id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100518.8 Rolnummer: P.10.0468.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2010-06-07 Raadplegingen: 557 - laatst gezien 2026-07-02 17:39 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100518.8 Fiches 1 - 7 Om te oordelen of de verjaring van de strafvordering in de zin van artikel 7 Uitleveringswet 1874 al dan niet is ingetreden, moet men zich plaatsen op het ogenblik van de uitlevering, maar dient de eventuele verjaring nagegaan te worden overeenkomstig de kwalificatie van het feit volgens de Belgische wet zoals zij bestond op het moment waarop het feit waarvoor om uitlevering wordt verzocht, werd gepleegd; hieruit volgt dat om te oordelen of op het moment van de beoordeling van de uitlevering de strafvordering al dan niet is verjaard, geen rekening kan worden gehouden met de kwalificatie van misdrijven en de daarop van toepassing zijnde verjaringstermijnen wanneer de wetgeving waardoor die feiten strafbaar worden gesteld naar Belgisch recht, nog niet in voege was op het ogenblik waarop de feiten waarvoor om uitlevering wordt verzocht, werden gepleegd
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: UITLEVERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - UITLEVERING - Uitleveringswet - Voorwaarden STRAFRECHT - UITLEVERING - Uitleveringswet - Procedure Vrije woorden: Buitenlands bevel tot aanhouding ter fine van uitlevering - Exequatur - Beschikking van de raadkamer tot uitvoerbaarverklaring - Hoger beroep - Beoordeling van de verjaring van de feiten naar Belgisch recht - Tijdstip Buitenlands bevel tot aanhouding ter fine van uitlevering - Exequatur - Beschikking van de raadkamer tot uitvoerbaarverklaring - Hoger beroep - Kwalificatie van de feiten naar Belgisch recht - Invoering in het Belgisch recht sedert het plegen van de feiten van een nieuwe wet die de feiten strafbaar stelt Buitenlands bevel tot aanhouding ter fine van uitlevering - Exequatur - Beschikking van de raadkamer tot uitvoerbaarverklaring - Hoger beroep - Kwalificatie van de feiten naar Belgisch recht - Invoering in het Belgisch recht sedert het plegen van de feiten van een nieuwe wet die de feiten strafbaar stelt - Toepasselijke verjaringstermijn Buitenlands bevel tot aanhouding ter fine van uitlevering - Exequatur - Beschikking van de raadkamer tot uitvoerbaarverklaring - Hoger beroep - Kamer van inbeschuldigingstelling - Arrest dat de feiten omschrijft onder een op het ogenblik van de feiten nog niet bestaande nieuwe kwalificatie - Toepassing van de voor de nieuwe kwalificatie geldende verjaringstermijn - Wettigheid Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - UITLEVERING - Uitleveringswet - Voorwaarden STRAFRECHT - UITLEVERING - Uitleveringswet - Procedure Vrije woorden: Uitlevering - Buitenlands bevel tot aanhouding ter fine van uitlevering - Exequatur - Kwalificatie van de feiten naar Belgisch recht - Invoering in het Belgisch recht sedert het plegen van de feiten van een nieuwe wet die de feiten strafbaar stelt Uitlevering - Buitenlands bevel tot aanhouding ter fine van uitlevering - Exequatur - Kwalificatie van de feiten naar Belgisch recht - Invoering in het Belgisch recht sedert het plegen van de feiten van een nieuwe wet die de feiten strafbaar stelt - Kwalificatie volgens de nieuwe wet - Wettigheid Uitlevering - Buitenlands bevel tot aanhouding ter fine van uitlevering - Exequatur - Beoordeling van de verjaring naar Belgisch recht - Kwalificatie van de feiten naar Belgisch recht - Invoering in het Belgisch recht sedert het plegen van de feiten van een nieuwe wet die de