id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100518.7 Rolnummer: P.10.0328.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2010-06-07 Raadplegingen: 561 - laatst gezien 2026-07-02 17:38 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 6.3.e EVRM, dat bepaalt dat eenieder die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd, ten minste het recht heeft zich kosteloos te doen bijstaan door een tolk, indien hij de taal welke ter zitting wordt gebezigd niet verstaat of niet spreekt, houdt niet in dat een beklaagde het recht heeft dat bepaalde stukken van het strafdossier die in de taal van de rechtspleging zijn opgesteld, in de hem eigen taal zouden worden vertaald
(1).
(1)Zie Cass., 26 april 2005, AR P.04.1707.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050426.4, A.C., 2005, nr. 243. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Toepassing beginselen in strafrecht Vrije woorden: Artikel 6.3.e - Beklaagde die de taal van de rechtspleging niet verstaat of spreekt - Recht op kosteloze bijstand door een tolk - Draagwijdte Fiche 2 Artikel 6.3.d EVRM, dat bepaalt dat eenieder die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd, ten minste het recht heeft de getuigen à charge te ondervragen of doen ondervragen en het oproepen en de ondervraging van getuigen à décharge te doen geschieden op dezelfde voorwaarden als het geval is met getuigen à charge, ontneemt het vonnisgerecht niet de bevoegdheid de gegrondheid van het verzoek tot getuigenverhoor te beoordelen
(1).
(1)Cass., 8 april 1998, AR P.97.1692.F ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980408.11, A.C., 1998, nr. 195; Cass., 20 okt. 2004, AR P.04.1209.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041020.10, A.C., 2004, nr.
- Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Toepassing beginselen in strafrecht Vrije woorden: Artikel 6.3.d - Recht om getuige te verhoren - Draagwijdte - Beoordeling door het vonnisgerecht Tekst van de beslissing Nr. P.10.0328.N C. A. Mc G beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Stephan Doukhopelnikoff, advocaat bij de balie te Hasselt, tegen
- ETABLISSEMENTS CANTRAINE sa, met zetel te 7500 Doornik, Chaussée de Douai 268, burgerlijke partij,
- DEVOS CONSTRUCT bvba, met zetel te 8830 Hooglede, Stoomtuigstraat 26, burgerlijke partij,
- JULES RENARD nv, met zetel te 2030 Antwerpen, Malachietstraat 2, burgerlijke partij,
- HERTSENS TRANSPORT nv, met zetel te 9150 Kruibeke, Heirbaan 9, burgerlijke partij,
- VIVIUM nv, met zetel te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 39, burgerlijke partij,
- MATHER bvba, met zetel te 8850 Ardooie, Roterijstraat 3, burgerlijke partij,
- GRODAKA nv, met zetel te 8700 Tielt, Zegerstraat 6, burgerlijke partij,
- DAMMAN OMER & ZONEN bvba, met zetel te 8700 Tielt, Zegerstraat 6, burgerlijke partij,
- ROVAN bvba, met zetel te 8700 Tielt, Zegerstraat 6, burgerlijke partij,
- NATIONALE NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ nv, met zetel te 2595 AK Den Haag (Nederland), Beatrixlaan 35, burgerlijke partij,
- KBC VERZEKERINGEN nv, met zetel te 3000 Leuven, Professor Roger Van Overstraetenplein 2, burgerlijke partij,
- KOLEN TOMAR bvba, met zetel te 8000 Brugge, Krakeleweg 14, burgerlijke partij,
- AXA BELGIUM, met zetel te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Vorstlaan 25, burgerlijke partij,
- MERMANS BETON nv, met zetel te 2370 Arendonk, Loskaai Brug 5, burgerlijke partij,
- TRANSPORT DENECKER, met zetel te 8600 Diksmuide, Kleine Dries 8, burgerlijke partij,
- BPR BETONPOMPEN RANDSTAD bv, met zetel te 3225 LV Hellevoetsluis (Nederland), Marconiweg 10, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 18 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Afdelingsvoorzitter Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het eerste onderdeel voert schending aan van de artikelen 66 en 461 e.v. Strafwetboek: de appelrechters stellen dat zonder logistieke ondersteuning de zware diefstallen niet gepleegd hadden kunnen worden zonder te specifiëren welke strafbare logistieke ondersteuning door de eiser zou zijn gepleegd. Het tweede onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: eisers schuldigverklaring wordt onvoldoende gemotiveerd.
