id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100622.2 Rolnummer: P.10.0872.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2010-06-30 Raadplegingen: 628 - laatst gezien 2026-07-02 16:56 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Artikel 6.3.c E.V.R.M., dat het recht van iedere beschuldigde garandeert om door een advocaat te worden verdedigd, preciseert de voorwaarden voor de uitoefening van dat recht niet en laat de verdragsluitende Staten de keuze van de middelen die in hun eigen rechtstelsel geschikt zijn om dat recht te waarborgen teneinde aan de vereisten van een eerlijke behandeling van de zaak te voldoen
(1).
(1)Cass., 5 mei 2010, AR P.10.0257.F ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100505.3, A.C., 2010, nr. ... met conclusie adv.-gen. VANDERMEERSCH. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) - Algemeen (bewijs (strafrecht) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - ANDERE VERDRAGEN - Verdrag van New York 19 december 1966 -Burgerlijke en politieke rechten (VN) Vrije woorden: Artikel 6.3.c - Recht op bijstand van een raadsman Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.3.c Thesaurus CAS: ADVOCAAT UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) - Algemeen (bewijs (strafrecht) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - ANDERE VERDRAGEN - Verdrag van New York 19 december 1966 -Burgerlijke en politieke rechten (VN) Vrije woorden: Onderzoek in strafzaken - Verdrag Rechten van de Mens - Artikel 6.3.c - Recht op bijstand van een raadsman Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.3.c Fiches 3 - 5 De artikelen 1, 2 en 16, §§2 en 4, Voorlopige Hechteniswet, bepalen niet dat de verdachte moet worden bijgestaan door een advocaat zodra hij van zijn vrijheid wordt beroofd
(1).
(1)Zie Cass., 26 mei 2010, AR P.10.0503.F ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100526.1, A.C., 2010, nr. ... Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - AANHOUDING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) - Algemeen (bewijs (strafrecht) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - ANDERE VERDRAGEN - Verdrag van New York 19 december 1966 -Burgerlijke en politieke rechten (VN) Vrije woorden: Ondervraging van de verdachte door de politie - Bijstand van een advocaat Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 1, 2 en 16, §§ 2 en 4 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - BEVEL TOT AANHOUDING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) - Algemeen (bewijs (strafrecht) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - ANDERE VERDRAGEN - Verdrag van New York 19 december 1966 -Burgerlijke en politieke rechten (VN) Vrije woorden: Ondervraging van de verdachte door de onderzoeksrechter - Bijstand van een advocaat Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 1, 2 en 16, §§ 2 en 4 Thesaurus CAS: ADVOCAAT UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) - Algemeen (bewijs (strafrecht) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - ANDERE VERDRAGEN - Verdrag van New York 19 december 1966 -Burgerlijke en politieke rechten (VN) Vrije woorden: Strafzaken - Ondervraging van een van zijn vrijheid benomen verdachte door de politie en door de onderzoeksrechter - Bijstand van een advocaat Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 1, 2 en 16, §§ 2 en 4 Fiches 6 - 9 Het geheel van waarborgen die aan de verdachte een eerlijke procesvoering moeten verzekeren, zoals daar zijn: de pleegvormen van artikel 47bis Wetboek van Strafvordering bij het verhoor van de verdachte, de vrijheidsbeneming die in geen geval langer mag duren dan vierentwintig uur, zoals bepaald door artikel 12, derde lid, Grondwet, de onmiddellijke overhandiging bij de betekening van het bevel tot aanhouding van alle stukken bedoeld in de artikelen 16, §7 en 18, §2, Voorlopige Hechteniswet, het recht van de verdachte van vrij verkeer met zijn raadsman overeenkomstig artikel 20, §§1 en 5, Voorlopige Hechteniswet, de terbeschikkingstelling van het dossier met het oog op de verschijning voor het onderzoeksgerecht overeenkomstig artikel 21, §3, Voorlopige Hechteniswet, de aanwezigheid van de raadsman van de verdachte bij de samenvattende ondervraging bepaald in artikel 22, derde lid, Voorlopige Hechteniswet, alsook de rechten die aan de verdachte zijn toegekend door de artikelen 61ter, 6lquater, 6lquinquies, 136 en 235bis Wetboek van Strafvordering, voorkomt dat het ontbreken van de bijstand van een raadsman tijdens de eerste vierentwintig uur van vrijheidsbeneming elke verdere eerlijke behandeling van de zaak onmogelijk maakt
(1).