feiten strafbaar stelt - Toepassing van de voor de nieuwe kwalificatie geldende verjaringstermijn - Wettigheid Fiches 8 - 14 Conclusie van advocaat-generaal DUINSLAEGER. Thesaurus CAS: UITLEVERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - UITLEVERING - Uitleveringswet - Voorwaarden STRAFRECHT - UITLEVERING - Uitleveringswet - Procedure Vrije woorden: Buitenlands bevel tot aanhouding ter fine van uitlevering - Exequatur - Beschikking van de raadkamer tot uitvoerbaarverklaring - Hoger beroep - Beoordeling van de verjaring van de feiten naar Belgisch recht - Tijdstip Buitenlands bevel tot aanhouding ter fine van uitlevering - Exequatur - Beschikking van de raadkamer tot uitvoerbaarverklaring - Hoger beroep - Kwalificatie van de feiten naar Belgisch recht - Invoering in het Belgisch recht sedert het plegen van de feiten van een nieuwe wet die de feiten strafbaar stelt Buitenlands bevel tot aanhouding ter fine van uitlevering - Exequatur - Beschikking van de raadkamer tot uitvoerbaarverklaring - Hoger beroep - Kwalificatie van de feiten naar Belgisch recht - Invoering in het Belgisch recht sedert het plegen van de feiten van een nieuwe wet die de feiten strafbaar stelt - Toepasselijke verjaringstermijn Buitenlands bevel tot aanhouding ter fine van uitlevering - Beschikking van de raadkamer tot uitvoerbaarverklaring - Hoger beroep - Kamer van inbeschuldigingstelling - Arrest dat de feiten omschrijft onder een op het ogenblik van de feiten nog niet bestaande nieuwe kwalificatie - Toepassing van de voor de nieuwe kwalificatie geldende verjaringstermijn - Wettigheid Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - UITLEVERING - Uitleveringswet - Voorwaarden STRAFRECHT - UITLEVERING - Uitleveringswet - Procedure Vrije woorden: Uitlevering - Buitenlands bevel tot aanhouding ter fine van uitlevering - Exequatur - Kwalificatie van de feiten naar Belgisch recht - Invoering in het Belgisch recht sedert het plegen van de feiten van een nieuwe wet die de feiten strafbaar stelt Uitlevering - Buitenlands bevel tot aanhouding ter fine van uitlevering - Exequatur - Kwalificatie van de feiten naar Belgisch recht - Invoering in het Belgisch recht sedert het plegen van de feiten van een nieuwe wet die de feiten strafbaar stelt - Kwalificatie volgens de nieuwe wet - Wettigheid Uitlevering - Buitenlands bevel tot aanhouding ter fine van uitlevering - Exequatur - Beoordeling van de verjaring naar Belgisch recht - Kwalificatie van de feiten naar Belgisch recht - Invoering in het Belgisch recht sedert het plegen van de feiten van een nieuwe wet die de feiten strafbaar stelt - Toepassing van de voor de nieuwe kwalificatie geldende verjaringstermijn - Wettigheid Tekst van de beslissing Nr. P.10.0468.N A. M. verdachte, eiser, met als raadslieden mr. Pierre Monville en mr. Magali Wyngaerden, advocaten bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de tussenarresten van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 5 oktober 2009 en 14 december 2009 en het arrest van 1 maart 2010, op verwijzing gewezen ingevolge arrest van het Hof van 9 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het tussenarrest van 5 oktober 2009 verklaart het hoger beroep van de eiser tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren van 23 december 2008 ontvankelijk en beveelt de heropening van het debat. In zoverre tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
- In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen het bevel tot heropening van het debat door het tussenarrest van 14 december 2009, is het evenmin bij gebrek aan belang ontvankelijk.
