← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100610.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100610.4 Rolnummer: C.10.0303.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-06-28 Raadplegingen: 477 - laatst gezien 2026-07-02 17:10 Versie(s): Vertaling FR Fiche Nu de beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling, bij wie een zaak aanhangig is in het kader van de rechtspleging van de artikelen 235ter en 235bis van het Wetboek van Strafvordering los staat van de procedure in verband met de voorlopige hechtenis, belet in beginsel niets dat een rechter in beide zaken zitting neemt; beide procedures hebben ieder een ander voorwerp. Thesaurus CAS: WRAKING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) Vrije woorden: Strafzaken - Lid van de kamer van inbeschuldigingstelling - Redenen tot wraking Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 9° Tekst van de beslissing Nr. C.10.0303.N V.J., thans verblijvende in de gevangenis te Hasselt, verzoeker tot wraking, met als raadsman mr. Hans Rieder, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Recollettenlei 39-

  1. I. HET VERZOEK TOT WRAKING Verzoeker heeft op 3 juni 2010 op de griffie van het hof van beroep te Antwerpen een verzoek tot wraking neergelegd, ondertekend door mr. Hans Rieder, advocaat. Van dit verzoekschrift, dat op 7 juni 2010 is ontvangen door de procureur-generaal bij het Hof en dezelfde dag doorgezonden naar de hoofdgriffier van het Hof, is een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest gehecht. II. VERKLARING VAN DE GEWRAAKTE RAADSHEER Kamervoorzitter I. M. heeft op 4 juni 2010 verklaard dat er geen reden bestond om zich te onthouden. III. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. Mr. Rieder heeft geconcludeerd. IV. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Artikel 828, 9°, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat iedere rechter kan worden gewraakt indien hij raad gegeven, gepleit of geschreven heeft over het geschil of indien hij daarvan vroeger kennis heeft genomen als rechter of als scheidsrechter, behalve indien hij in dezelfde aanleg heeft meegewerkt aan een vonnis of een uitspraak alvorens recht te doen.
  3. De verzoeker voert aan: - hij heeft in het kader van de controle van de bijzondere opsporingsmethodes in toepassing van artikel 235bis, §2, van het Wetboek van Strafvordering in hoofdorde de kamer van inbeschuldigingstelling gevraagd de strafvordering onontvankelijk te verklaren; - de kamer van inbeschuldigingstelling, voorgezeten door kamervoorzitter I.M., heeft bij arrest van 20 mei 2010 beslist het debat te heropenen. Op 27 mei 2010 is de zaak in voortzetting gesteld op de terechtzitting van 3 juni om aan het federaal parket toe te laten kennis te nemen van de neergelegde besluiten en eventueel te repliceren; - de kamer van inbeschuldigingstelling heeft nog geen uitspraak gedaan over de vraag of het dossier thans volledig was; - de verzoeker is ook in het kader van de voorlopige hechtenis voor de kamer van inbeschuldigingstelling verschenen; - in een arrest van 1 juni 2010 over de voorlopige hechtenis stelt het hof van beroep vast "dat het strafdossier volledig is (...) in dit strafdossier werd reeds de procedure artikel 235ter Wetboek van Strafvordering opgestart. De verdediging heeft in die procedure verzocht om tevens het strafdossier te onderwerpen aan de procedure van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering. In het kader hiervan zal derhalve de kamer van inbeschuldigingstelling verder oordelen (...)". "Het strafdossier dat volledig is, is in zijn totaliteit ter inzage geweest van verdachte, waarop hij zich vrij heeft kunnen verdedigen"; - de kamer van inbeschuldigingstelling werd op 1 juni 2010 voorgezeten door kamervoorzitter I.M.. De verzoeker leidt hieruit af dat het zinloos wordt zich nog te verdedigen over het probleem van de bijzondere opsporingsmethodes.
  4. De beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling, bij wie een zaak aanhangig is in het kader van de rechtspleging van de artikelen 235ter en 235bis Wetboek van Strafvordering staat los van de procedure in verband met de voorlopige hechtenis. Niets belet in beginsel een rechter in beide zaken zitting te hebben. Beide procedures hebben ieder een ander voorwerp. Naar de feiten toe heeft de kamer van inbeschuldigingstelling, die uitspraak deed over de voorlopige hechtenis, geen uitspraak gedaan over de volledigheid van het dossier in het algemeen maar wel uitspraak gedaan over de volledigheid van het dossier voor de doeleinden van de voorlopige hechtenis. Aldus heeft de kamer van inbeschuldigingstelling geen uitspraak gedaan die voor de belangen van de verzoeker relevant waren in het kader van de rechtspleging bepaald in de artikelen 235ter en 235bis Wetboek van Strafvordering.
  5. In zoverre het verzoekschrift gebaseerd is op artikel 828, 9°, moet het worden verworpen.
  6. Artikel 828, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat iedere rechter kan worden gewraakt wegens wettige verdenking.
  7. De verzoeker baseert zijn aanvoering op de omstandigheid dat kamervoorzitter I. M. reeds uitspraak zou hebben gedaan over de volledigheid van het dossier op een ogenblik dat de partijen nog niet gehoord waren in de procedure bepaald in de artikelen 235ter en 235bis Wetboek van Strafvordering.
  8. Uit het antwoord gegeven sub 3 blijkt dat die aanvoering niet kan worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het verzoek tot wraking. Wijst gerechtsdeurwaarder Marc Vermeulen, met kantoor te 1180 Ukkel, Molièrelaan 266, aan om op verzoek van de griffier het arrest binnen achtenveertig uren aan de partijen te betekenen. Veroordeelt de verzoeker tot de kosten. Bepaalt de kosten tot op heden op de som van nul euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Eric Stassijns, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 10 juni 2010 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100610.4 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191231.2F.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.