(1)Zie Cass., 5 mei 2010, AR P.10.0257.F ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100505.3 en P.10.0744.F ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100505.1, A.C., 2010, nr. ... en nr. ..., beide met conclusie adv.-gen. VANDERMEERSCH. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) - Algemeen (bewijs (strafrecht) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - ANDERE VERDRAGEN - Verdrag van New York 19 december 1966 -Burgerlijke en politieke rechten (VN) Vrije woorden: Verhoor van de verdachte tijdens de eerste vierentwintig uur van vrijheidsbeneming - Geen bijstand van een advocaat - Gevolg - Waarborgen voor de verdachte tijdens het onderzoek en in het kader van de voorhechtenis - Recht op een eerlijk proces Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.c Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) - Algemeen (bewijs (strafrecht) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - ANDERE VERDRAGEN - Verdrag van New York 19 december 1966 -Burgerlijke en politieke rechten (VN) Vrije woorden: Artikel 6.3.c - Verhoor van de verdachte tijdens de eerste vierentwintig uur van vrijheidsbeneming - Geen bijstand van een advocaat - Gevolg - Waarborgen voor de verdachte tijdens het onderzoek en in het kader van de voorhechtenis - Recht op een eerlijk proces Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.c Thesaurus CAS: ADVOCAAT UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) - Algemeen (bewijs (strafrecht) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - ANDERE VERDRAGEN - Verdrag van New York 19 december 1966 -Burgerlijke en politieke rechten (VN) Vrije woorden: Strafzaken - Verhoor van de verdachte tijdens de eerste vierentwintig uur van vrijheidsbeneming - Geen bijstand van een advocaat - Gevolg - Waarborgen voor de verdachte tijdens het onderzoek en in het kader van de voorhechtenis - Recht op een eerlijk proces Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.c Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) - Algemeen (bewijs (strafrecht) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - ANDERE VERDRAGEN - Verdrag van New York 19 december 1966 -Burgerlijke en politieke rechten (VN) Vrije woorden: Verhoor van de verdachte tijdens de eerste vierentwintig uur van vrijheidsbeneming - Geen bijstand van een advocaat - Gevolg - Waarborgen voor de verdachte tijdens het onderzoek en in het kader van de voorhechtenis - Recht op een eerlijk proces Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.c Fiches 10 - 12 Wanneer uit de motieven van het bestreden arrest niet blijkt dat de initiële verhoren van de politie en van de onderzoeksrechter, zonder de bijstand van een advocaat, beslissend zijn voor de bewezenverklaring van de telastleggingen, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht dat de oorspronkelijke afwezigheid van bijstand van een raadsman de eerlijke procesvoering, in haar geheel beschouwd, geenszins aantast
(1).
