id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100610.11 Rolnummer: C.09.0457.N Kamer: 1N + Eerste Kamer + Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2010-07-07 Raadplegingen: 567 - laatst gezien 2026-07-02 17:11 Versie(s): Vertaling FR Fiche De rechter stelt de feiten die hij als feitelijke vermoedens beschouwt, onaantastbaar vast en de wet laat aan het oordeel en het beleid van de rechter welke gevolgtrekking hij daaruit maakt als gewichtige, bepaalde en met elkaar oveeenstemmende vermoedens, mits hij het wettelijk begrip vermoeden niet miskent
(1).
(1)Cass., 20 dec. 2007, AR C.07.0161.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071220.3, A.C., 2007, nr.
- Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Vermoedens UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - DWANGSOM Vrije woorden: Feitelijke vermoedens - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1349 en 1353 Tekst van de beslissing Nr. C.09.0457.N F.I.M. PRODUCTIONS AND RECYCLING, naamloze vennootschap, met zetel te 2260 Westerlo, Nijverheidsstraat 46, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen PIROBOUW, naamloze vennootschap, met zetel te 2900 Schoten, Brechtsebaan 114A, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Pierre Van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 29 april 2009 gewezen door het hof van beroep te Antwerpen. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 1385bis, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, kan de rechter op vordering van een der partijen de wederpartij veroordelen tot betaling van een geldsom, dwangsom genaamd, voor het geval dat aan de hoofdveroordeling niet wordt voldaan. Artikel 1385quater van hetzelfde wetboek bepaalt dat de partij die de veroordeling heeft verkregen deze kan ten uitvoer leggen krachtens de titel waarbij zij is vastgesteld.
- Luidens artikel 870 van het Gerechtelijk Wetboek, moet iedere partij het bewijs leveren van de feiten die zij aanvoert.
- De appelrechters stellen vast dat: - op verschillende data het bedoelde product werd verkocht door een afnemer van de eiseres en meer bepaald op 11 januari 2008 door V.D.B. te Lier; - uit het verslag van SECO blijkt dat op 18 december 2007, de eiseres de productie van het product nog niet had stopgezet en dat het nieuwe zakgoed zonder ATG-logo eerst sinds 7 januari 2008 in gebruik is; - een leveringsnota nr. 5604 van 18 december 2007 aan V.D.B. te Lier wordt overgelegd. Zij oordelen dat de verdere productie in de oude zakken manifest gericht was op de verdere verkoop ervan en leiden hieruit af dat uit de vaststellingen op 18 december 2007 en op 11 januari 2008 niet kan worden besloten tot de verbeurte uitsluitend op die dagen, maar ingevolge het uitgaan van "de gewone gang van zaken" op de volledige periode.
- Door aldus te oordelen schenden de appelrechters de artikelen 870 en 1315bis van het Gerechtelijk Wetboek niet en voldoen zij aan het voorschrift van artikel 149 van de Grondwet. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- De rechter stelt de feiten die hij als feitelijke vermoedens beschouwt, onaantastbaar vast en de wet laat aan het oordeel en het beleid van de rechter welke gevolgtrekking hij daaruit maakt als gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens, mits hij het wettelijk begrip vermoeden niet miskent.
- De appelrechters konden uit de door hen aangehaalde feiten het bewijs afleiden dat de inbreuken van de eiseres niet beperkt bleven tot deze die werden vastgesteld op 18 december 2007 en op 11 januari 2008, maar ook betrekking hadden op de volledige periode tot 11 januari
- Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Bepaalt de kosten op de som van 750,10 euro jegens de eisende partij en op de som van 183,86 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix en Beatrijs Deconinck, en in openbare terechtzitting van 10 juni 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100610.11 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170127.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071220.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141023.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div