id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100506.5 Rolnummer: C.08.0588.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-06-01 Raadplegingen: 721 - laatst gezien 2026-07-02 17:49 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100506.5 Fiche 1 Opdat de huurder aan wie de huurhernieuwing is geweigerd aanspraak kan maken op een uitzettingsvergoeding is vereist dat door de weigering de handelszaak, waarvan hij eigenaar is en die hij in het huurpand exploiteert, verloren gaat
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M., dat van mening was dat ook het eerste onderdeel, gericht tegen de beslissing dat de verweerder over een recht op huurhernieuwing beschikte, diende beantwoord en gegrond verklaard te worden, daar het lot van de uitzettingsvergoeding (voorwerp van het tweede onderdeel) daarvan afhankelijk was. Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - HANDELSHUUR - Einde (Opzegging. Huurhernieuwing. Enz) UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Handelshuur - Hernieuwing BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Handelshuur - Vergoeding uitzetting Vrije woorden: Huurhernieuwing - Weigering - Recht van de huurder - Uitzettingsvergoeding - Vereiste Wettelijke bepalingen: Wet - 30-04-1951 - Art. 25 - 30 ELI link Pub nr 1951043003 Fiche 2 Conclusie van advocaat-generaal DUBRULLE. Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - HANDELSHUUR - Einde (Opzegging. Huurhernieuwing. Enz) UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Handelshuur - Hernieuwing BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Handelshuur - Vergoeding uitzetting Vrije woorden: Huurhernieuwing - Weigering - Recht van de huurder - Uitzettingsvergoeding - Vereiste Tekst van de beslissing Nr. C.08.0588.N
- V.G. R., en,
- D. R. B., samenwonende te 2070 Zwijndrecht, Richard Orlentstraat 9, eisers, vertegenwoordigd door mr. Jean-Marie Nelissen Grade, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen D. L. R. E., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de vonnissen, op 16 maart 2007 en 29 juni 2007 in hoger beroep gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen. Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid
- De verweerder werpt op dat het middel niet ontvankelijk is, daar het artikel 1134 van het Burgerlijk Wetboek niet als geschonden aanwijst. De huurovereenkomst tussen de partijen valt immers niet van rechtswege onder de toepassing van de Handelshuurwet, maar enkel ingevolge hun overeenkomst.
- De eisers betwisten niet het oordeel van de appelrechters dat hun overeenkomst onder de toepassing valt van de Handelshuurwet op grond van de wil van de partijen, zodat zij artikel 1134 van het Burgerlijk Wetboek niet als geschonden moesten aanwijzen. De grieven slaan uitsluitend op bepalingen van de handelshuurwet die zij als geschonden aanwijzen. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Tweede onderdeel
- Krachtens artikel 25 van de Handelshuurwet heeft de huurder aan wie de huurhernieuwing is geweigerd, in bepaalde gevallen recht op een uitzettingsvergoeding. Opdat de huurder aanspraak kan maken op deze vergoeding is vereist dat door de weigering de handelszaak, waarvan hij eigenaar is en die hij in het huurpand exploiteert, verloren gaat.
- De appelrechters stellen vast: - de partijen hebben op 29 februari 1996 een nieuw handelshuurcontract gesloten; - bij het van kracht worden van deze overeenkomst was het verkooppunt van de beenhouwerij van de verweerder reeds verplaatst naar het naastgelegen pand; - de werkplaats van de beenhouwerij bleef behouden achteraan in het gehuurde pand; - het voorste gedeelte van het gehuurde pand werd door de verweerder in onderhuur gegeven; - het voorste gedeelte is door de verweerder bij overeenkomst van 16 juli 1999 met ingang van 1 september 1999 onderverhuurd aan Frituur ‘t Dorp. De appelrechters veroordelen de eisers tot het betalen van een uitzettingsvergoeding aan de verweerder omdat de activiteit van deze laatste (de werkplaats van zijn beenhouwerij) de bescherming geniet van de handelshuurwet en omdat het recht op huurhernieuwing van de verweerder enkel dient beoordeeld te worden door acht te slaan op zijn activiteiten in het gehuurde goed en omdat de aard en de exploitatie van de onderhuurder geen belang heeft. Zij beamen verder het argument van de verweerder dat door het wegvallen van de werkplaats van zijn beenhouwerij de waarde van zijn handelszaak in waarde verminderde.
- Uit voornoemde vaststellingen blijkt dat: - de verweerder in de loop van het contract in het huurpand geen handelszaak heeft geëxploiteerd, maar dit pand slechts gedeeltelijk gebruikte als werkplaats voor zijn naastgelegen slagerswinkel en gedeeltelijk onderverhuurde onder meer aan ‘t Dorp die in het pand een frituur exploiteerde; - de uitzettingsvergoeding waarop de verweerder aanspraak maakte geen betrekking heeft op het verlies van de kleinhandelszaak die in het pand werd geëxploiteerd, maar op de vermindering van de waarde van zijn elders gevestigde handelszaak.
- Daar volgens hun vaststellingen, de verweerder in het huurpand zijn handelszaak niet exploiteerde en evenmin eigenaar was van de handelszaak die in het pand werd geëxploiteerd, konden de appelrechters niet zonder schending van artikel 25 van de Handelshuurwet de eisers veroordelen tot het betalen van een uitzettingsvergoeding aan de verweerder. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Omvang van cassatie
- Gelet op de beslissing genomen over het tweede onderdeel, moet de beslissing over de huurhernieuwing die er in nauw verband mee staat, mee vernietigd worden. Dictum Vernietigt de bestreden vonnissen in zoverre ze oordelen over de huurhernieuwing en over de uitzettingsvergoeding en over de kosten. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen, zitting houdende in hoger beroep. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 6 mei 2010 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100506.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100506.5 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150205.6 ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210315.3F.5 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250530.1N.9 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130314.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div