(1)Cass., 5 mei 2010, AR P.10.0257.F ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100505.3, A.C., 2010, nr. ... met conclusie adv.-gen. VANDERMEERSCH. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) - Algemeen (bewijs (strafrecht) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - ANDERE VERDRAGEN - Verdrag van New York 19 december 1966 -Burgerlijke en politieke rechten (VN) Vrije woorden: Verhoor van de verdachte tijdens de eerste vierentwintig uur van vrijheidsbeneming - Geen bijstand van een advocaat - Bewezenverklaring van de telastleggingen gesteund op andere elementen - Recht op een eerlijk proces Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.c Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) - Algemeen (bewijs (strafrecht) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - ANDERE VERDRAGEN - Verdrag van New York 19 december 1966 -Burgerlijke en politieke rechten (VN) Vrije woorden: Artikel 6.3.c - Verhoor van de verdachte tijdens de eerste vierentwintig uur van vrijheidsbeneming - Geen bijstand van een advocaat - Bewezenverklaring van de telastleggingen gesteund op andere elementen - Recht op een eerlijk proces Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.c Thesaurus CAS: ADVOCAAT UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) - Algemeen (bewijs (strafrecht) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - ANDERE VERDRAGEN - Verdrag van New York 19 december 1966 -Burgerlijke en politieke rechten (VN) Vrije woorden: Strafzaken - Verhoor van de verdachte tijdens de eerste vierentwintig uur van vrijheidsbeneming - Geen bijstand van een advocaat - Bewezenverklaring van de telastleggingen gesteund op andere elementen - Recht op een eerlijk proces Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.c Fiches 13 - 16 Artikel 47bis, 1, c, Wetboek van Strafvordering, dat bepaalt dat ieder verhoor begint met de mededeling aan de ondervraagde persoon dat zijn verklaringen als bewijs in rechte kunnen worden gebruikt, houdt geen verband met de wijze van beoordeling van de bewijzen door de strafrechter maar doet de ondervraagde er enkel op wijzen dat alle verklaringen die hij in zijn nadeel aflegt, ook tegen hem kunnen worden gebruikt en dat hij aldus mag weigeren om tegen zichzelf belastende verklaringen af te leggen; dit is geenszins strijdig met de door artikel 6.2 E.V.R.M. en artikel 14.3.g I.V.B.P.R. gewaarborgde rechten. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) - Algemeen (bewijs (strafrecht) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - ANDERE VERDRAGEN - Verdrag van New York 19 december 1966 -Burgerlijke en politieke rechten (VN) Vrije woorden: Verhoor in het algemeen - Verplichte mededelingen aan de ondervraagde persoon - Artikel 47bis, 1, c, Wetboek van Strafvordering - Draagwijdte - Bestaanbaarheid met de artikelen 6.2 E.V.R.M. en 14.3.g I.V.B.P.R. Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.2 Wet - 15-05-1981 - Art. 14.3.g Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 47bis, 1, c - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) - Algemeen (bewijs (strafrecht) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - ANDERE VERDRAGEN - Verdrag van New York 19 december 1966 -Burgerlijke en politieke rechten (VN) Vrije woorden: Verhoor in het algemeen - Verplichte mededelingen aan de ondervraagde persoon - Artikel 47bis, 1, c, Wetboek van Strafvordering - Draagwijdte - Bestaanbaarheid met de artikelen 6.2 E.V.R.M. en 14.3.g I.V.B.P.R. Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.2 Wet - 15-05-1981 - Art. 14.3.g Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 47bis, 1, c - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.2 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) - Algemeen (bewijs (strafrecht) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - ANDERE VERDRAGEN - Verdrag van New York 19 december 1966 -Burgerlijke en politieke rechten (VN) Vrije woorden: Verhoor in het algemeen - Verplichte mededelingen aan de ondervraagde persoon - Artikel 47bis, 1, c, Wetboek van Strafvordering - Draagwijdte - Bestaanbaarheid met artikel 6.2 E.V.R.M. Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.2 Wet - 15-05-1981 - Art. 14.3.g Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 47bis, 1, c - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) - Algemeen (bewijs (strafrecht) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - ANDERE VERDRAGEN - Verdrag van New York 19 december 1966 -Burgerlijke en politieke rechten (VN) Vrije woorden: Artikel 14.3.g - Verhoor in het algemeen - Verplichte mededelingen aan de ondervraagde persoon - Artikel 47bis, 1, c, Wetboek van Strafvordering - Draagwijdte - Bestaanbaarheid met artikel 14.3.g I.V.B.P.R. Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.2 Wet - 15-05-1981 - Art. 14.3.g Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 47bis, 1, c - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.10.0872.N D P A A, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Bart Bleyaert, advocaat bij de balie te Brugge, tegen
- ELLAH-RESTAURANT TUDOR ROSE bvba, met zetel te 8400 Oostende, Jozef II straat 54, burgerlijke partij,
- KBC VERZEKERINGEN nv, met zetel te 9000 Gent, Kortrijksesteenweg 369, burgerlijke partij, verweersters. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 12 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest wordt gehecht, twee middelen aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 6.1, 6.2 en 6.3.c EVRM: de eiser kon pas na de initiële verhoren door de politie en de onderzoeksrechter een raadsman raadplegen; doordat hij niet vanaf het eerste politieverhoor toegang kreeg tot een advocaat en evenmin bij de daaropvolgende verhoren hem de bijstand van zijn raadsman werd toegestaan, is overeenkomstig de rechtspraak van het EHRM zijn recht op een eerlijk proces onherroepelijk aangetast.
