← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100518.12

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100518.12 Rolnummer: P.10.0176.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-06-07 Raadplegingen: 402 - laatst gezien 2026-07-02 17:38 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wanneer uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan niet blijkt dat de vordering wegens tergend en roekeloos cassatieberoep van de verweerder aan de eiser ter kennis is gebracht, is die vordering niet ontvankelijk

(1).
(1)Cass., 4 feb. 2003, AR P.02.0543.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030204.3, A.C., 2003, nr.
  1. Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Cassatieberoep - Vordering wegens tergend en roekeloos cassatieberoep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 147, tweede lid Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 563, derde lid Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Verweerder in cassatie - Tegenvordering wegens tergend en roekeloos cassatieberoep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 147, tweede lid Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 563, derde lid Tekst van de beslissing Nr. P.10.0176.N TURKSE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Buitenlandse Zaken van Turkije, voor wie optreedt Fuat Tanlay, ambassadeur voor de Republiek Turkije in België, met kantoor te 1000 Brussel, Montoyerstraat 4, waar de eiser woonplaats kiest, burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Kris Vincke, advocaat bij de balie te Brugge, tegen
  2. M. A. beklaagde, met als raadsman mr. Jan Fermon, advocaat bij de balie te Brussel,
  3. K. S. beklaagde, met als raadsman mr. Raf Jespers, advocaat bij de balie te Antwerpen,
  4. F. E., alias N. Y. beklaagde, met als raadsman mr. Paul Bekaert, advocaat bij de balie te Brugge,
  5. S. A. Ö. beklaagde, met als raadsman mr. Nadia Lorenzetti, advocaat bij de balie te Brugge,
  6. Z. S., alias M. H. beklaagde, met als raadslieden mr. Tries Prakken, advocaat bij de balie te Amsterdam (Nederland) en mr. Jan Fermon, advocaat bij de balie te Brussel,
  7. B. K. beklaagde, met als raadsman mr. Carl Alexander, advocaat bij de balie te Brugge, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 23 december 2009, op verwijzing gewezen ingevolge 's Hofs arrest van 24 juni
  8. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, één middel aan. De verweerders 2, 3, 4 en 5 stellen een tegenvordering in. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de memorie
  9. Krachtens artikel 420bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering mag de eiser in cassatie na verloop van twee maanden sedert de dag waarop de zaak op de algemene rol is ingeschreven, geen memories of stukken meer indienen, behalve akten van afstand of hervatting van geding of akten waaruit blijkt dat het cassatieberoep doelloos is geworden of noten bedoeld in artikel 1107 Gerechtelijk Wetboek.
  10. De zaak is op 28 januari 2010 op de algemene rol ingeschreven. De memorie van de eiseres is ter griffie van het Hof ontvangen op 30 maart 2010, dit is buiten de voormelde termijn van twee maanden. De memorie is niet ontvankelijk. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  11. De eiser heeft geen hoedanigheid op te komen tegen de beslissingen op de tegen de verweerders ingestelde strafvordering.
  12. Het arrest veroordeelt de verweerders 1, 2 en 3 tot de betaling van de geldsom van één euro met aankleven, dit is het bedrag dat de eiser voor de appelrechters heeft gevorderd. De eiser heeft geen belang tegen die beslissing op te komen. In zoverre tegen die beslissingen gericht, is het cassatieberoep niet ontvankelijk. Ontvankelijkheid van de tegenvorderingen
  13. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de tegenvorderingen ter kennis van de eiser zijn gebracht. Die vorderingen zijn niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep en de tegenvorderingen. Veroordeelt de eiser in de kosten van zijn cassatieberoep. Bepaalt de kosten op 800,22 euro waarvan de eiser 136,98 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 18 mei 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100518.12 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030204.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.