id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100525.2 Rolnummer: P.10.0200.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2010-05-26 Raadplegingen: 492 - laatst gezien 2026-07-02 17:29 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100525.2 Fiches 1 - 2 De informant is een persoon van wie wordt verondersteld dat hij nauwe relaties onderhoudt met één of meer personen van wie er ernstige aanwijzingen zijn dat ze misdrijven plegen of zouden plegen en waarbij zijn tussenkomst zich ertoe beperkt, al dan niet gevraagd, inlichtingen en gegevens te verstrekken aan een politieambtenaar, zonder dat hijzelf bij het opsporingsonderzoek wordt betrokken; dit valt niet te vergelijken met de observatie en de infiltratie, die bijzondere opsporingsmethoden zijn die het inzamelen en genereren van bewijzen beogen en daarom worden toevertrouwd aan daartoe opgeleide politieambtenaren
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden Vrije woorden: Bijzondere opsporingsmethoden - Informantenwerking - Informant Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 47sexies, 47octies en 47decies - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Vrije woorden: Bijzondere opsporingsmethoden - Informantenwerking - Observatie en infiltratie - Onderscheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 47sexies, 47octies en 47decies - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 3 De informantenwerking behoeft niet zoals de observatie en de infiltratie een voorafgaande machtiging, een proportionaliteits-en subsidiariteitstoets, en laat evenmin het plegen van misdrijven toe
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden Vrije woorden: Bijzondere opsporingsmethoden - Informantenwerking - Observatie en infiltratie - Toepassingsvoorwaarden - Onderscheid Fiches 4 - 6 Het vertrouwelijke dossier in verband met de informanten heeft niet dezelfde draagwijdte, noch dezelfde inhoud als het vertrouwelijke dossier in verband met de aanwending van de observatie of de infiltratie en het bevat in principe geen bewijsstukken die zullen worden aangewend in een later proces; inlichtingen waarvan uit het vertrouwelijk verslag van de informantenbeheerder blijkt dat zij verkregen werden door uitlokking of het plegen van een misdrijf kunnen niet het voorwerp uitmaken van een bij het strafdossier te voegen proces-verbaal en kunnen geen grond vormen tot strafvervolging, zodat het gebrek aan controle van het vertrouwelijke informantendossier het recht van verdediging niet kan miskennen
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden Vrije woorden: Bijzondere opsporingsmethoden - Informantenwerking - Observatie en infiltratie - Vertrouwelijk dossier - Inhoud - Onderscheid Bijzondere opsporingsmethoden - Informantenwerking - Inlichtingen bekomen door uitlokking of het plegen van misdrijven Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden Vrije woorden: Onderzoek in strafzaken - Bijzondere opsporingsmethoden - Informantenwerking - Vertrouwelijk dossier - Inlichtingen bekomen door uitlokking of het plegen van misdrijven - Gebrek aan controle door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie Fiches 7 - 8 Het ontbreken van controle van het vertrouwelijke dossier van de informantenwerking door een onafhankelijke en onpartijdige rechter, in vergelijking met de observatie en infiltratie, zou slechts dan een schending van de artikelen 10 en 11 Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6 E.V.R.M. opleveren, in zoverre dit vertrouwelijke dossier elementen zou bevatten die een draagwijdte hebben die analoog is met die in verband met de infiltratie, bepaaldelijk door het machtigen van de informant tot het plegen van misdrijven om zijn informantenpositie te behouden; dit is niet het geval voor de informantenwerking van vóór de inwerkingtreding van de wet van 6 januari 2003
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden Vrije woorden: Bijzondere opsporingsmethoden - Informantenwerking - Vertrouwelijk dossier - Gebrek aan controle door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie - Schending van de artikelen 10 en 11 Grondwet in samenhang met artikel 6 E.V.R.M. Bijzondere opsporingsmethoden - Informantenwerking - Vertrouwelijk dossier - Gebrek aan controle door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie - Informantenwerking van vóór de wet van 6 januari 2003 - Geen machtiging tot het plegen van misdrijven Fiches 9 - 16 Conclusie van advocaat-generaal DUINSLAEGER. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden Vrije woorden: Bijzondere opsporingsmethoden - Informantenwerking - Informant Bijzondere opsporingsmethoden - Informantenwerking - Observatie en infiltratie - Onderscheid Bijzondere opsporingsmethoden - Informantenwerking - Observatie en infiltratie - Toepassingsvoorwaarden - Onderscheid Bijzondere opsporingsmethoden - Informantenwerking - Observatie en infiltratie - Vertrouwelijk dossier - Inhoud - Onderscheid Bijzondere opsporingsmethoden - Informantenwerking - Inlichtingen bekomen door uitlokking of het plegen van misdrijven Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden Vrije woorden: Onderzoek in strafzaken - Bijzondere opsporingsmethoden - Informantenwerking - Vertrouwelijk dossier - Inlichtingen bekomen door uitlokking of het plegen van misdrijven - Gebrek aan controle door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden Vrije woorden: Bijzondere opsporingsmethoden - Informantenwerking - Vertrouwelijk dossier - Gebrek aan controle door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie - Schending van de artikelen 10 en 11 Grondwet in samenhang met artikel 6 E.V.R.M. Bijzondere opsporingsmethoden - Informantenwerking - Vertrouwelijk dossier - Gebrek aan controle door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie - Informantenwerking van vóór de wet van 6 januari 2003 - Geen machtiging tot het plegen van misdrijven Tekst van de beslissing Nr. P.10.0200.N I G. F. D. inverdenkinggestelde, eiseres, met als raadslieden mr. Hans Rieder en mr. Joris Van Cauter, advocaten bij de balie van Gent. II T. R. H. inverdenkinggestelde, eiser, met als raadslieden mr. Hans Rieder en mr. Joris Van Cauter, advocaten bij de balie van Gent. III P. J. A. D. inverdenkinggestelde, eiser. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 5 januari
- De eisers I en II voeren in afzonderlijke memories die aan dit arrest zijn gehecht, eenzelfde middel aan. De eiser III voert in een memorie grieven aan. Afdelingsvoorzitter Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de memorie van de eiser III
- De memorie die is neergelegd buiten de termijnen van artikel 420bis Wetboek van Strafvordering, is niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 14 IVBPR, de artikelen 10 en 11 Grondwet en de artikelen 189ter en 235ter Wetboek van Strafvordering, alsook miskenning van het recht van verdediging: de kamer van inbeschuldigingstelling weigert het vertrouwelijke dossier van de informantenwerking te controleren; de inhoud van dit dossier kan nochtans wijzen op uitlokking of het plegen van misdrijven door de informant.