- Artikel 6.3.c, EVRM garandeert iedere beschuldigde het recht om door een advocaat te worden verdedigd maar preciseert niet de voorwaarden voor de uitoefening van dat recht. Het laat de verdragsluitende Staten de keuze van de middelen die in hun eigen rechtstelsel geschikt zijn om dat recht te waarborgen teneinde aan de vereisten van een eerlijke behandeling van de zaak te voldoen.
- De artikelen 1, 2 en 16, § 2 en § 4, Voorlopige Hechteniswet bepalen niet dat de verdachte moet worden bijgestaan door een advocaat zodra hij van zijn vrijheid wordt beroofd.
- Uit de bepaling van artikel 6.3.c, EVRM volgt niet dat het Hof zich in de plaats van de wetgever mag stellen door zelf die maatregel te treffen en de voorwaarden voor de tussenkomst van een advocaat te bepalen. De leemte is immers van die aard dat zij een volledige nieuwe procesregeling vereist.
- Anders dan de eiser aanvoert, leidt voormelde wettelijke restrictie evenwel niet automatisch tot een onherstelbare miskenning van het recht op een eerlijk proces. De wet bepaalt immers een geheel van waarborgen die aan de verdachte een eerlijke procesvoering moeten verzekeren, zoals daar zijn: de pleegvormen van artikel 47bis Wetboek van Strafvordering bij het verhoor van de verdachte, de vrijheidsbeneming die in geen geval langer mag duren dan vierentwintig uur, zoals bepaald door artikel 12, derde lid, Grondwet, de onmiddellijke overhandiging bij de betekening van het bevel tot aanhouding van alle stukken bedoeld in de artikelen 16, § 7 en 18, § 2, Voorlopige Hechteniswet, het recht van de verdachte van vrij verkeer met zijn raadsman overeenkomstig artikel 20, § 1 en § 5, Voorlopige Hechteniswet, de terbeschikkingstelling van het dossier met het oog op de verschijning voor het onderzoeksgerecht overeenkomstig artikel 21, § 3, Voorlopige Hechteniswet, de aanwezigheid van de raadsman van de verdachte bij de samenvattende ondervraging bepaald in artikel 22, derde lid, Voorlopige Hechteniswet, alsook de rechten die aan de verdachte zijn toegekend bij de artikelen 61ter, 6lquater, 6lquinquies, 136 en 235bis Wetboek van Strafvordering.
- Dit geheel van waarborgen voorkomt dat het ontbreken van de bijstand van een raadsman tijdens de eerste vierentwintig uur van vrijheidsbeneming elke verdere eerlijke behandeling van de zaak onmogelijk maakt.
- Anders dan het onderdeel aanvoert, blijkt niet uit de motieven van het bestreden arrest dat de initiële verhoren van de politie en van de onderzoeksrechter, zonder de bijstand van een advocaat, beslissend zijn voor de bewezenverklaring van de telastleggingen. De appelrechters overwegen inderdaad dat: - de telastlegging A ontegensprekelijk bewezen is, gelet op de objectieve vaststellingen van de verbalisanten, nl. de roetsporen in het gezicht en op de handen van de eiser, die geenszins te verklaren zijn volgens de aanvankelijke uitleg van de eiser, het aantreffen van niet minder dan twee aanstekers op de eiser, de duidelijke en onmiskenbare brandgeur op de eiser; - deze duidelijke, objectieve en overtuigende materiële elementen ruimschoots volstaan als bewijs van de telastlegging A. en er dus geen bekentenissen nodig zijn van de eiser om tot de overtuiging te komen van zijn schuld aan de feiten, voorwerp van de telastlegging A; - van uit die vaststelling en de onmiskenbare aanwijzingen die de eiser ook in verband brengen met de overige telastleggingen B, C en D, en die meteen de argwaan wekten van de verbalisanten die de vaststellingen hebben gedaan met betrekking tot het feit A, er voldoende sluitende vermoedens zijn dat de eiser eveneens de feiten, voorwerp van de telastleggingen B en D heeft gepleegd; - enkel kan aangenomen worden dat de feiten, voorwerp van de telastlegging C, waarbij de eiser ook betrokken was, een accidenteel feit kunnen uitmaken; - gelet op voorgaande er dan ook geen aanleiding is om te twijfelen aan de verklaringen van de eiser, op 26 juni 2009 voor een onafhankelijke