← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100629.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:

§ 3

, Wetboek van Strafvordering, noch

ige andere wettelijke bepaling, beletten dat de onderzoeksrechter vrij oordeelt of hij, gelet op de feitelijke omstandigheden eigen aan de zaak, voor de uitvoering van de beschikking tot machtiging van een bewakingsmaatregel op grond van artikel 90ter, Wetboek van Strafvordering, één of meerdere officieren van gerechtelijke politie aanwijst, die aldus elk afzonderlijk de vereiste machtiging hebben maar die daardoor niet verplicht zijn gezamenlijk of gelijktijdig op te treden. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen Vrije woorden: Afluistermaatregel - Uitvoering van de beschikking - Aanwijzing door de onderzoeksrechter van één of meerdere officieren van gerechtelijke politie Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 90ter

90quater, § 1, tweede lid, 5°,

§ 3

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSRECHTER UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen Vrije woorden: Afluistermaatregel - Uitvoering van de beschikking - Aanwijzing van één of meerdere officieren van gerechtelijke politie Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 90ter

90quater, § 1, tweede lid, 5°,

§ 3

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen Vrije woorden: Afluistermaatregel - Uitvoering van de beschikking - Aanwijzing door de onderzoeksrechter van één of meerdere officieren van gerechtelijke politie Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 90ter

90quater, § 1, tweede lid, 5°,

§ 3

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 4 - 5 'Eén maand' in de zin van artikel 90quater, § 1, tweede lid, 4°, Wetboek van Strafvordering vangt aan de dag van de beschikking tot machtiging van een bewakingsmaatregel op grond van artikel 90ter, Wetboek van Strafvordering, eventueel van het uur vermeld in die beschikking, tot dezelfde dag maar dan één maand later, eventueel tot hetzelfde uur als vermeld in de beschikking van de onderzoeksrechter

(1).
(1)Het openbaar ministerie had in zijn conclusie de problematiek van de berekening van de periode, tijdens dewelke een bewakingsmaatregel mag worden uitgevoerd, niet ontmoet. Het was van oordeel dat, waar de eisers (onder andere) de wijze bekritiseerden waarop het bestreden arrest de termijn van één maand voorzien in de beschikking tot machtiging van de bewakingsmaatregel op grond van artikel 90ter van het Wetboek van Strafvordering berekende,

er van uitgingen dat machtiging werd verleend voor een periode van langer dan één maand, het middel niet in concreto aanduidde dat er privé-communicatie tijdens de overbrenging ervan werd afgeluisterd of opgenomen, buiten de periode van één maand. In die optiek kon het middel niet tot cassatie leiden

was het niet ontvankelijk. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen Vrije woorden: Afluistermaatregel - Beschikking tot machtiging - Periode van één maand tijdens dewelke de bewaking kan worden uitgeoefend - Berekening Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 90ter

90quater, § 1, tweede lid, 4° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen Vrije woorden: Afluistermaatregel - Beschikking tot machtiging - Periode van één maand tijdens dewelke de bewaking kan worden uitgeoefend - Berekening Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 90ter

90quater, § 1, tweede lid, 4° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 6 - 7 Artikel 25, Strafwetboek, regelt de duur van de gevangenisstraf

heeft geen betrekking op de periode tijdens dewelke, volgens artikel 90quater, § 1, tweede lid, 4°, Wetboek van Strafvordering, de bewaking kan worden uitgeoefend. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen Vrije woorden: Afluistermaatregel - Beschikking tot machtiging - Periode van één maand tijdens dewelke de bewaking kan worden uitgeoefend - Artikel 25, Strafwetboek - Toepasselijkheid Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 25 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 90quater, § 1, tweede lid, 4° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Algemeen Vrije woorden: Afluistermaatregel - Beschikking tot machtiging - Periode van één maand tijdens dewelke de bewaking kan worden uitgeoefend - Artikel 25, Strafwetboek - Toepasselijkheid Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 25 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 90quater, § 1, tweede lid, 4° - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.10.0581.N I G. A. A. alias A. alias R., beklaagde, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Fréderic Thiebaut, advocaat bij de balie te Mechelen. II M. A. B., beklaagde, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Andries Peperstraete, advocaat bij de balie te Leuven. III D. I. C. alias D., beklaagde, gedetineerd, eiser, met als raadslieden mr. Marijn Van Nooten

mr. Sven Mary, advocaten bij de balie te Brussel. IV F. M., beklaagde, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Mieke Thijssen, advocaat bij de balie te Brussel, alle cassatieberoepen tegen

  1. A. E. A., burgerlijke partij,
  2. K. E. J., burgerlijke partij,
  3. R. C., burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 3 maart
  4. De eiser I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. De eisers III

