id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100629.3 Rolnummer: P.10.0225.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2010-07-01 Raadplegingen: 220 - laatst gezien 2026-07-02 16:45 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Er bestaat een positief bevoegdheidsconflict wanneer twee of meer niet tot het rechtsgebied van hetzelfde hof van beroep behorende rechtbanken alvorens over de grond van de zaak te oordelen, zich bevoegd verklaren omtrent dezelfde of samenhangend aangewezen feiten of wanneer dergelijke feiten door twee of meer verwijzingsbeschikkingen bij rechtbanken die niet tot het rechtsgebied van hetzelfde hof van beroep behoren aanhangig zijn gemaakt. Thesaurus CAS: REGELING VAN RECHTSGEBIED - STRAFZAKEN - Tussen vonnisgerechten UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE (STRAFZAKEN) - Regeling van rechtsgebied Vrije woorden: Positief bevoegdheidsconflict - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 526 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 2 Er is geen grond tot regeling van rechtsgebied wanneer de misdrijven waarvoor de beklaagde voor twee rechtbanken, die niet tot het rechtsgebied van hetzelfde hof van beroep behoren, terechtstaat, niet in een zodanig onderling verband schijnen te staan dat de gezamenlijke behandeling ervan door één en dezelfde rechter in het belang van een goede rechtsbedeling is
(1).
(1)Zie Cass., 8 mei 2001, AR P.01.0314.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010508.19, A.C., 2001, nr. 261; Cass., 12 maart 2002, AR P.02.0108.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020312.12, A.C., 2002, nr.
- Thesaurus CAS: REGELING VAN RECHTSGEBIED - STRAFZAKEN - Tussen vonnisgerechten UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE (STRAFZAKEN) - Regeling van rechtsgebied Vrije woorden: Positief bevoegdheidsconflict - Vervolging voor gerechten van verschillende rechtsgebieden - Verschillende misdrijven - Geen zodanig onderling verband dat de gezamenlijke behandeling in het belang van een goede rechtsbedeling is Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 526 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.10.0225.N J. C. K. J., beklaagde, verzoeker tot regeling van rechtsgebied, met als raadsman mr. Eric Pringuet, advocaat bij de balie te Gent. I. RECHSTPLEGING VOOR HET HOF In het verzoek dat aan dit arrest is gehecht, vraagt de verzoeker de regeling van rechtsgebied. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- De verzoeker vordert de regeling van rechtsgebied in verband met: - de verwijzing van de verzoeker naar de correctionele rechtbank bij beschikking van 12 mei 2006 van de raadkamer te Turnhout (TU.61.97.100440/03) wegens: A: te Lille en elders in het Rijk tussen 1 september en 1 oktober 2003, inbreuk op de regelgeving inzake de benaming, de kenmerken en het loodgehalte van benzine voor motorvoertuigen; B: te Lille, tussen 5 mei 2002 en 14 december 2003, ontdraging van beslagen diesel; D2-4, E en F: te Lille tussen 13 december 2003 en 17 december 2003, inbreuken op het milieuvergunningsdecreet; - de door de minister van Financiën aan de verzoeker betekende dagvaarding om te verschijnen voor de correctionele rechtbank te Turnhout (TU.61.97.100168/06) wegens te Lille of elders in het Rijk, in de periode van 1 april 2005 tot 1 september 2006, I en II: inbreuken inzake accijnzen op benzine en gasolie ; - de door de minister van Financiën aan de verzoeker betekende dagvaarding om te verschijnen voor de correctionele rechtbank te Turnhout (TU.79.97.1/07), wegens te Lille of elders in het Rijk, in de periode van 26 augustus 2003 tot en met 11 december 2003, I en II: inbreuken inzake accijnzen op motorbenzine; - de door de procureur des Konings te Turnhout aan de verzoeker betekende dagvaarding om te verschijnen voor de correctionele rechtbank te Turnhout (TU.61.99.42/07) wegens te Lille en of elders in het gerechtelijk arrondissement Turnhout en of bij samenhang te Brussel en of te Elsene, gerechtelijk arrondissement Brussel en of bij samenhang te Charleroi, gerechtelijk arrondissement Charleroi en of bij samenhang te Bergen, gerechtelijk arrondissement Bergen en of bij samenhang elders in het Rijk, A: valsheid in geschriften en gebruik, van 23 mei 2005 tot 5 februari 2007; B: btw-valsheid en gebruik, van 23 mei 2005 tot 5 februari 2007; C: inbreuken op de Boekhoudwet, tussen 31 maart 2005 en 1 september 2006; - de door de minister van Financiën aan de verzoeker betekende dagvaarding om te verschijnen voor de correctionele rechtbank te Turnhout (TU.78.99.146/08) wegens te Lille of elders in het Rijk, in de periode van 2 november 2006 tot 24 januari 2007, I en II: inbreuken inzake accijnzen op gasolie; - de verwijzing van de verzoeker bij beschikking van 4 december 2009 van de raadkamer te Brussel (BR.78.97.1840/08) naar de correctionele rechtbank, met aanneming van verzachtende omstandigheden voor de telastlegging A, wegens in het gerechtelijk arrondissement Brussel en bij samenhang elders in het Rijk, met name in het gerechtelijk arrondissement Turnhout en Antwerpen, tussen 6 september 2005 en 3 juni 2008: A : valsheid in geschriften en gebruik; B : inbreuken op het Btw-wetboek; C : verduistering van actief; D: witwassen; E : laattijdige aangifte van de faillissementstoestand; F: het zich verschaffen van een kunstmatig en belastend krediet; G: inbreuk op de Boekhoudwet.
