← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100629.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100629.1 Rolnummer: P.10.0182.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-07-01 Raadplegingen: 501 - laatst gezien 2026-07-02 16:45 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De herstelvordering van de woudmeester strekt ertoe de regels inzake bosbouw te handhaven, dit is af te dwingen in die gevallen waarin die regels werden overtreden, en vindt haar grondslag niet zozeer in een misdrijf maar wel in de door het bosdecreet opgelegde verplichtingen tot naleving waarvan zij strekt en waarvan de niet-naleving ook strafrechtelijk wordt gesanctioneerd; de woudmeester neemt aldus het hem wettelijk opgedragen algemeen belang waar, ook wanneer hij de vordering tot herstel in het strafgeding uitoefent, zodat hij op grond van ditzelfde belang als eiser tot herstel zelfstandig cassatieberoep kan instellen wanneer de beslissing op de strafvordering bepalend is voor deze vordering tot herstel

(1).
(1)Het hier toepasselijke artikel 95, derde lid, Bosdecreet, werd opgeheven bij art. 95, 3° Decr. Vl. R. 30 april 2009, B.S. 25 juni 2009, kolom
  1. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Strafvordering - Andere partijen UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Algemeen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - LEEFMILIEU - Bossen Vrije woorden: Bosdecreet - Woudmeester - Herstelvordering - Ontvankelijkheid van het cassatieberoep Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 13-06-1990 - Art. 95, derde lid Thesaurus CAS: BOSSEN UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Algemeen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - LEEFMILIEU - Bossen Vrije woorden: Bosdecreet - Woudmeester - Herstelvordering - Doel - Grondslag - Beslissing op de strafvordering beslissend voor de herstelvordering - Cassatieberoep Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 13-06-1990 - Art. 95, derde lid Fiches 3 - 4 Elke ontbossing, ook wanneer zij vergunbaar is overeenkomstig artikel 90bis, § 1, Bosdecreet, vereist steeds een vooraf af te leveren stedenbouwkundige vergunning en elke niet-vergunbare dan wel vergunbare maar niet vooraf vergunde ontbossing in strijd met de bepalingen van artikel 90bis, § 1, Bosdecreet, geschiedt hoe dan ook zonder stedenbouwkundige vergunning en houdt bijgevolg een overtreding in van artikel 99, § 1, 2°, Stedenbouwdecreet
  2. Thesaurus CAS: BOSSEN UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Algemeen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - LEEFMILIEU - Bossen Vrije woorden: Bosdecreet - Ontbossing - Vereiste - Niet vooraf vergunde ontbossing - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 13-06-1990 - Art. 90bis, § 1 Decreet Vlaamse Raad - 12-12-2008 - zoals van toepassing vóór zijn wijziging bij art. 45, 1° - 72 ELI link Pub nr 2009035086 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 99, § 1, 2° - 33 ELI link Pub nr 1999035652 Decreet Vlaamse Raad - 27-03-2009 - zoals van toepassing vóór zijn wijziging bij art. 36 Thesaurus CAS: STEDENBOUW - ALLERLEI UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Algemeen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - LEEFMILIEU - Bossen Vrije woorden: Stedenbouwdecreet - Bosdecreet - Ontbossing - Vereiste - Niet vooraf vergunde ontbossing - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 13-06-1990 - Art. 90bis, § 1 Decreet Vlaamse Raad - 12-12-2008 - zoals van toepassing vóór zijn wijziging bij art. 45, 1° - 72 ELI link Pub nr 2009035086 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 99, § 1, 2° - 33 ELI link Pub nr 1999035652 Decreet Vlaamse Raad - 27-03-2009 - zoals van toepassing vóór zijn wijziging bij art. 36 Tekst van de beslissing Nr. P.10.0182.N WOUDMEESTER en AMBTENAAR PRIVÉ-BOS, met kantoor te 2018 Antwerpen, Lange Kievitstraat 111/113 bus 63, eiser tot herstel, eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen J. E. N., beklaagde, verweerder, met als raadslieden mr. Jan Surmont, advocaat bij de balie te Turnhout, en mr. Filip D'Hont, advocaat bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 23 december
  3. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest wordt gehecht, een middel aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  4. De verweerder werpt de niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep op omdat de beslissing van onbevoegdheid enkel de strafvordering betreft en de eiser, zelfs als tussengekomen partij, niet de vereiste hoedanigheid heeft om tegen die beslissing cassatieberoep in te stellen.
  5. Het hier toepasselijk artikel 95, derde lid, Bosdecreet luidt: "Bij elke onrechtmatig uitgevoerde kapping, hetzij een ontbossing, hetzij een afwijking van het goedgekeurde beheersplan, hetzij een kaalslag, hetzij andere onrechtmatige handelingen die schade veroorzaken aan de bossen, beveelt de rechtbank, op vordering van de Vlaamse Regering of van de bevoegde ambtenaar of aangestelde, maatregelen tot herstel gaande tot herbebossing van de ontboste, kaalgekapte of beschadigde percelen of van een soortgelijke oppervlakte inhouden volgens een door het Bosbeheer goedgekeurd ontwerp."
