← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100608.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100608.1 Rolnummer: P.10.0335.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2010-06-14 Raadplegingen: 525 - laatst gezien 2026-07-02 17:14 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Overeenkomstig artikel 211bis Wetboek van Strafvordering kan het gerecht in hoger beroep na een vrijspraak, geen veroordeling uitspreken dan met eenparige stemmen van zijn leden; die bepaling geldt ook voor het gerecht in hoger beroep dat het verzet ontvankelijk verklaart, de zaak opnieuw onderzoekt en de vrijgesprokene tot straf veroordeelt

(1).
(1)Cass., 9 maart 1993, AR 6135, A.C., 1993, nr. 135; Cass., 26 okt. 1993, AR 6861, A.C., 1993, nr. 429; Cass., 2 mei 2000, AR P.00.0100.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000502.7, A.C., 2000, nr. 267; Cass., 14 feb. 2007, AR P.06.1379.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070214.3, A.C., 2007, nr.
  1. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Verzet (strafrecht) - Rechtspleging STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hoger beroep (strafrecht) - Rechtspleging Vrije woorden: Vrijspraak in eerste aanleg - Hoger beroep van het openbaar ministerie - Veroordeling bij verstek - Eenparigheid - Verzet - Veroordeling op verzet - Eenparigheid Thesaurus CAS: VERZET UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Verzet (strafrecht) - Rechtspleging STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hoger beroep (strafrecht) - Rechtspleging Vrije woorden: Strafzaken - Rechtspleging in hoger beroep - Vrijspraak in eerste aanleg - Hoger beroep van het openbaar ministerie - Veroordeling bij verstek - Eenparigheid - Verzet - Veroordeling op verzet - Eenparigheid Tekst van de beslissing Nr. P.10.0335.N D. P. M. S., beklaagde, eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Brugge van 15 januari
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 211bis Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis dat de eiser na zijn vrijspraak door de politierechtbank veroordeelt, is niet gewezen met eenparige stemmen.
  4. Overeenkomstig artikel 211bis Wetboek van Strafvordering kan het gerecht in hoger beroep na een vrijspraak, geen veroordeling uitspreken dan met eenparige stemmen van zijn leden. Die bepaling geldt ook voor het gerecht in hoger beroep dat het verzet ontvankelijk verklaart, de zaak opnieuw onderzoekt en de vrijgesprokene tot straf veroordeelt.
  5. Uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat: - het vonnis van de politierechtbank te Brugge van 24 maart 2009 de eiser vrijspreekt; - op het hoger beroep van het openbaar ministerie het verstekvonnis van de correctionele rechtbank te Brugge van 2 oktober 2009 de eiser met eenparige stemmen tot straf veroordeelt; - het thans bestreden vonnis op verzet, het verzet ontvankelijk verklaart en na nieuw onderzoek de eiser tot straf veroordeelt; - het bestreden vonnis niet vermeldt dat de appelrechters met eenparige stemmen hebben geoordeeld. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank te Kortrijk, rechtszitting houdende in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 100,58 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 8 juni 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100608.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000502.7 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070214.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181003.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.