- Met verwijzing naar de motieven van het beroepen vonnis (p. 10 en 11) oordelen de appelrechters dat de diefstallen werden gepleegd conform de modus operandi van een criminele organisatie waarbij onder meer door tussenkomst van de eiser via de firma Tony Coogan Plant Hire Ltd in Ierland de transacties met de gestolen voertuigen werden geregeld. De appelrechters oordelen verder (arrest, p. 23 en 24) dat de diefstallen wegens hun aard een degelijke logistieke ondersteuning vereisten, zonder dewelke het plegen van deze diefstallen ondenkbaar en onmogelijk is, waarbij het onderzoek heel duidelijk heeft aangetoond dat de eiser de organisator en drijvende kracht was achter deze georganiseerde trafiek en tevens instond voor de afzetmogelijkheden, waarbij het evident is dat de mogelijkheden tot het verhandelen van de gestolen voertuigen een even essentiële voorwaarde uitmaakt om tot diefstal van dergelijke vrachtwagens, bedrijfsvoertuigen en landbouwmachines over te gaan. Zodoende beantwoorden zij eisers verweer en verantwoorden zij hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.3.e EVRM: door te stellen dat geen vertaling is vereist in de moedertaal van de eiser, ook niet van de relevante stukken van het dossier, en te stellen dat de eiser daartoe de bijstand geniet van zijn advocaat, schenden de appelrechters de voormelde verdragsbepaling.
- Artikel 6.3.e EVRM bepaalt dat eenieder die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd, het recht heeft zich kosteloos te doen bijstaan door een tolk indien hij de taal welke ter rechtszitting wordt gebezigd, niet verstaat of niet spreekt. Deze bepaling houdt niet in dat een beklaagde het recht heeft dat het strafdossier dat in de taal van de rechtspleging is opgesteld, in zijn moedertaal zou worden vertaald. Het middel faalt in zoverre naar recht.
- Voor het overige stellen de appelrechters vast dat het enkele feit dat de eiser niet over een vertaling van het strafdossier beschikt, geenszins betekent dat hij niet zijn verdediging naar behoren heeft kunnen voorbereiden. Zij stellen verder vast dat de eiser de bijstand geniet van een advocaat die het Nederlands machtig is en ruimschoots de gelegenheid heeft gehad om het dossier in te studeren, de relevante passages in het Nederlands aan zijn cliënt toe te lichten en uitvoerig met zijn cliënt te bespreken. De beslissing dat eisers recht van verdediging niet is miskend, is aldus naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Derde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.3.d EVRM: het bestreden arrest weigert in te gaan op eisers verzoek bepaalde getuigen te horen; de eiser werd niet in de mogelijkheid gesteld om de getuigen uit Ierland ter rechtszitting te laten horen (eerste onderdeel); de getuigen die hij aanbracht werden nooit gehoord (tweede onderdeel).
- Artikel 6.3.d EVRM ontneemt het vonnisgerecht niet de bevoegdheid de gegrondheid van het verzoek tot getuigenverhoor te beoordelen. In zoverre faalt het middel naar recht.
- Voor het overige is het middel geheel gericht tegen de onaantastbare beoordeling van de appelrechters dat zij door de voorliggende gegevens van de strafinformatie voldoende voorgelicht zijn om de zaak te beoordelen, zodat het verhoren van bijkomende getuigen hen niet noodzakelijk voorkomt. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Vierde middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 324bis en 324ter Strafwetboek: er is niet aangetoond dat degenen die in het bezit zijn gevonden van de gestolen goederen in Ierland, op de hoogte waren van het feit dat deze gestolen waren; deze goederen werden zonder probleem gekeurd en verkocht; de wil van de eiser deel uit te maken van een criminele organisatie, laat staan de leider ervan te zijn, is niet aangetoond.
- Het middel komt op tegen de beoordeling van feiten of vraagt een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. Het middel is niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 176,25 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 18 mei 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100518.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20140430.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980408.11 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041020.10 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050426.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div