← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100603.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100603.7 Rolnummer: C.09.0386.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-07-07 Raadplegingen: 521 - laatst gezien 2026-07-02 17:18 Versie(s): Vertaling FR Fiche Op het vlak van de verjaring van de schuldvorderingen ten laste van de Staat heeft de wetgever een onderscheid willen invoeren naargelang de betaling van de schuldvordering al dan niet afhankelijk is van een overlegging door de belanghebbende; voor andere schuldvorderingen dan die welke voor de Staat een vaste uitgave zijn, zoals bezoldigingen, pensioenen, uitkeringen en toelagen, dienen de belanghebbenden om de betaling van hun vorderingen te verkrijgen, een aangifte, staat of rekening over te leggen

(1).
(1)Zie Cass., 25 maart 2004, AR C.01.0597.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040325.7, A.C., 2004, nr. 167; zie Verslag namens de Commissie voor financiën (wet van 6 februari 1970), Pas., 1970, 158; P.-J. DEFOORT, "Het toepassingsgebied van de vijfjarige verjaringstermijn van schuldvorderingen ten laste van de staat m.b.t. schuldvorderingen op grond van artikel 1382 B.W.", P & B, 1995, 32, nr.
  1. Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen (Aard. Duur. Aanvang. Einde) UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Bijzondere verjaringen - Verjaring schuldvordering op de Staat Vrije woorden: Duur - Wet Rijkscomptabiliteit - Schuldvordering ten laste van de Staat - Overlegging - Vaste uitgave Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 17-07-1991 - Art. 100, eerste lid, 1° Koninklijk Besluit - 10-12-1868 - Artt. 68 en 100 Tekst van de beslissing Nr. C.09.0386.N VLAAMSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST, vertegenwoordigd door het college in de persoon van zijn voorzitter, met kantoren te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Kunstlaan 9, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen B.A., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten, op 23 april 2007 en 29 april 2008 gewezen door het hof van beroep te Brussel. Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Krachtens artikel 100, eerste lid, van het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende coördinatie van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, zoals te dezen van toepassing, zijn verjaard en voorgoed vervallen ten voordele van de Staat, onverminderd de vervallenverklaringen ten gevolge van andere wettelijke, reglementaire of ter zake overeengekomen bepalingen: 1° de schuldvorderingen, waarvan de wettelijke of op reglementaire wijze bepaalde overlegging niet geschied is binnen een termijn van vijf jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het begrotingsjaar in de loop waarvan zij zijn ontstaan; 2° de schuldvorderingen die, hoewel ze zijn overgelegd binnen de onder 1° bedoelde termijn, door de ministers niet zijn geordonnanceerd binnen een termijn van vijf jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het jaar gedurende hetwelk ze werden overgelegd; 3° alle andere schuldvorderingen, die niet zijn geordonnanceerd binnen een termijn van tien jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het jaar van hun ontstaan.
  3. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever op het vlak van de verjaring van de schuldvorderingen ten laste van de Staat een onderscheid heeft willen invoeren naar gelang de betaling van de schuldvordering al dan niet afhankelijk is van een overlegging door de belanghebbende. Uit de bepalingen van het Algemeen reglement op de Rijkscomptabiliteit, inzonderheid de artikelen 68 en 100, volgt dat voor andere schuldvorderingen dan die welke voor de Staat een vaste uitgave zijn, zoals bezoldigingen, pensioenen, uitkeringen en toelagen, de belanghebbenden om de betaling van hun vorderingen te verkrijgen, een aangifte, staat of rekening dienen over te leggen.
  4. De appelrechters stellen vast dat de verweerder de ambtshalve bezoldiging van gepresteerde overuren en dus betaling van achterstallige wedde vordert. Vervolgens oordelen zij dat de eiseres met toepassing van haar statuut ambtshalve diende over te gaan tot de bezoldiging van de door de verweerder gepresteerde overuren van zodra gebleken was dat de compensatie van de 1723 uren niet binnen de vier maanden kon gebeuren. Op grond hiervan vermochten de appelrechters naar recht te oordelen dat de vordering van de verweerder geen overlegging door de belanghebbende vereiste, mitsdien onderworpen was aan de verjaringstermijn bepaald door het artikel 100, eerste lid, 3°, van het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende coördinatie van de wetten op de Rijkscomptabiliteit en niet aan die bepaald onder 1° van zelfde bepaling. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Bepaalt de kosten op de som van 621,36 euro jegens de eisende partij en op de som van 146,64 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Albert Fettweis, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 3 juni 2010 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100603.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160129.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040325.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.