id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 juli 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:
Art. 8- 30 Link Justel databank 19501104-30 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art.
458 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: BEROEPSGEHEIM Vrije woorden: Advocaat - Verdachte activiteiten - Onderzoek in strafzaken - Onderzoeksrechter - Inbeslagname van stukken - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 8- 30 Link Justel databank 19501104-30 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art.
458 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: ADVOCAAT Vrije woorden: Verdachte activiteiten - Beroepsgeheim - Onderzoek in strafzaken - Onderzoeksrechter - Inbeslagname van stukken - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 8- 30 Link Justel databank 19501104-30 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art.
458 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 8 Vrije woorden: Recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven - Verdachte activiteiten van een advocaat - Onderzoek in strafzaken - Onderzoeksrechter - Inbeslagname van stukken - Beroepsgeheim - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 8- 30 Link Justel databank 19501104-30 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art.
458 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.10.1096.N K.S., inverdenkinggestelde, eiseres, met als raadslieden mr. Dirk Grootjans, advocaat bij de balie te Antwerpen, mr. Walter Van Steenbrugge en mr. Joachim Meese, advocaten bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 21 juni
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Ter zitting van 6 juli 2010 heeft raadsheer Geert Jocqué verslag uitgebracht en heeft advocaat-generaal Guy Dubrulle geconcludeerd. Op 9 juli 2010 heeft de eiseres een replieknota neergelegd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 16, § 2, tweede lid, 35 en 36 Voorlopige Hechteniswet en miskenning van het recht van verdediging: de beslissing van de onderzoeksrechter vermeldt niet dat de eiser werd gehoord over de mogelijkheid om een bevel tot aanhouding uit te vaardigen of welbepaalde voorwaarden op te leggen.
- Krachtens artikel 35, § 1, Voorlopige Hechteniswet kan de onderzoeksrechter in de gevallen waarin voorlopige hechtenis kan worden bevolen of gehandhaafd onder de in artikel 16, § 1, bepaalde voorwaarden, de betrokkene in vrijheid laten onder oplegging van een of meer voorwaarden voor de tijd die hij bepaalt en maximum voor drie maanden. Krachtens artikel 16, § 2, moet de onderzoeksrechter alvorens een bevel tot aanhouding te verlenen de verdachte ondervragen over de feiten die aan de beschuldiging ten grondslag liggen en die aanleiding kunnen geven tot de afgifte van een bevel tot aanhouding en zijn opmerkingen horen.
- Uit deze bepalingen volgt niet dat het opleggen van voorwaarden zoals bedoeld in artikel 35, § 1, onderworpen is aan de vereisten voor de afgifte van een bevel tot aanhouding voorzien in artikel 16, §
- Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 5.2 EVRM en de artikelen 16, § 5, en 35, § 2, Voorlopige Hechteniswet en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging: de beschikking die een beperking inhoudt van het recht op vrijheid moet de opgave van het feit bevatten waarvoor die beperking wordt uitgesproken; een loutere vermelding van een abstracte kwalificatie zonder afbakening in tijd en ruimte volstaat niet.
- De beslissing tot invrijheidstelling onder voorwaarden beperkt zich niet tot de weergave van de kwalificatie van het misdrijf. Zij preciseert de feiten waarop de inverdenkingstelling steunt, nl. een commissionairsovereenkomst gedagtekend op 2 maart 2008 en die ogenschijnlijk pas in januari 2009 door de eiseres werd opgemaakt om te dienen in een gerechtelijke procedure. Het middel mist feitelijke grondslag. Derde middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 5.2 en 8 EVRM en de artikelen 16, § 5, en 35, § 2, Voorlopige Hechteniswet en artikel 13 van de wet van 9 december 2004 betreffende de wederzijdse internationale rechtshulp in strafzaken en tot wijziging van artikel 90ter Wetboek van Strafvordering en miskenning van de algemene rechtsbeginselen van het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces. Eerste onderdeel
- Het onderdeel verwijt het arrest het vertrouwelijke karakter van de briefwisseling tussen een advocaat en zijn cliënt te schenden.
- Het beroepsgeheim waaraan de leden van de balie zijn onderworpen, berust op de noodzaak volledige veiligheid te verzekeren aan degenen die zich aan hen toevertrouwen. Noch artikel 458 Strafwetboek, noch artikel 8 EVRM beletten echter de inbeslagname en het gebruik door een onderzoeksrechter van stukken die betrekking hebben op de verdachte activiteiten van een advocaat.
- Het bestreden arrest oordeelt dat de manier waarop de verbalisanten de wijze van uitvoering van de huiszoeking en inbeslagname in Monaco omschrijven niet toelaat tot de conclusie te komen dat het beroepsgeheim van de advocaat werd geschonden. Het voegt eraan toe dat pas nadat aanwijzingen gevonden werden betreffende de van valsheid betichte stukken, een uitbreidende vordering door de procureur des Konings kon worden genomen en vervolgens de geijkte procedure (tussenkomst stafhouder van de balie) kon worden toegepast. Tenslotte stelt het vast dat het strafdossier geen enkel element bevat dat tot enige onregelmatigheid bij de huiszoeking en inbeslagname in Monaco, uitgevoerd in het kader van een rogatoire opdracht onder toezicht van de plaatselijke onderzoeksrechter, en elders, kan leiden. In zoverre het onderdeel opkomt tegen het onderzoek van de feiten door de appelrechters of het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is, is het niet ontvankelijk.
- Door de voormelde overwegingen verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Het onderdeel verwijt het bestreden arrest artikel 13 van de wet van 9 december 2004 betreffende de wederzijdse internationale rechtshulp in strafzaken te schenden.
- Uit de voor de kamer van inbeschuldigingstelling neergelegde conclusie blijkt niet dat de eiseres schending van deze bepaling heeft ingeroepen. Het onderdeel dat voor het eerst voor het Hof wordt aangevoerd, is niet ontvankelijk. Derde onderdeel
- Het onderdeel verwijt de appelrechters hun beslissing te hebben genomen op basis van een dossier dat de stukken in verband met de in het buitenland verrichte onderzoeksmaatregelen niet bevat.
- Het onderdeel verplicht het Hof tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is. Het is niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Bepaalt de kosten op 60,26 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Jean de Codt, als voorzitter, en de raadsheren Albert Fettweis, Sylviane Velu, Benoît Dejemeppe en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 13 juli 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Jean de Codt, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100713.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20120503.7 ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170118.3 ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.066 ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.111 ECLI:BE:GHCC:2024:ARR.083 ECLI:BE:GHCC:2024:ARR.097 ECLI:BE:GHCC:2024:ARR.115 ECLI:BE:GHCC:2026:ARR.009 precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040609.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div