id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100629.4 Rolnummer: P.10.0897.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-07-01 Raadplegingen: 682 - laatst gezien 2026-07-02 16:46 Versie(s): Vertaling FR Fiche Overmacht waardoor een na het verstrijken van de wettelijke termijn ingesteld cassatieberoep ontvankelijk is, kan enkel voorvloeien uit een omstandigheid buiten de wil van de eiser die deze omstandigheid niet heeft kunnen voorzien noch voorkomen en waardoor het hem onmogelijk was tijdig zijn rechtsmiddel aan te wenden
(1)Cass., 30 april 2002, AR P.00.1617.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020430.1, A.C., 2002, nr. 262; Cass., 30 sept. 2003, AR P.02.1415.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030930.5-P.03.0312.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030930.5, A.C., 2003, nr.
- Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Duur, begin en einde UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Algemeen Vrije woorden: Einde - Wettelijke termijn van vijftien vrije dagen - Cassatieberoep na het verstrijken van de wettelijke termijn - Overmacht Tekst van de beslissing Nr. P.10.0897.N J. M., , beklaagde, gedetineerd, eiser, met als raadsman Tom Michaux, advocaat bij de balie te Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 28 april
- De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het geschrift ontvangen op 22 juni 2010
- Het geschrift dat in strijd met artikel 420bis, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, minder dan 8 dagen vóór de rechtszitting is ontvangen, is niet ontvankelijk. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep Middel
- Het middel voert overmacht aan: de eiser werd in dwaling gebracht door verkeerde informatie omtrent zijn detentietoestand en een eventuele mogelijkheid van voorwaardelijke invrijheidstelling.
- Krachtens artikel 359 Wetboek van Strafvordering bedraagt de termijn voor de veroordeelde om cassatieberoep in te stellen vijftien vrije dagen; die termijn begint te lopen de dag na die waarop het arrest is uitgesproken.
- Overmacht waardoor een na het verstrijken van de wettelijke termijn ingesteld cassatieberoep ontvankelijk is, kan enkel voorvloeien uit een omstandigheid buiten de wil van de eiser die deze omstandigheid niet heeft kunnen voorzien noch voorkomen en waardoor het hem onmogelijk was tijdig zijn rechtsmiddel aan te wenden. Het feit dat de eiser als overmacht aanvoert is de weigering van de minister van Justitie de voorwaardelijke invrijheidstelling toe te staan die noodzakelijk was voor zijn overbrenging naar een medische instelling waar hij voor zijn reclassering wou opgenomen worden, terwijl hij erop rekende dat die voorwaardelijke invrijheidstelling hem wel zou worden toegestaan. Die omstandigheid heeft evenwel enkel betrekking op de beweegredenen van de eiser cassatieberoep in te stellen, maar is geen omstandigheid onafhankelijk van zijn wil die hem belet heeft zijn rechtsmiddel tijdig aan te wenden. De eiser die kennis had van het bestreden arrest, had integendeel de mogelijkheid om tijdig cassatieberoep in te stellen. Het feit dat hij dit wegens opportuniteitsredenen niet tijdens de daartoe bepaalde termijn gedaan heeft, doet hieraan geen afbreuk. De overmacht is niet bewezen. Het cassatieberoep is niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Bepaalt de kosten op 57,12 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 29 juni 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100629.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20120112.5 precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020430.1 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030930.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171024.2 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171031.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div