← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100621.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100621.6 Rolnummer: C.09.0067.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-09-23 Raadplegingen: 546 - laatst gezien 2026-07-02 16:57 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Voor zover de akte van rechtsingang niet nietig moet verklaard worden en de rechter voor wie de zaak wordt ingeleid bevoegd was om van de aanvankelijke vordering kennis te nemen, dient de rechter voor wie een gewijzigde of uitgebreide eis aanhangig is, zich over die eis uit te spreken, zonder te moeten nagaan of de aanvankelijke vordering ontvankelijk en gegrond was. Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Rechtsvordering - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Rechtsvordering - Hoedanigheid GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Tusseneis - Nieuwe eis Vrije woorden: Tussengeschil - Nieuwe eis - Taak van de rechter Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 807 en 1042 Thesaurus CAS: NIEUWE VORDERING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Rechtsvordering - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Rechtsvordering - Hoedanigheid GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Tusseneis - Nieuwe eis Vrije woorden: Tussengeschil - Nieuwe eis - Taak van de rechter Tekst van de beslissing Nr. C.09.0067.N GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR, aangesteld voor het grondgebied van de provincie Oost-Vlaanderen, met kantoren te 9000 Gent, Gebroeders Van Eyckstraat 2-4-6, eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest, tegen

  1. V.O.D., en
  2. B.P., verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 4 januari 2008 gewezen door het hof van beroep te Gent. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 19 mei 2010 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
  3. Artikel 807 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat een vordering die voor de rechter aanhangig is, kan uitgebreid of gewijzigd worden, indien nieuwe, op tegenspraak genomen conclusies, berusten op een feit of akte in de dagvaarding aangevoerd, zelfs indien hun juridische omschrijving verschillend is. Deze bepaling is krachtens artikel 1042 van dit wetboek toepasselijk in hoger beroep.
  4. Voor zover de akte van rechtsingang niet nietig moet worden verklaard en de rechter voor wie de zaak wordt ingeleid bevoegd was om van de aanvankelijke vordering kennis te nemen, dient de rechter voor wie een gewijzigde of uitgebreide eis aanhangig is, zich over die eis uit te spreken, zonder te moeten nagaan of de aanvankelijke vordering ontvankelijk en gegrond was.
  5. De appelrechter stelt vast dat: - de directeur van het bestuur van Stedebouw en Ruimtelijke Ordening der Provincie Oost-Vlaanderen, optredend voor de gemachtigd ambtenaar, voor de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde op grond van artikel 67 van de Stedenbouwwet, vorderde om de verweerders te veroordelen om het permanent bewonen van hun weekendhuis definitief te staken binnen dertig dagen te rekenen vanaf de betekening van het vonnis onder verbeurte van een dwangsom; - de eiser deze vordering heeft voortgezet; - de eiser in de procedure voor de appelrechter zijn vordering tot staking ondergeschikt formuleerde op grond van artikel 151 van het Stedenbouwdecreet
  6. De appelrechter verklaart de vordering gebaseerd op voormeld artikel 151 niet ontvankelijk omdat de hoedanigheid voorzien in artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek diende aanwezig te zijn op het ogenblik van het instellen van de vordering, namelijk op 5 oktober
  7. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare terechtzitting van 21 juni 2010 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100621.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140411.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.