id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100607.1 Rolnummer: C.09.0352.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2010-07-07 Raadplegingen: 567 - laatst gezien 2026-07-02 17:16 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100607.1 Fiche 1 Artikel 88, tweede lid van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst impliceert dat de verzekeraar, teneinde zijn recht op verhaal te bewaren, aan de betrokken persoon duidelijk en ondubbelzinnig kennis moet geven van zijn voornemen verhaal in te stellen. Het is hierbij niet vereist dat de inhoud van de polisvoorwaarden waarvan sprake in de modelovereenkomst, gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 december 1992 betreffende de modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, in de kennisgeving gedetailleerd wordt weergegeven
(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERZEKERINGEN - Verzekering motorrijtuigen - Zwakke weggebruiker Vrije woorden: Verhaal door de verzekeraar - Kennisgeving - Klare en ondubbelzinnige bewoordingen Wettelijke bepalingen: Wet - 25-06-1992 - Art. 88, tweede lid Fiche 2 Uit het geheel van de bepalingen van artikel 88, eerste lid Wet Landverzekeringsovereenkomst, artikel 25, 3° ,b) van de modelovereenkomst gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 december 1992 en artikel 29bis, § 1 van de W.A.M. 1989 volgt dat het de verzekeringsmaatschappij die de slachtoffers van een verkeersongeval heeft vergoed op grond van artikel 29bis W.A.M. 1989, is toegelaten een contractueel recht van verhaal uit te oefenen op de verzekerde of de verzekeringnemer, zij het beperkt tot het bedrag waartoe de verzekeraar op grond van de aansprakelijkheid van zijn verzekerde zou zijn gehouden. Dit geldt ook wanneer de verzekeringsmaatschappij verhaal uitoefent op de verzekeringnemer voor de schadevergoeding die zij als W.A.M.-verzekeraar op grond van voormeld artikel 29bis aan de verzekeringnemer als passagier en slachtoffer betaalde
(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERZEKERINGEN - Verzekering motorrijtuigen - Zwakke weggebruiker Vrije woorden: Verzekeraar - Vergoeding van de verzekeringnemer - Zwakke weggebruiker - Verhaal Wettelijke bepalingen: Wet - 25-06-1992 - Art. 88, eerste lid Koninklijk Besluit - 14-12-1992 - Art. 25, 3°, b Wet - 21-11-1989 - Art. 29bis, § 1 Fiches 3 - 4 Conclusie van advocaat-generaal MORTIER. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERZEKERINGEN - Verzekering motorrijtuigen - Zwakke weggebruiker Vrije woorden: Verhaal door de verzekeraar - Kennisgeving - Klare en ondubbelzinnige bewoordingen Verzekeraar - Vergoeding van de verzekeringnemer - Zwakke weggebruiker - Verhaal Annotaties Publicaties: Revue Générale des Assurances et des Responsabilités [R.G.A.R.] - DE CONINCK, Bertrand; Note "A propos de l'article 29bis: l'action récursoire de l'assureur contre l'usager faible portant sur l'indemnité qu'il lui est payée en cette qualité" - 2011, n° 10, p. 14810-14810³. Tekst van de beslissing Nr. C.09.0352.N KBC VERZEKERINGEN, naamloze vennootschap, met zetel te 3000 Leuven, Prof. Roger van Overstraetenplein 2, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- V.T.
- V.K., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 8 mei 2008 in hoger beroep gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Gent. De zaak is bij beschikking van de voorzitter van 6 april 2010 verwezen naar de derde kamer. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 88, eerste lid, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, hierna Wet Landverzekeringsovereenkomst, kan de verzekeraar zich, voor zover hij volgens de wet op de verzekerings-overeenkomst de prestaties had kunnen weigeren of verminderen, een recht van verhaal voorbehouden tegen de verzekeringnemer, en indien daartoe grond bestaat, tegen de verzekerde die niet de verzekeringnemer is. Krachtens het tweede lid van deze bepaling is de verzekeraar op straffe van verval van zijn recht van verhaal verplicht de verzekeringnemer of, in voorkomend geval, de verzekerde die niet de verzekeringnemer is, kennis te geven van zijn voornemen om verhaal in te stellen zodra hij op de hoogte is van de feiten waarop dat besluit gegrond is.
- Die bepaling impliceert dat de verzekeraar, teneinde zijn recht op verhaal te bewaren, aan de betrokken persoon duidelijk en ondubbelzinnig kennis moet geven van zijn voornemen verhaal in te stellen. Het is hierbij niet vereist dat de inhoud van de polisvoorwaarden waarvan sprake in de modelovereenkomst, gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 december 1992 betreffende de modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheids-verzekering inzake motorrijtuigen, in de kennisgeving gedetailleerd wordt weergegeven.