- De correctionele rechtbank te Turnhout beslist bij vonnis van 8 april 2009 als volgt : - de samenvoeging in het belang van een goede rechtsbedeling gelet op het dermate samenhangend zijn van de vijf zaken met notitienummers TU.61.97.100440/03, TU.61.97.100168/06, TU.79.97.1/07, TU.61.99.42/07 en TU.78.99.146/08; - de afwijzing van het verzoek om een conclusie van onder meer de eiser uit het debat te weren; - het niet-gelasten van de kamer van inbeschuldigingstelling te Antwerpen met de door artikel 189ter Wetboek van Strafvordering bedoelde controle van de bijzondere opsporingsmethode; - de heropening van het debat teneinde met alle betrokkenen afspraken te maken met betrekking tot de ordening en de verdere afloop van de rechtspleging. Bij vonnis van 13 januari 2010 stelt de correctionele rechtbank te Turnhout, alvorens verder recht te doen, in de vijf samengevoegde zaken vier prejudiciële vragen aan het Grondwettelijk Hof. In afwachting van een antwoord op deze vragen, stelt de rechtbank de behandeling van de zaak onbepaald uit.
- De correctionele rechtbank te Brussel stelt op de openbare rechtszitting van 4 februari 2010, gelet op het verzoek tot regeling van rechtsgebied, de behandeling van de zaak uit.
- De verzoeker baseert zijn verzoek op het bestaan van een positief bevoegdheidsconflict wegens de samenhang die ten gevolge van de voormelde beslissingen is ontstaan met betrekking tot de bij de correctionele rechtbanken te Turnhout en te Brussel aanhangige zaken.
- Er bestaat een positief bevoegdheidsgeschil wanneer twee of meer niet tot het rechtsgebied van hetzelfde hof van beroep behorende rechtbanken alvorens over de grond van de zaak te oordelen, zich bevoegd verklaren omtrent dezelfde of samenhangend aangewezen feiten of wanneer dergelijke feiten door twee of meer verwijzingsbeschikkingen bij rechtbanken die niet tot het rechtsgebied van hetzelfde hof van beroep behoren, aanhangig zijn gemaakt.
- Geen van de twee rechtbanken waarbij de respectieve zaken aanhangig zijn, heeft reeds over de grond van de zaak geoordeeld. De correctionele rechtbank te Turnhout heeft zich met het vonnis van 8 april 2009 bevoegd verklaard om van de vijf zaken kennis te nemen. Tegen de beschikkingen van 12 mei 2006 en van 4 december 2009 staat alsnog geen rechtsmiddel open. Tegen het vonnis van 8 april 2009 werd geen rechtsmiddel aangewend.
- De misdrijven waarvoor de verzoeker voor de correctionele rechtbanken te Turnhout en te Brussel terechtstaat, schijnen niet in een zodanig onderling verband te staan dat de gezamenlijke behandeling ervan door een en dezelfde rechter in het belang van een goede rechtsbedeling is. De omstandigheden dat deze misdrijven deels in dezelfde periodes en deels op dezelfde plaatsen zouden zijn gepleegd, dat de correctionele rechtbank te Turnhout de bij haar aanhangige zaken heeft samengevoegd en dat bepaalde informatie van de zaak waarvoor de verzoeker is verwezen naar de correctionele rechtbank te Brussel, haar oorsprong lijkt te vinden in een dossier dat aanhangig is bij de correctionele rechtbank te Turnhout, doet daaraan geen afbreuk. Er bestaat derhalve geen grond tot regeling van rechtsgebied. Dictum Het Hof, Verwerpt het verzoek. Veroordeelt de verzoeker in de kosten. Bepaalt de kosten tot op heden op 0 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 29 juni 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100629.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010508.19 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020312.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div