- De informant is een persoon van wie wordt verondersteld dat hij nauwe relaties onderhoudt met één of meer personen van wie er ernstige aanwijzingen zijn dat ze misdrijven plegen of zouden plegen. Zijn tussenkomst beperkt zich ertoe, al dan niet gevraagd, inlichtingen en gegevens te verstrekken aan een politieambtenaar, zonder dat hijzelf bij het opsporingsonderzoek wordt betrokken. Dit valt niet te vergelijken met de observatie en de infiltratie, dit zijn bijzondere opsporingsmethoden die het inzamelen en genereren van bewijzen beogen en daarom worden toevertrouwd aan daartoe opgeleide politieambtenaren.
- De informantenwerking behoeft niet zoals de observatie en de infiltratie een voorafgaande machtiging, een proportionaliteits- en subsidiariteitstoets, en laat evenmin het plegen van misdrijven toe. Het vertrouwelijke dossier in verband met de informanten heeft niet dezelfde draagwijdte, noch dezelfde inhoud als het vertrouwelijke dossier in verband met de aanwending van de observatie of de infiltratie. Het bevat in principe geen bewijsstukken die zullen worden aangewend in een later proces. Inlichtingen waarvan uit het vertrouwelijke verslag van de informantenbeheerder blijkt dat zij verkregen werden door uitlokking of het plegen van een misdrijf kunnen niet het voorwerp uitmaken van een bij het strafdossier te voegen proces-verbaal. Aldus kunnen zij geen grond vormen tot strafvervolging noch kan het gebrek aan controle van het vertrouwelijke informantendossier het recht van verdediging miskennen. Het middel faalt naar recht.
- De eiser verzoekt dat de hiernavolgende vraag zou worden gesteld aan het Grondwettelijk Hof: "Schendt artikel 189ter en artikel 235ter Wetboek van Strafvordering de artikelen 10 en 11 Grondwet in samenhang gelezen met het artikel 6 EVRM en artikel 14 IVBPR voor zover dat personen die het voorwerp zijn geweest van informantenwerking vóór de inwerkingtreding van de wet van 6 januari 2003 (op basis van de ministeriële omzendbrieven) en in wier zaak daaromtrent een vertrouwelijke dossier werd opgesteld met daarin elementen die essentieel zijn voor de beoordeling van de provocatie (ontvankelijkheid van de strafvordering) en de wettigheid van de toegepaste opsporingsmethode, geen recht hebben op de controle van dit dossier door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie, terwijl personen die het voorwerp zijn geweest van observatie en infiltratie vóór de inwerkingtreding van de wet van 6 januari 2003 (op basis van de ministeriële omzendbrieven) en in wier zaak daaromtrent een vertrouwelijk dossier werd opgesteld met daarin elementen die essentieel zijn voor de beoordeling van de provocatie (ontvankelijkheid van de strafvordering) en de wettigheid van de toegepaste opsporingsmethode wèl recht hebben op de controle van dit dossier door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie?"
- Uit de arresten nr. 202/2004 van 21 december 2004 (B.27.2,) en nr. 105/2007 van 19 juli 2007 (B.8.20) van het Grondwettelijk Hof blijkt dat het ontbreken van controle van het vertrouwelijke dossier van de informantenwerking door een onafhankelijke en onpartijdige rechter, in vergelijking met de observatie en infiltratie, slechts dan een schending van de artikelen 10 en 11 Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6 EVRM zou opleveren, in zoverre dit vertrouwelijke dossier elementen zou bevatten die een draagwijdte hebben die analoog is met die in verband met de infiltratie, bepaaldelijk door het machtigen van de informant tot het plegen van misdrijven om zijn informantenpositie te behouden. Dit is niet het geval voor de informantenwerking van vóór de inwerkingtreding van de wet van 6 januari
- De prejudiciële vraag wordt bijgevolg niet gesteld. Ambtshalve onderzoek van beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten in het geheel op 214,05 euro waarvan de eisers elk 71,35 euro verschuldigd zijn. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 25 mei 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100525.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100525.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div