← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100518.10

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100518.10 Rolnummer: P.10.0595.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2010-06-07 Raadplegingen: 178 - laatst gezien 2026-07-02 17:38 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De bepalingen van Boek I Wetboek van Strafvordering en deze van de artikelen 8/6 en 15 Wet Politieambt, zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van de wet van 6 januari 2003, verlenen de politieambtenaren een algemene bevoegdheid om onder de leiding en de controle van de procureur des Konings of van de onderzoeksrechter strafbare feiten op te sporen; die bepalingen, alsmede de naleving van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit, vormen de wettelijke basis die de politieambtenaren die daartoe door de procureur des Konings zijn gemachtigd, toelaten een observatie uit te voeren. Thesaurus CAS: POLITIE UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Observatie STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Wettigheidscontrole Vrije woorden: Algemene opsporingsbevoegdheid - Wettelijke basis Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Observatie STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Wettigheidscontrole Vrije woorden: Observatie uitgevoerd vóór de wet van 6 januari 2003 - Wettelijke basis Tekst van de beslissing Nr. P.10.0595.N A. F. beklaagde, eiser, met als raadslieden mr. Hans Rieder en mr. Joris Van Cauter, advocaten bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 16 maart

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 8 EVRM en artikel 12 Grondwet: het arrest oordeelt ten onrechte dat de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering en van de Wet Politieambt een wettelijke basis vormen om observaties uit te voeren; voor de observaties uitgevoerd vóór de inwerkingtreding van de wet van 6 januari 2003 was er geen wettelijke basis om observaties uit te voeren.
  3. De bepalingen van Boek I Wetboek van Strafvordering en deze van de artikelen 8/6 en 15 Wet Politieambt, zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van de wet van 6 januari 2003, verlenen de politieambtenaren een algemene bevoegdheid om onder de leiding en de controle van de procureur des Konings of van de onderzoeksrechter strafbare feiten op te sporen. Die bepalingen, alsmede de naleving van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit, vormen de wettelijke basis die de politieambtenaren die daartoe door de procureur des Konings of de onderzoeksrechter waren gemachtigd, toelieten een observatie uit te voeren. Het middel faalt naar recht. Tweede middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 47sexies Wetboek van Strafvordering: het arrest oordeelt ten onrechte dat de observatie uitgevoerd in de periode van 24 april 2003 tot 4 mei 2003 geen bijzondere opsporingsmethode is daar zij geen stelselmatige observatie is; aldus toetst het arrest de uitgevoerde observatie aan de vermelde wetsbepaling die nochtans niet van toepassing is op observaties uitgevoerd vóór de inwerkingtreding van de wet van 6 januari
  5. Het arrest oordeelt dat zowel vóór als na de inwerkingtreding van de wet van 6 januari 2003, de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering en van de Wet Politieambt een wettelijke basis vormen om niet stelselmatige observaties uit te voeren. Aldus toetst het arrest de uitgevoerde observatie niet aan artikel 47sexies Wetboek van Strafvordering en past het deze wetsbepaling evenmin toe. Het middel berust op een onjuiste lezing van het arrest en mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Bepaalt de kosten op 66,53 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 18 mei 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100518.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.