← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100601.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100601.6 Rolnummer: P.10.0158.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2010-10-11 Raadplegingen: 327 - laatst gezien 2026-07-02 17:22 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wanneer uit de stukken waar het Hof acht vermag op te slaan blijkt dat de vrijwillig tussenkomende partij van de in het ongelijk gestelde burgerlijke partij die rechtstreeks heeft gedagvaard, betaling heeft gevorderd van de rechtsplegingsvergoeding en die partij daartegen geen enkel verweer heeft gevoerd, is het middel van de in het ongelijk gestelde burgerlijke partij dat de beslissing over de rechtsplegingvergoeding bekritiseert, nieuw en dus niet ontvankelijk. Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure in cassatie UTU-thesaurus: STRAFRECHT - TARIEF STRAFZAKEN - Gerechtskosten Vrije woorden: Rechtsplegingsvergoeding - Vordering voor de appelrechters van de vrijwillig tussenkomende partij tegen burgerlijke partij die rechtsteeks heeft gedagvaard - Geen verweer - Burgerlijke partij in het ongelijk gesteld - Cassatieberoep - Cassatiemiddel dat de beslissing over de rechtsplegingsvergoeding bekritiseert - Nieuw middel Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1022 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 162bis, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Nieuw middel UTU-thesaurus: STRAFRECHT - TARIEF STRAFZAKEN - Gerechtskosten Vrije woorden: Rechtsplegingsvergoeding - Vordering voor de appelrechters van de vrijwillig tussenkomende partij tegen burgerlijke partij die rechtsteeks heeft gedagvaard - Geen verweer - Burgerlijke partij in het ongelijk gesteld - Cassatieberoep - Cassatiemiddel dat de beslissing over de rechtsplegingsvergoeding bekritiseert Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1022 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 162bis, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.10.0158.N G A E K D, beklaagde en burgerlijke partij, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie. tegen

  1. AXA BELGIUM nv, met zetel te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Vorstlaan 25, burgerlijke partij,
  2. E H, beklaagde, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Dendermonde van 18 november
  3. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  4. Het bestreden vonnis verklaart de strafvordering voor het feit van de telastlegging F vervallen door verjaring. Het cassatieberoep tegen die beslissing is niet ontvankelijk.
  5. Het bestreden vonnis is ten aanzien van de verweerder bij verstek gewezen. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de gewone termijn van verzet was verstreken op het ogenblik waarop het cassatieberoep is ingesteld. Het cassatieberoep is in zoverre eveneens niet ontvankelijk. Het middel in zijn geheel
  6. Het middel komt op tegen de beslissing over de rechtsplegingvergoedingen waartoe de eiseres is veroordeeld.
  7. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de verweerster voor de appelrechters van de eiseres betaling heeft gevorderd van een rechtsplegingsvergoeding van 6.000 euro en dit wegens de vordering van de verweerster (2.000 euro), van de vordering van de eiseres (1.500 euro), van de vordering van All-In Automaten (500 euro) en van de vordering van P&V Verzekeringen (2.000 euro). De eiseres heeft hiertegen geen enkel verweer gevoerd. Ze kan dit ook niet voor het eerst in cassatie doen. De drie onderdelen zijn nieuw en dus niet ontvankelijk. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 2, tweede lid, Strafwetboek; - artikel 1 van de wet van 5 maart 1952 Wet Opdeciemen Geldboeten; - artikel 1 van de programmawet van 24 december 1993; - artikel 4 van de wet van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet; - artikel 36 van de wet van 7 februari 2003 houdende verschillende bepalingen inzake verkeersveiligheid.
  8. Artikel 4, eerste lid, van de voornoemde wet van 26 juni 2000 bepaalt dat in artikel 1, eerste en tweede lid, Wet Opdeciemen Geldboeten, gewijzigd bij de wet van 24 december 1993, de woorden "duizend negenhonderd negentig" vervangen worden door het woord "veertig". Deze bepaling is in werking getreden op 1 januari 2002 en bevat geen enkele overgangsbepaling. Artikel 36 van de voornoemde wet van 7 februari 2003 bepaalt dat in artikel 1, eerste en tweede lid, Wet Opdeciemen Geldboeten, het woord "veertig" vervangen wordt door het woord "vijfenveertig". Deze bepaling is in werking getreden op 1 maart 2004 en bevat geen enkele overgangsbepaling.
  9. De geldboete, verhoogd met toepassing van artikel 36 van de wet van 7 februari 2003, is zwaarder dan dezelfde straf, verhoogd met de opdeciemen overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van de programmawet van 24 december
  10. De geldboete die verbonden is aan een misdrijf dat gepleegd is vóór de inwerkingtreding van de voormelde wet van 26 juni 2000, maar opgelegd wordt na de inwerkingtreding ervan, krachtens artikel 2, tweede lid, Strafwetboek, moet dan ook worden verhoogd overeenkomstig de oude wet die gunstiger is. Hierbij wordt het bedrag van de boete in Belgische frank omgezet in euro door het te delen door 40,
  11. Het bestreden vonnis kon aldus niet zonder schending van voormelde wetsbepalingen de eiseres veroordelen tot een geldboete van 50 frank, gedeeld door 40,3399, verhoogd met 1990 opdeciemen, 247,89 euro bedragende "met dien verstande evenwel dat de aldus lastens haar uitgesproken geldboete thans ingevolge de terzake doorgevoerde wetswijzigingen 50,00 euro bedraagt, deze te vermeerderen met 45 opdeciemen hetzij 275 euro bedragende." Ambtshalve onderzoek van de overige beslissingen op de strafvordering
  12. De sub¬stan¬tiële of op straffe van nietigheid voor¬ge¬schre¬ven rechts¬vormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eiseres veroordeelt tot een geldboete van meer dan 50, gedeeld door 40,3399, verhoogd met 1990 opdeciemen, 247,89 euro. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Zegt dat er geen aanleiding is tot verwijzing. Veroordeelt de eiseres in vier vijfde van de kosten en laat het overige vijfde ten laste van de Staat. Bepaalt de kosten op 88,61 euro waarvan 58,61 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 1 juni 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100601.6 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250610.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.