- De appelrechters die vaststellen dat de eiseres de verzekerde, die geen verzekeringnemer is, kennis heeft gegeven van de intentie tot verhaal en, in algemene bewoordingen, van de rechtsgrond van het verhaalsrecht bij ongeldig of onvoldoende rijbewijs, konden niet zonder schending van artikel 88 van de Wet Landverzekeringsovereenkomst oordelen dat de kennisgeving niet klaar en ondubbelzinnig is omdat de inhoud van de polisvoorwaarden er niet in is weergegeven, derhalve niet tegenstelbaar aan de eerste verweerder. Het onderdeel is gegrond. Tweede middel
- Krachtens artikel 88, eerste lid, van de Wet Landverzekeringsovereenkomst kan de verzekeraar zich, voor zover hij volgens de wet op de verzekerings-overeenkomst de prestaties had kunnen weigeren of verminderen, een recht van verhaal voorbehouden tegen de verzekeringnemer, en indien daartoe grond bestaat, tegen de verzekerde die niet de verzekeringnemer is. Voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen is dit recht van verhaal geregeld in de artikelen 24 en 25 van de modelovereenkomst gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 december 1992 betreffende de modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, dat uitgevaardigd is krachtens artikel 19 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, op grond waarvan de Koning gemachtigd is de algemene voorwaarden van de verzekerings-contracten te regelen. Krachtens artikel 25, 3°, b), van de modelovereenkomst heeft de maatschappij wanneer zij gehouden is ten aanzien van de benadeelden, een recht van verhaal op de verzekeringnemer en, indien daartoe grond bestaat, op de verzekerde die niet de verzekeringnemer is, wanneer, op het ogenblik van het schadegeval het rijtuig bestuurd wordt door een persoon die niet voldoet aan de voorwaarden die de Belgische wet en reglementen voorschrijven om dat rijtuig te besturen, bijvoorbeeld door een persoon die de vereiste minimumleeftijd niet bereikt heeft, door een persoon die geen rijbewijs heeft of door een persoon die van het recht tot sturen vervallen verklaard is.
- Krachtens artikel 29bis, §1, van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, hierna WAM 1989, zijn de verzekeraars die de aansprakelijkheid dekken van de eigenaar, de bestuurder of de houder van motorrijtuigen die bij een verkeersongeval zijn betrokken, verplicht, met uitzondering van de stoffelijke schade en de schade geleden door de bestuurder van elk van de betrokken motorrijtuigen, alle schade te vergoeden voortvloeiend uit een lichamelijk letsel of het overlijden, geleden door slachtoffers van een dergelijk ongeval en hun rechthebbenden. Krachtens artikel 29bis, §1, in fine, WAM 1989, wordt de vergoedingsplicht waarvan sprake in deze bepaling uitgevoerd overeenkomstig de wettelijke bepalingen betreffende de aansprakelijkheidsverzekering in het algemeen en de aansprakelijkheids-verzekering inzake motorrijtuigen in het bijzonder, voorzover daarvan in dit artikel niet wordt afgeweken.
- Uit het geheel van deze bepalingen volgt dat het de verzekerings-maatschappij die de slachtoffers van een verkeersongeval heeft vergoed op grond van artikel 29bis WAM 1989, is toegelaten een contractueel recht van verhaal uit te oefenen op de verzekerde of de verzekeringnemer, zij het beperkt tot het bedrag waartoe de verzekeraar op grond van de aansprakelijkheid van zijn verzekerde zou zijn gehouden. Dit geldt ook wanneer de verzekeringsmaatschappij verhaal uitoefent op de verzekeringnemer voor de schadevergoeding die zij als WAM-verzekeraar op grond van voormeld artikel 29bis aan de verzekeringnemer als passagier en slachtoffer betaalde.
- De appelrechters stellen vast dat: - de eerste verweerder bij definitief vonnis van de politierechtbank van 8 oktober 2004 werd veroordeeld voor het toebrengen van onopzettelijk lichaamsleed, alcoholintoxicatie, het sturen zonder rijbewijs en zonder begeleider en nog voor enkele andere verkeersinbreuken; - de eerste verweerder met het voertuig reed van de tweede verweerder, verzekerd bij de eiseres; - het verhaal op grond van artikel 25.3.b van de algemene polisvoorwaarden zo niet voldaan is aan de regelgeving voor het rijbewijs toegelaten is tegen zowel de verzekeringnemer als tegen de verzekerde, die niet de verzekeringnemer is, daar hier het daderschap niet bepalend is.
- De appelrechters kennen het contractueel verhaal op grond van artikel 25.3.b van de algemene polisvoorwaarden enkel toe tegen de tweede verweerder voor de vergoedingen die aan de andere inzittenden werden betaald en niet voor de vergoeding die aan de tweede verweerder zelf werd betaald als inzittende van het voertuig. Het bestreden vonnis verantwoordt aldus zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot een ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de vorderingen afwijst van de eiseres tegen de eerste verweerder en van de eiseres tegen de tweede verweerder voor de vergoeding die de eiseres op grond van artikel 29bis WAM 1989 aan de tweede verweerder als inzittende uitbetaalde en uitspraak doet over de kosten. Beveelt dat van dit vonnis melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, zitting houdende in hoger beroep. Bepaalt de kosten op de som van 527,74 euro jegens de eisende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare terechtzitting van 7 juni 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100607.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100607.1 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20120928.6 ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150619.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110207.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div