening - Aan gekozen woonplaats Vrije woorden: Cassatieberoep - Burgerlijke zaken - Vorm - Woonplaats van de wedepartij - Keuze van woonplaats - Behoud van de woonstkeuze - In hoger beroep - Arrest waarin de woonstkeuze wordt vermeld - Betekeningsakte - Geen herhaling van de woonstkeuze Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 40, laatste lid oud Burgerlijk Wetboek - Art. 111 Tekst van de beslissing Nr. C.09.0144.N MARINE HARVEST PIETERS, naamloze vennootschap, met zetel te 8000 Brugge, Kolvestraat 4, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 523, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen KASSAVIRKID à BAKKA P/F, private vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te Faeröer Islands (Denemarken), FR-625 Glyvrar, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 3 november 2008, gewezen door het hof van beroep te Gent. Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel van niet-ontvankelijkheid (van het cassatieberoep door de verweerster opgeworpen)
  2. De verweerster werpt op dat het cassatieberoep betekend aan haar buitenlandse zetel niet-ontvankelijk is, gelet op de keuze van woonplaats in het verzoekschrift tot hoger beroep door haar gedaan.
  3. Artikel 40, laatste alinea, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de betekening in het buitenland of aan de procureur des Konings ongedaan is, indien de partij op wier verzoek ze verricht is, de woonplaats of de verblijfplaats of de gekozen woonplaats van degene aan wie betekend wordt, in België of, in voorkomend geval in het buitenland, kende. Krachtens artikel 111 van het Burgerlijk Wetboek wordt woonplaats gekozen voor de uitvoering van een akte. De keuze van woonplaats is aldus speciaal en geldt voor alle aan de akte verbonden gevolgen.
  4. De keuze van woonplaats in een akte van rechtspleging in hoger beroep geldt in beginsel voor de gehele procedure in hoger beroep, voor de tenuitvoerlegging van de beslissing die erop volgt en voor het rechtsmiddel dat er tegen worden aangewend. De woonstkeuze en het behoud van de woonstkeuze mogen echter, in een geval waarin de partij die de keuze van woonplaats heeft gedaan in België maar haar woonplaats of zetel heeft in het buitenland, niet worden gedaan op een wijze die van aard is de wederpartij in het ongewisse te laten over het behoud van de woonstkeuze.
  5. Wanneer een arrest waarin de woonstkeuze wordt vermeld wordt betekend door de partij die de woonstkeuze heeft gedaan en wanneer die woonstkeuze niet wordt herhaald in de akte van betekening, houdt dit in dat degene aan wie het arrest wordt betekend kan misleid worden, zodat een cassatieberoep ook kan betekend worden aan de wettelijke woonplaats of de maatschappelijke zetel. Het middel van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Middel Eerste onderdeel
  6. Het onderdeel verwijt vooreerst het arrest de artikelen 51 en 52 van de Deense Koopwet te hebben toegepast zonder rekening te hebben gehouden met de interpretatie die eraan gegeven wordt in het Deense recht en zonder de partijen het mogelijk te maken te besluiten over de draagwijdte van de Deense wet.
  7. Het wijst als geschonden wetsbepaling of miskend algemeen rechtsbeginsel aan "het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging en van de algemene rechtsbeginselen inzake tegenspraak en inzake het ambt van de rechter, die toepassing vinden in artikel 774 van het Gerechtelijk Wetboek".
  8. Het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging en de overige aangevoerde beginselen evenals de daaruit afgeleide schending van artikel 774 van het Gerechtelijk Wetboek zijn vreemd aan de aangevoerde grief die in wezen overeenstemt met de schending van artikel 15, §1, tweede lid, van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van Internationaal Privaatrecht. Het onderdeel is in zoverre niet ontvankelijk.
  9. Voor het overige verwijt het onderdeel subsidiair dat het arrest bij afwezigheid van toelichting over de interpretatie van de artikelen 51 en 52 van de Deense Koopwet die eraan wordt gegeven in het Deense recht, het Hof in de onmogelijkheid stelt om zijn wettigheidscontrole uit te oefenen en leidt het hieruit af dat artikel 4 van het Verdrag van Rome van 19 juni 1980 en de artikelen 51 en 52 van de Deense Koopwet en de motiveringsplicht geschonden zijn.
  10. De grief over de controlemogelijkheid door het Hof is vreemd aan de in de grief aangewezen bepalingen uit het Verdragsrecht en uit de Deense Koopwet. Voor het overige geeft het arrest beredeneerd weer hoe het de Deense wet leest en voldoet het aldus aan de motiveringsplicht van de rechter. Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
  11. Anders dan waarvan het onderdeel uitgaat, beslissen de appelrechters niet dat overeenkomstig artikel 52 van Deense Koopwet de verbintenis bestaat voor de koper om de verborgen gebreken, met name gebreken die niet kunnen ontdekt worden door een redelijke inspectie ingevolge artikel 51 van die wet, te ontdekken.
  12. Het onderdeel dat berust op een verkeerde lezing van het bestreden arrest, mist feitelijke grondslag. Derde onderdeel
  13. De appelrechters citeren uitvoerig uit het deskundigenonderzoek, waarin de deskundige wijst op de gebreken in de verpakking. Met de aangevochten redenen die betrekking hebben op de verantwoordelijkheid van de eiseres geeft het arrest geen uitlegging van het deskundigenonderzoek maar grondt het zijn beslissing op eigen redenen die hij gedeeltelijk fundeert op bevindingen van de deskundige die woordelijk worden weergegeven. Het arrest miskent zodoende niet de bewijskracht van het verslag. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten, met uitzondering van de kosten van de memorie van wederantwoord die ten laste komen van verweerder. Bepaalt de kosten op de som van 694,22 euro jegens de eisende partij en op de som van 314,74 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Dirix, Albert Fettweis en Beatrijs Deconinck, en in openbare terechtzitting van 6 mei 2010 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100506.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030530.3 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060510.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.