id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100520.9 Rolnummer: F.09.0074.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2010-06-09 Raadplegingen: 537 - laatst gezien 2026-07-02 17:31 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100520.9 Fiche 1 De bodemrechter beoordeelt in feite of het bericht tot wijziging van de aangifte de belastingplichtige op een met redenen omklede wijze voldoende inlicht over de inkomsten en andere gegevens die de administratie in de plaats wil stellen van die welke aangegeven of aangenomen zijn zodat hij de geplande wijziging kan onderzoeken en ze vervolgens verwerpen of aannemen
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Wijziging door de administratie van een aangifte UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Aanslagprocedure - Wijziging aangifte Vrije woorden: Bericht van wijziging - Motiveringsvereiste - Tegenstrijdigheid in de redenen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 346, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiches 3 - 4 Conclusie van advocaat-generaal THIJS. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Wijziging door de administratie van een aangifte UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Aanslagprocedure - Wijziging aangifte Vrije woorden: Bericht van wijziging - Motiveringsvereiste - Beoordeling door de bodemrechter Bericht van wijziging - Motiveringsvereiste - Tegenstrijdigheid in de redenen Tekst van de beslissing Nr. F.09.0074.N D.G., eiser, met als raadsman mr. Dirk Van Belle, advocaat bij de balie te Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Napelsstraat 32-34, waar de eiser woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gewestelijk directeur der directe belastingen te Antwerpen I, met kantoor te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, bus 2, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 7 oktober 2008 gewezen door het hof van beroep te Antwerpen. Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert aan dat de appelrechters niet hebben geantwoord op de stelling van de eiser dat een loutere opsomming van wetsartikelen en verkeerd weergegeven cijfers evenals op ongeordende wijze opgestelde berichten van wijziging van aangifte de motiveringsverplichting van artikel 346 WIB92 aantast.
- De appelrechters oordelen dat de berichten van wijziging van aangifte duidelijk de feiten, cijfers en omstandigheden vermelden waarop de voorgenomen wijzigingen berusten en dat deze berichten zonder meer begrijpelijk zijn in hun uiteenzetting van de redenen op grond waarvan de administratie besliste tot verwerping van de kosten. De appelrechters beantwoorden hiermee het verweer van de eiser. Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.
- Krachtens artikel 346, eerste lid, WIB92 stelt de administratie de belastingplichtige bij een ter post aangetekende brief in kennis van de inkomsten en andere gegevens die zij voornemens is in de plaats te stellen van die welke zijn aangegeven of schriftelijk erkend, en vermeldt zij de redenen die naar haar oordeel de wijziging rechtvaardigen, indien ze meent de inkomsten en andere gegevens te moeten wijzigen welke de belastingplichtige heeft vermeld in een aangifte die voldoet aan de vorm- en termijnvereisten van de artikelen 307 tot 311 of van ter uitvoering van artikel 312 genomen bepalingen, dan wel schriftelijk heeft erkend.
- De bodemrechter beoordeelt in feite of het bericht tot wijziging van de aangifte de belastingplichtige op een met redenen omklede wijze voldoende inlicht over de inkomsten en andere gegevens die de administratie in de plaats wil stellen van die welke aangegeven of aangenomen zijn zodat hij de geplande wijziging kan onderzoeken en ze vervolgens verwerpen of aannemen.
- Een tegenstrijdigheid in de redenen van het bericht is niet noodzakelijk van aard te beletten dat de belastingplichtige in het bericht van wijziging de nodige elementen terugvindt voor zijn verweer.
- De appelrechters oordelen dat de wijziging van aangifte duidelijk de feiten, cijfers en omstandigheden vermeldt waarop de voorgenomen wijzigingen berusten en deze berichten zonder meer begrijpelijk zijn in hun uiteenzetting van de redenen op grond waarvan de administratie besliste tot verwerping van de kosten. Zij geven hiermee te kennen dat de eiser zich met kennis van zaken heeft kunnen verdedigen tegen de voorgenomen wijziging. De appelrechters verantwoorden aldus hun beslissing dat de berichten van wijziging van aangifte voldoen aan de vereisten van artikel 346, eerste lid, WIB92, naar recht. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel preciseert niet hoe de appelrechters het in de aanhef als geschonden aangewezen artikel 149 van de Grondwet hebben miskend. Het middel is in zoverre niet ontvankelijk.
- Krachtens artikel 52, 11°, WIB92 worden de door de bedrijfsleiders werkelijk betaalde interest van schulden aangegaan bij derden voor het verkrijgen van aandelen die een fractie van het maatschappelijk kapitaal van een binnenlandse vennootschap vertegenwoordigen waarvan zij in het belastbare tijdperk periodiek bezoldigingen ontvangen, als beroepskosten aangemerkt onder voorbehoud van het bepaalde in de artikelen 53 tot 66bis van hetzelfde wetboek. Behalve met betrekking tot instellingen als vermeld in artikel 56, worden niet als een derde aangemerkt, de voormelde vennootschap zelf, zomede elke onderneming ten aanzien waarvan die vennootschap zich rechtstreeks of onrechtstreeks in een band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt. Krachtens artikel 56, §2, WIB92 wordt voor de toepassing van artikel 55 van dat wetboek geen beperking toegepast op de in deze wetsbepaling vermelde sommen.
- De belastingplichtige die op grond van artikel 52, 11°, WIB92 de aftrek vordert van de in deze wetsbepaling bedoelde interest, moet bewijzen dat hij dit doet in de voorwaarden bepaald bij de artikelen 52, 11°, en 56 van dit wetboek.
- Door te oordelen dat de eiser niet bewijst dat de cv Wengen een instelling is in de zin van artikel 56, §2, WIB92 en de administratie bijgevolg terecht de door de eiser in aftrek genomen interest van de lening van de cv Wengen heeft verworpen, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Bepaalt de kosten op de som van 135,51 euro jegens de eisende partij en op de som van 222,11 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Edward Forrier, en de raadsheren Eric Dirix, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 20 mei 2010 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100520.9 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100520.9 geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2014:ARR.20140402.15 ECLI:BE:CALIE:2015:ARR.20151118.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div