- Het arrest van 1 maart 2010 verklaart het aanhoudingsbevel met het oog op uitlevering slechts deels uitvoerbaar, meer bepaald uitsluitend voor de feiten tussen 1 januari 1989 en 9 januari
- In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing waarbij het aanhoudingsbevel dat betrekking heeft op feiten vanaf 9 januari 1998, niet uitvoerbaar wordt verklaard, is het bij gebrek aan belang evenmin ontvankelijk. Derde middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 7 Uitleveringswet 1874 en artikel 8.1 Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk Marokko betreffende uitlevering, ondertekend te Brussel op 7 juli 1997 (hierna Uitleveringsovereenkomst Marokko): de appelrechters oordelen ten onrechte dat de feiten waarvoor de uitlevering wordt gevraagd, niet verjaard zijn overeenkomstig het Belgische recht, daar er geen termijn van vijftien jaar is verstreken sinds 9 januari 1998, datum waarop de eiser de Belgische nationaliteit heeft verworven; dit is slechts het geval voor de feiten van doodslag, omschreven in artikel 393 Strafwetboek, maar niet voor de andere feiten die strafbaar worden gesteld door de artikelen 137, § 1 en 2, 1°, en 138, § 1, 10°, Strafwetboek; deze laatste misdrijven werden pas door de wet van 19 december 2003 strafbaar gesteld terwijl de uitlevering van de eiser ook wordt toegestaan voor dergelijke feiten die zich hebben voorgedaan tussen 1 januari 1989 en 9 januari
- Artikel 7 Uitleveringswet 1874 bepaalt dat er niet tot uitlevering wordt overgegaan zo sedert het ten laste gelegde feit, de vervolging of de veroordeling, de verjaring van de strafvordering of van de straf naar Belgisch recht is bereikt. Artikel 8.1 Uitleveringsovereenkomst Marokko bepaalt dat geen uitlevering wordt toegestaan indien, volgens de wetgeving van de verzoekende of van de aangezochte partij verjaring van de vordering of van de straf is ingetreden.
- Om te oordelen of de verjaring van de strafvordering in de zin van voormelde wetsbepalingen al dan niet is ingetreden, moet men zich plaatsen op het ogenblik van de uitlevering maar dient de eventuele verjaring nagegaan te worden overeenkomstig de kwalificatie van het feit volgens de Belgische wet zoals zij bestond op het moment waarop het feit waarvoor om uitlevering wordt verzocht, werd gepleegd. Hieruit volgt dat om te oordelen of op het moment van de beoordeling van het verzoek tot uitlevering de strafvordering al dan niet is verjaard, geen rekening kan worden gehouden met de kwalificatie van misdrijven en de daarop van toepassing zijnde verjaringstermijnen wanneer de wetgeving waardoor die feiten strafbaar worden gesteld naar Belgisch recht, nog niet in voege was op het ogenblik waarop de feiten waarvoor om uitlevering wordt verzocht, werden gepleegd.
- De appelrechters oordelen dat de feiten waarvoor de uitlevering wordt gevraagd, naar Belgisch recht "omschreven worden als criminele organisatie en bendevorming met het oog op het plegen en voorbereiden van terreurdaden [en] worden gestraft met niet-correctionaliseerbare criminele straffen (artikelen 137, § 1, 137, § 2, 1°, 138, § 1, 10°, 393 en 323 Strafwetboek)" en dat de feiten waarvoor zij de uitlevering toestaan, niet verjaard zijn naar Belgisch recht "daar geen termijn van 15 jaar verlopen is sedert 8 januari 1998". Zodoende beoordelen de appelrechters de verjaring deels op grond van een omschrijving van feiten overeenkomstig kwalificaties van criminele organisatie (artikel 322 e.v. Strafwetboek) en deelneming aan activiteiten van een terroristische groep (artikel 137 tot 140 Strafwetboek), welke bepalingen pas na het plegen van de feiten waarvoor de uitlevering wordt verzocht, in werking zijn getreden. Aldus verantwoorden zij hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige middelen
- De overige middelen kunnen niet tot ruimere cassatie of tot cassatie zonder verwijzing leiden en behoeven geen antwoord. Dictum, Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest van 1 maart 2010 in zoverre dit het aanhoudingsbevel nr. 59/08, afgeleverd op 13 maart 2008 door de procureur-generaal bij het hof van beroep te Rabat (Marokko) ten laste van de eiser met het oog op uitlevering, deels uitvoerbaar verklaart, meer bepaald uitsluitend voor de feiten tussen 1 januari 1989 en 9 januari 1998 en in zoverre het de eiser verwijst in de kosten. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eiser in de helft van de kosten van zijn cassatieberoep en laat de overige helft ten laste van de Staat. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld dan in de arresten van 30 april 2009, 5 oktober 2009, 14 december 2009 en 1 maart
- Bepaalt de kosten op 290 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 18 mei 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100518.8 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100518.8 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110301.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210317.2F.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div