id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100518.9 Rolnummer: P.10.0599.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2010-06-07 Raadplegingen: 180 - laatst gezien 2026-07-02 17:39 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De controle uitgevoerd met toepassing van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering beoogt enkel de bijzondere opsporingsmethoden welke hebben geleid tot vaststellingen waarop de strafvordering is gesteund. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Observatie STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Wettigheidscontrole Vrije woorden: Bijzondere opsporingsmethoden - Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de regelmatigheid - Bijzondere opsporingsmethoden die in aanmerking komen voor controle Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Observatie STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Wettigheidscontrole Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Bijzondere opsporingsmethoden - Controle van de regelmatigheid - Bijzondere opsporingsmethoden die in aanmerking komen voor controle Fiches 3 - 4 De omstandigheid dat artikel 47sexies Wetboek van Strafvordering niet van toepassing is op de observaties uitgevoerd vóór de inwerkingtreding van de wet van 6 januari 2003, belet niet dat toen ook een onderscheid kon worden gemaakt tussen niet-stelselmatige observatie en stelselmatige observatie; enkel deze laatste is een bijzondere opsporingsmethode die aan de controle met toepassing van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering is onderworpen. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Observatie STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Wettigheidscontrole Vrije woorden: Observatie uitgevoerd vóór de wet van 6 januari 2003 - Onderscheid tussen stelselmatige en niet-stelselmatige obervatie Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Observatie STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Wettigheidscontrole Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Bijzondere opsporingsmethoden - Controle van de regelmatigheid - Observatie - Observatie uitgevoerd vóór de wet van 6 januari 2003 - Onderscheid tussen stelselmatige en niet-stelselmatige obervatie Tekst van de beslissing Nr. P.10.0599.N P. V. beklaagde, eiser, met als raadslieden mr. Hans Rieder en mr. Joris Van Cauter, advocaten bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 1 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 8 EVRM en artikel 12 Grondwet: het arrest oordeelt ten onrechte dat de controle van de bijzondere opsporingsmethoden uitgevoerd vóór de inwerkingtreding van de wet van 6 januari 2003 dient te geschieden aan de hand van de regels en beginselen van een voorafgaandelijke machtiging door de rechterlijke overheid, uitvoering ervan onder toezicht van die overheid en beantwoording aan de principes van proportionaliteit en subsidiariteit; voor de observaties uitgevoerd vóór de inwerkingtreding van de voormelde wet was er geen wettelijke basis.
- Het arrest oordeelt dat de gedane observaties geen stelselmatige observaties zijn en bijgevolg geen bijzondere opsporingsmethoden zijn. Het onderdeel komt op tegen een overtollige reden en is bijgevolg niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert een motiveringsgebrek aan: het arrest beantwoordt eisers conclusie niet dat een wettelijke basis voor het uitvoeren van een bijzondere opsporingsmethode observatie ontbreekt.
- Het arrest oordeelt dat de uitgevoerde observaties die enige weerslag gehad hebben in de huidige procedure, in werkelijkheid geen bijzondere opsporingsmethoden zijn. Het hoefde bijgevolg het doelloos verweer van de eiser niet te beantwoorden. Het onderdeel kan niet aangenomen worden. Tweede middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering: het arrest beantwoordt eisers verweer niet dat voor diverse observaties uitgevoerd in Groot Brittannië geen machtiging werd verleend.
- Het arrest oordeelt dat de observaties in kwestie niet relevant zijn daar uit niets blijkt dat ze enige weerslag hebben gehad in de huidige procedure. Aldus beantwoordt het arrest eisers verweer. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 189ter en 235ter Wetboek van Strafvordering: het arrest beperkt ten onrechte de controle van de bijzondere opsporingsmethoden tot de observaties die een weerslag hebben op de huidige procedure.
- De controle uitgevoerd met toepassing van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering beoogt enkel de bijzondere opsporingsmethoden welke hebben geleid tot vaststellingen waarop de strafvordering gesteund is. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Derde middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 47sexies en 235ter Wetboek van Strafvordering: het arrest oordeelt ten onrechte dat de uitgevoerde observaties geen stelselmatige observaties zijn en weigert dienvolgens de controle daarover uit te voeren; het begrip "stelselmatige observatie" is ingevoerd bij artikel 47sexies Wetboek van Strafvordering en bestond vóór de inwerkingtreding van de wet van 6 januari 2003 niet.
- Artikel 235ter Wetboek van Strafvordering vereist enkel dat de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden moet worden onderzocht. De kamer van inbeschuldigingstelling moet die controle uitvoeren voor de bijzondere opsporingsmethoden uitgevoerd zowel vóór als na de inwerkingtreding van de wet van 6 januari 2003 waarbij artikel 47sexies Wetboek van Strafvordering is ingevoerd.
- De omstandigheid dat artikel 47sexies Wetboek van Strafvordering niet van toepassing is op de observaties uitgevoerd vóór de inwerkingtreding van de wet van 6 januari 2003, belet niet dat toen ook een onderscheid kon worden gemaakt tussen de niet-stelselmatige observatie en de stelselmatige observatie. Enkel deze laatste is een bijzondere opsporingsmethode die aan de controle met toepassing van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering is onderworpen.
- Het onderdeel dat ervan uitgaat dat ook de niet-stelselmatige observatie uitgevoerd vóór de inwerkingtreding van de wet van 6 januari 2003 aan de controle met toepassing van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering is onderworpen, faalt naar recht. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 6 EVRM en 14 IVBPR alsook van de artikelen 189ter en 235ter Wetboek van Strafvordering: het arrest voert ten onrechte geen controle uit over de uitgevoerde observaties; nochtans moet de kamer van inbeschuldigingstelling nagaan of de observaties uitgevoerd vóór de inwerkingtreding van de wet van 6 januari 2003 het voorwerp uitmaken van een voorafgaandelijke machtiging door de bevoegde gerechtelijke overheid en uitgevoerd onder toezicht van die overheid en of de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit werden nageleefd.
- Het onderdeel is afgeleid uit de in het eerste onderdeel vergeefs aangevoerde onwettigheid en is bijgevolg niet ontvankelijk. Derde onderdeel
- Het onderdeel voert een motiveringsgebrek aan: de redenen van het arrest zijn tegenstrijdig.
- Het is niet tegenstrijdig te oordelen dat een niet-stelselmatige uitgevoerde observatie geen bijzondere opsporingsmethode is maar dat ze toch regelmatig is verlopen. Het middel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Bepaalt de kosten op 88,47 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 18 mei 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100518.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div