IV voeren in memories die aan dit arrest zijn gehecht, elk een zelfde middel aan. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. VOORAFGAANDE RECHTSPLEGING De onderzoeksrechter heeft voor de feiten waarvan de eisers verdacht worden, op 11 december 2008 een beschikking genomen houdende machtiging tot afluisteren, kennisnemen

opnemen van privé-communicatie

telecommunicatie, verleend aan meerdere officieren van gerechtelijke politie, met de vermelding dat "de huidige beschikking een aanvang neemt op heden, 11/12/2008, om 08.00 uur,

geldig is tot

met 11/01/2009, om 08.00". Op grond van artikel 90quater, § 1, tweede lid, 4°, Wetboek van Strafvordering dat de periode tijdens welke de bewaking kan worden uitgeoefend op maximum één maand bepaalt, oordeelt de eerste rechter dat de door de onderzoeksrechter bepaalde termijn één dag te lang is. Het beroepen vonnis verklaart die onderzoeksmaatregel nietig. Op grond van de artikelen 52, eerste lid, 53, eerste lid,

54 Gerechtelijk Wetboek, zegt het arrest dat die termijn moet berekend worden vanaf de zoveelste van de maand tot de dag vóór de zoveelste

zulks vanaf de dag na die van de akte die de termijn doet ingaan

dat de vervaldag in de termijn is begrepen. Op die grond oordelen de appelrechters dat de beschikking van machtiging tot telefoontap de maximumtermijn van één maand niet overschrijdt. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel van de eiser I Eerste onderdeel

  1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 90quater, § 1, tweede lid, 5°, Wetboek van Strafvordering: het arrest neemt ten onrechte aan dat de regelmatigheid van de beschikking van de onderzoeksrechter overeenkomstig artikel 90quater Wetboek van Strafvordering, niet aangetast wordt doordat die beschikking meerdere officieren van gerechtelijke politie voor de uitvoering van die maatregel aanwijst.
  2. Noch artikel 90quater, § 1, tweede lid, 5°,

§ 3

, Wetboek van Strafvordering, noch

ige andere wettelijke bepaling, belet dat de onderzoeksrechter vrij oordeelt of hij, gelet op de feitelijke omstandigheden eigen aan de zaak, voor de uitvoering van de beschikking tot machtiging, één of meerdere officieren van gerechtelijke politie aanwijst, die aldus elk afzonderlijk de vereiste machtiging hebben maar die daardoor niet verplicht zijn gezamenlijk of gelijktijdig op te treden. Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. Tweede onderdeel

  1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest beantwoordt eisers verweer niet dat verwijst naar de bepalingen van artikel 60sexies (lees: 90sexies) Wetboek van Strafvordering; de motivering is ook tegenstrijdig.
  2. De verwijzing naar een wettelijke bepaling zonder daaruit een rechtsgevolg te trekken, is geen verweer dat de rechter moet beantwoorden. Het onderdeel faalt in zoverre naar recht.
  3. Voor het overige ontwaart het Hof de aangevoerde tegenstrijdigheid niet. Het onderdeel mist in zoverre feitelijke grondslag. Tweede middel van de eiser I Eerste onderdeel
  4. Het onderdeel voert schending aan van artikel 48 Gerechtelijk Wetboek: het arrest maakt bij de controle van de geldigheidsduur van de beschikking zoals bepaald in artikel 90quater, § 1, tweede lid, 4°, Wetboek van Strafvordering, wat een onderzoeksdaad is, onterecht toepassing van de artikelen 52, eerste lid, 53, eerste lid,

54 Gerechtelijk Wetboek, die uitsluitend "proceshandelingen" betreffen zoals bedoeld in artikel 48 Gerechtelijk Wetboek.

  1. Artikel 2 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de regels van dat wetboek toepasselijk zijn op alle rechtsplegingen behoudens wanneer deze geregeld worden door niet uitdrukkelijk opgeheven wetsbepalingen of door rechtsbeginselen waarvan de toepassing niet verenigbaar is met de toepassing van de bepalingen van dit wetboek.
  2. Artikel 90quater, § 1, tweede lid, 4°, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de beschikking van de onderzoeksrechter op straffe van nietigheid wordt gedagtekend

de periode vermeldt tijdens welke de bewaking kan worden uitgeoefend, welke niet langer mag zijn dan één maand te rekenen van de beslissing waarbij de maatregel wordt bevolen. Omdat die bepaling uitdrukkelijk vermeldt dat de periode aanvangt op de dag van de beslissing

niet langer mag zijn dan één maand, wijkt ze af van de termijnbepalingen waarin het Gerechtelijk Wetboek voorziet voor het verrichten van proceshandelingen. Dit betekent dat ‘een maand' in de zin van artikel 90quater, § 1, tweede lid, 4°, Wetboek van Strafvordering aanvangt de dag van de beschikking, eventueel van het uur vermeld in die beschikking, tot dezelfde dag maar dan één maand later, eventueel tot hetzelfde uur als vermeld in de beschikking van de onderzoeksrechter. 9. Op grond van die redenen is het oordeel van het arrest dat de termijn die "een aanvang neemt op 11/12/2008, 08.00 uur,

geldig is tot 11/01/2009, om 08.00 uur" een maand niet overschrijdt, naar recht verantwoord. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel

  1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 90quater, § 1, tweede lid, 5° (lees: 4°), Wetboek van strafvordering: het arrest past onterecht artikel 52 Gerechtelijk Wetboek toe voor de berekening van de periode waarbinnen de bewaking mag worden uitgevoerd.
  2. Uit het antwoord op het eerste onderdeel van het tweede middel blijkt dat de bepalingen van artikel 52 Gerechtelijk Wetboek hier niet van toepassing zijn, maar dat op grond van de feitelijke vaststellingen van de appelrechters hun beslissing toch naar recht verantwoord is. Het middel kan niet worden aangenomen. Eerste middel van de eiser II
  3. Het middel voert schending aan van de artikelen 90ter

90quater Wetboek van Strafvordering

miskenning van het recht van verdediging: het arrest oordeelt onterecht dat het volstaat dat een afschrift van de machtiging tot telefoontap bij het strafdossier is gevoegd.

  1. Het middel preciseert niet hoe of waardoor het bestreden arrest onwettig zou zijn omdat het oordeelt dat de voeging van een afschrift van de machtiging tot telefoontap bij het strafdossier volstaat. Het middel is bij gebrek aan nauwkeurigheid, niet ontvankelijk. Tweede middel van de eiser II
  2. Het middel voert schending aan van artikel 8.1 EVRM

de artikelen 90ter

90quater Wetboek van Strafvordering: het arrest oordeelt ten onrechte dat de aanwijzing van meerdere officieren van gerechtelijke politie de regelmatigheid van de beschikking van machtiging tot telefoontap, niet aantast.

  1. Uit de redenen vermeld in het antwoord op het eerste onderdeel van het eerste middel van de eiser I, volgt dat het middel faalt naar recht. Derde middel van de eiser II
  2. Het middel voert schending aan van artikel 8.1 EVRM, de artikelen 90ter

90quater Wetboek van Strafvordering

artikel 25 Strafwetboek: het arrest laat ten onrechte de telefoontap toe gedurende 31 dagen; dat is in strijd met artikel 25 Strafwet dat de duur van een maand gevangenisstraf bepaalt op 30 dagen. 17. Artikel 25 Strafwetboek regelt de duur van de gevangenisstraf

heeft geen betrekking op de periode tijdens welke, volgens artikel 90quater, § 1, tweede lid, 4°, Wetboek van Strafvordering, de bewaking kan worden uitgeoefend. In zoverre het middel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht. 18. Waar het middel schending aanvoert van artikel 8.1 EVRM zegt het

kel dat "telecommunicatie immers valt onder de term correspondentie van artikel 8.1 EVRM",

preciseert het dus niet hoe

waardoor het bestreden arrest die bepaling schendt. In zoverre is het middel bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk. Middel van de eisers III

IV 19. De onderdelen van het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet

artikel 90quater, § 1, tweede lid, 4°, Wetboek van Strafvordering, evenals miskenning van de motiveringsplicht: - het arrest past onterecht de artikelen 48

volgende Gerechtelijk Wetboek toe voor de berekening van de periode van machtiging tot telefoontap vermits die artikelen alleen betrekking hebben op proceshandelingen

niet op onderzoeksdaden (eerste onderdeel); - in zoverre toepassing wordt gemaakt van artikel 54 Gerechtelijk Wetboek, vormt de datum van de beschikking het vertrekpunt van de berekening van de termijn van een maand zoals bedoeld in artikel 90quater, § 1, tweede lid, 4°, Wetboek van Strafvordering (tweede onderdeel); - "zelfs indien men van uur tot uur zou rekenen, dan nog loopt de periode zoals weerhouden in de betreffende beschikking van 1 december 2008 méér dan een maand, het weze 31 dagen

1 minuut" (derde onderdeel). 20. Op grond van de redenen vermeld in het antwoord op het tweede onderdeel van het eerste middel van de eiser I, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht dat de termijn die "een aanvang neemt op 11/12/2008, 08.00 uur,

geldig is tot 11/01/2009, om 08.00 uur" een maand niet overschrijdt. De onderdelen kunnen niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissingen op de strafvordering. 21. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zij in acht genomen

de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum, Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten in het geheel op 155,79 euro waarvan eiser I 38,94 euro verschuldigd is

de eisers II, III

IV elk 38,95 euro verschuldigd zijn. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter,

de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Geert Jocqué

Filip Van Volsem,

op de openbare rechtszitting van 29 juni 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100629.2 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100727.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.