  6. De herstelvordering van de woudmeester strekt ertoe de regels inzake bosbouw te handhaven, dit is af te dwingen in die gevallen waarin die regels werden overtreden. In dit opzicht vindt de herstelvordering niet zozeer haar grondslag in een misdrijf, maar wel in de door het bosdecreet opgelegde verplichtingen tot naleving waarvan zij strekt en waarvan de niet-naleving ook strafrechtelijk wordt gesanctioneerd. De woudmeester neemt aldus het hem wettelijk opgedragen algemeen belang waar, ook wanneer hij de vordering tot herstel in het strafgeding uitoefent. Op grond van ditzelfde belang kan hij als de eiser tot herstel zelfstandig cassatieberoep instellen wanneer de beslissing op de strafvordering bepalend is voor deze vordering tot herstel. Het middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep moet worden verworpen Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 99, § 1, 2° en 146, eerste lid, 1°, Stedenbouwdecreet 1999 zoals van toepassing vóór de wijziging bij toepassing van respectievelijk artikel 36 en 50 Aanpassingsdecreet 2009; - artikel 90bis, § 1, Bosdecreet zoals van toepassing vóór de wijziging bij toepassing van artikel 45, 1°, van het decreet van 12 december 2008 houdende diverse bepalingen inzake energie, leefmilieu, openbare werken, landbouw en visserij; - de artikelen 138, 2°, 182, 199 en 200 Wetboek van Strafvordering.
  7. Het hier toepasselijke artikel 99, § 1, 2°, Stedenbouwdecreet 1999 bepaalt: "Niemand mag zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning (..) ontbossen in de zin van het bosdecreet van 13 juni 1990 van alle met bomen begroeide oppervlakten bedoeld in artikel 3, § 1 en § 2, van dat decreet." Het hier toepasselijke artikel 90bis, § 1, Bosdecreet vóór zijn wijziging bij artikel 45, 1°, van het decreet van 12 december 2008 houdende diverse bepalingen inzake energie, leefmilieu, openbare werken, landbouw en visserij bepaalt: "Een stedenbouwkundige vergunning tot ontbossing kan niet worden verleend tenzij in de hierna vermelde gevallen: 1 ° ontbossing met het oog op werken van algemeen belang bedoeld in artikel 103 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening; 2 ° ontbossing in zones met de bestemmingen woongebied of industriegebied in de ruime zin; 3° ontbossing in zones die volgens de geldende plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen gelijk te stellen zijn met de bestemmingen woongebied of industriegebied in de ruime zin; 4° ontbossing van de uitvoerbare delen in een niet-vervallen vergunde verkaveling. De stedenbouwkundige vergunning tot ontbossing wordt verleend na voorafgaand advies van het Bosbeheer. Het advies wordt verleend op verzoek van de vergunningverlenende overheid. Als het advies niet wordt verleend binnen dertig dagen, wordt het geacht gunstig te zijn. Voor andere ontbossingen dan deze genoemd in het eerste lid, kan de Vlaamse regering, op individueel en op gemotiveerd verzoek van diegene die in aanmerking wenst te komen voor een vergunning tot ontbossen, de ontheffing toestaan van het verbod tot het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning tot ontbossing, met inachtneming van de wetgeving inzake de ruimtelijke ordening en na advies van het Bosbeheer. De Vlaamse regering bepaalt nadere regelen inzake de ontheffing van dit verbod."
  8. Uit die bepalingen volgt: - dat elke ontbossing, ook wanneer zij vergunbaar is overeenkomstig artikel 90bis, § 1, Bosdecreet, steeds een vooraf af te leveren stedenbouwkundige vergunning vereist; - dat elke niet-vergunbare dan wel vergunbare maar niet vooraf vergunde ontbossing in strijd met de bepalingen van artikel 90bis, § 1, Bosdecreet, hoe dan ook zonder stedenbouwkundige vergunning geschiedt en bijgevolg een overtreding inhoudt van artikel 99, § 1, 2°, Stedenbouwdecreet
  9. De appelrechters, die oordelen dat de feiten van de telastlegginggen A en B, zoals gepreciseerd en geactualiseerd, dienen aangezien te worden als misdrijven in het Boswetboek en in het Bosdecreet, zodat bij toepassing van artikel 138, 2°, van het Wetboek van Strafvordering enkel de politierechtbank materieel bevoegd is daarvan kennis te nemen en na vernietiging van het beroepen vonnis zich niet bevoegd verklaren, schenden de boven vermelde bepalingen. Middel
  10. Het middel kan niet leiden tot cassatie zonder verwijzing en behoeft bijgevolg geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, wat de beslissing op de tegen de verweerder door de eiser ingestelde herstelvordering betreft. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Bepaalt de kosten op 429,81 euro, waarvan de eiser 191,69 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 29 juni 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100629.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20120904.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.