id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100622.3 Rolnummer: P.10.1061.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2010-06-30 Raadplegingen: 189 - laatst gezien 2026-07-02 16:56 Versie(s): Vertaling FR Fiche Artikel 23, 2°, Voorlopige Hechteniswet, dat bepaalt dat als de verdachte niet kan verschijnen op de rechtszitting, de raadkamer zijn advocaat machtigt hem te vertegenwoordigen, en als de advocaat, regelmatig verwittigd, geen machtiging vraagt zijn cliënt te vertegenwoordigen, zij uitspraak kan doen in afwezigheid van de verdachte, geldt evenzeer wanneer de onmogelijkheid voor de verdachte voor het onderzoeksgerecht te verschijnen, niet aan hemzelf te wijten is. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Handhaving Vrije woorden: Terechtzitting - Verdachte die in de onmogelijkheid verkeert om te verschijnen - Artikel 23, 2°, Voorlopige Hechteniswet Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 23, 2° Tekst van de beslissing Nr. P.10.1061.N J L, verdachte, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Jorgen Van Laer, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 10 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 21 en 23 Voorlopige Hechteniswet: de appelrechters oordelen onterecht dat de onmogelijkheid van de eiser om te verschijnen omwille van een stakingsactie in de gevangenis en de onmogelijkheid van de raadkamer om zich naar de gevangenis te begeven een overmachtsituatie vormen die de raadkamer toeliet eisers voorlopige hechtenis te handhaven zonder hem vooraf te horen; de onmogelijkheid moet immers bestaan voor de verdachte zelf; de onmogelijkheid voor de rechtbank of de inrichtende staat de verdachte te laten verschijnen, is niet voldoende; het in die omstandigheden verder handhaven van de voorhechtenis zonder het horen van de verdachte is onwettig.
- Artikel 23, 2°, Voorlopige Hechteniswet bepaalt dat als de verdachte niet kan verschijnen op de rechtszitting, de raadkamer zijn advocaat machtigt hem te vertegenwoordigen, en als de advocaat, regelmatig verwittigd, geen machtiging vraagt zijn cliënt te vertegenwoordigen, zij uitspraak kan doen in afwezigheid van de verdachte.
- Voormelde bepaling geldt evenzeer wanneer de onmogelijkheid voor de verdachte voor het onderzoeksgerecht te verschijnen, niet aan hemzelf te wijten is. Het middel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Bepaalt de kosten op 41,45 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 22 juni 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100622.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div