id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 juli 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100706.2 Rolnummer: P.10.1095.N Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2010-07-12 Raadplegingen: 574 - laatst gezien 2026-07-02 16:43 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wanneer de rechter wordt verzocht te oordelen over het recht van de gedetineerde om binnen een redelijke termijn te worden berecht of hangende het proces in vrijheid te worden gesteld, moet hij dat recht beoordelen in het licht van de concrete gegevens van de zaak
(1)Zie Cass., 7 mei 2003, AR P.03.0620.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030507.17, A.C., 2003, nr. 280; Cass., 25 juni 2008, AR P.08.0963.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080625.4, A.C., 2008, nr.
- Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Vrijheid, veiligheid - art. 5 - Rechten gearresteerde/gevangen gehoudene: verschijnen voor rechter Vrije woorden: Redelijke termijn - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 5.3 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.3 UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Vrijheid, veiligheid - art. 5 - Rechten gearresteerde/gevangen gehoudene: verschijnen voor rechter Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Handhaving - Redelijke termijn - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 5.3 Tekst van de beslissing Nr. P.10.1095.N M. M., inverdenkinggestelde, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Victor Van Aelst, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 21 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Artikel 5.3 E.V.R.M. waarborgt het recht van de gedetineerde om binnen een redelijke termijn te worden berecht of hangende het proces in vrijheid te worden gesteld. Wanneer de rechter hierom wordt verzocht moet hij dat recht beoordelen in het licht van de concrete gegevens van de zaak. In zijn conclusie voor de kamer van inbeschuldigingstelling heeft de eiser de lange duur van de voorlopige hechtenis ingeroepen en aangevoerd dat hij sinds de maand februari 2010 niet meer werd ondervraagd, dat er sinds drie maanden geen duidelijkheid is over de al dan niet uitvoering van een internationale rogatoire opdracht, dat sinds februari 2010 het onderzoek toegespitst werd op een luik waarin de eiser niet naar voren komt, dat op 7 mei 2010 de procureur des Konings de onderzoeksrechter verzocht om het dossier mede te delen voor het opstellen van de eindvordering, dat op 17 mei 2010, naar aanleiding van het hoger beroep van de procureur des Konings tegen de weigering van de onderzoeksrechter, de kamer van inbeschuldigingstelling deze laatste bevolen heeft het dossier aan het parket mede te delen. De eiser heeft aldus verschillende omstandigheden aangevoerd die, volgens hem, het bestaan van een werkelijke vereiste van openbaar belang die een aanhoudende afwijking van de regel van de eerbiediging van de individuele vrijheid verantwoordt, kunnen uitsluiten. Bijgevolg heeft de kamer van inbeschuldigingstelling, door alleen erop te wijzen dat gelet op de complexiteit van het onderzoek, het aantal verdachten en de omvang en de ernst van de ten laste gelegde feiten, het gerechtelijk onderzoek een normaal verloop en geen onrechtmatige vertraging kent, haar beslissing om de voorlopige hechtenis opnieuw te handhaven, niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Overige middelen De overige middelen kunnen niet tot een cassatie zonder verwijzing leiden. Zij behoeven aldus geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 156,56 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Jean de Codt, als voorzitter, en de raadsheren Albert Fettweis, Sylviane Velu, Benoît Dejemeppe en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 6 juli 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Jean de Codt, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100706.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221220.2N.32 precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030507.17 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080625.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140701.2 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210119.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div