en onpartijdige onderzoeksrechter afgelegd, dat hij daadwerkelijk de feiten, voorwerp van de telastlegging B heeft gepleegd en op 4 september 2009, andermaal voor diezelfde onderzoeksrechter afgelegd, dat hij ook de feiten, voorwerp van de telastlegging D, heeft gepleegd; - deze verklaringen die telkens werden afgelegd na een reflectieperiode en na herhaalde contacten met de raadsman waarbij telkenmale de verdediging uitvoerig kon worden besproken, enkel de hierboven vermelde vermoedens, die reeds sterk aanwezig waren, bevestigen; - het onderzoek met betrekking tot de telastlegging B ook voldoende grondig werd gevoerd om de verdenking van andere mogelijke verdachten te kunnen uitsluiten. Met die redenen verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht dat de oorspronkelijke afwezigheid van bijstand van een raadsman de eerlijke procesvoering, in haar geheel beschouwd, geenszins aantast. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 6.1, 6.2 en 6.3.c, EVRM: overeenkomstig de rechtspraak van het EHRM hebben de gerechtelijke autoriteiten de plicht om voorafgaand het politieverhoor de verdachte te verwittigen van zijn recht op stilzwijgen en zijn recht op bijstand van een advocaat; een afstand van dit recht is alleen geldig indien de verdachte deze afstand doet in expliciete en onmiskenbare bewoordingen; zij kan niet worden afgeleid uit de afwezigheid van een verzoek van de verdachte om de bijstand van een advocaat; van dit alles is er geen spoor terug te vinden.
- Het onderdeel dat enkel gericht is tegen het optreden van de verbalisanten en van de onderzoeksrechter en niet tegen het bestreden arrest, is niet ontvankelijk. Derde onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.1, 6.2 en 6.3.c, EVRM: overeenkomstig de rechtspraak van het EHRM wordt het recht van de verdachte op een eerlijk proces onherroepelijk aangetast wanneer hij niet vanaf het eerste politieverhoor toegang krijgt tot een advocaat; overeenkomstig voormelde rechtspraak en de Belgische "bewijsuitsluitingsleer" leidt dit tot uitsluiting van het gehele bewijs en de niet-ontvankelijkheid van de strafvordering.
- Het onderdeel heeft dezelfde strekking als het eerste onderdeel. Het kan om de aldaar gegeven redenen niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 6.1 en 6.2 EVRM en artikel 14.3.g, IVBPR: de appelrechters hechten bewijswaarde aan de verklaringen van de eiser op grond van artikel 47bis, 1, c, Wetboek van Strafvordering; zij miskennen eisers recht op stilzwijgen zoals dit volgt uit voormelde verdragsbepalingen.
- Artikel 47bis, 1, c, Wetboek van Strafvordering bepaalt: "Bij het verhoren van personen, ongeacht in welke hoedanigheid zij worden verhoord, worden ten minste de volgende regels in acht genomen. Ieder verhoor begint met de mededeling aan de ondervraagde persoon dat zijn verklaringen als bewijs in rechte kunnen worden gebruikt." Deze bepaling houdt geen verband met de wijze van beoordeling van de bewijzen door de strafrechter. Hiermede wordt de ondervraagde enkel erop gewezen dat alle verklaringen die hij in zijn nadeel aflegt, ook tegen hem kunnen worden gebruikt en hij aldus mag weigeren om tegen zichzelf belastende verklaringen af te leggen. Dit is geenszins strijdig met de door artikel 6.2 EVRM en artikel 14.3.g, IVBPR gewaarborgde rechten. Het middel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Bepaalt de kosten op 82,20 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 22 juni 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100622.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170131.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100505.1 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100505.3 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100526.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101207.1 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110208.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div