← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100727.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 juli 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100727.1 Rolnummer: P.10.1165.N Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2010-07-30 Raadplegingen: 598 - laatst gezien 2026-07-02 11:03 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, die een bijzonder hoofdstuk wijdt aan het cassatieberoep, heeft artikel 72 Vreemdelingenwet niet gewijzigd, zodat zelfs na de inwerkingtreding van de nieuwe wetsbepalingen artikel 31 Wet Voorlopige Hechtenis niet van toepassing is op het cassatieberoep en het cassatieberoep tegen een arrest dat zich in het kader van de Vreemdelingenwet uitspreekt over een maatregel van vrijheidsberoving onderworpen is aan de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering

(1).
(1)Cass., 14 maart 2001, AR P.01.0179.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010314.14, A.C., 2001, nr. 133 met concl. adv.-gen. Spreutels; Cass., 21 maart 2001, AR P.01.0163.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010321.13, A.C., 2001, nr. 152; Cass., 28 april 2009, AR P.09.0545.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090428.3, A.C., 2009, nr. 283; Cass., 23 juni 2009, AR P.09.0844.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090623.5, A.C., 2009, nr. 434. Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - VREEMDELINGEN - Vreemdelingenwetgeving - Rechtsmiddelen Vrije woorden: Vrijheidsberoving - Rechtsmiddelen - Cassatieberoep - Toepasselijke wetsbepalingen Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Allerlei UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - VREEMDELINGEN - Vreemdelingenwetgeving - Rechtsmiddelen Vrije woorden: Vreemdeling - Vrijheidsberoving - Termijn voor uitspraak door het Hof - Toepasselijke wetsbepalingen Fiches 3 - 5 De plaats waar een vreemdeling ter uitvoering van een op artikel 51/5, § 3, vierde lid, of op artikel 27, § 3, Vreemdelingenwet gegronde beslissing van vrijheidsberoving is opgesloten, is geen verblijfplaats in de zin van artikel 71, eerste lid, Vreemdelingenwet
(1).
(1)Cass., 26 nov. 2008, AR P.08.1616.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081126.6, A.C., 2008, nr. 674; de CODT J., "La compétence territoriale de la chambre du conseil à l'égard de l'étranger privé de liberté", Rev. Dr. Pén., 2008, 181-182, nrs. 5 en 6; DE KOCK M., DE CEUSTER J., DE JONGHE J. en VAN NUFFEL P., De nieuwe verblijfsregeling voor vreemdelingen, Antwerpen, Maarten Kluwer, 1982, p. 237, nr.
  1. Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - VREEMDELINGEN - Vreemdelingenwetgeving - Rechtsmiddelen Vrije woorden: Vreemdelingenwet - Administratieve maatregel van vrijheidsberoving - Beroep - Onderzoeksgerechten - Territoriale bevoegdheid - Criterium van de verblijfplaats Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - VREEMDELINGEN - Vreemdelingenwetgeving - Rechtsmiddelen Vrije woorden: Vreemdelingen - Vreemdelingenwet - Administratieve maatregel van vrijheidsberoving - Beroep - Territoriale bevoegdheid - Criterium van de verblijfplaats Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - VREEMDELINGEN - Vreemdelingenwetgeving - Rechtsmiddelen Vrije woorden: Territoriale bevoegdheid - Onderzoeksgerechten - Vreemdelingen - Vreemdelingenwet - Administratieve maatregel van vrijheidsberoving - Beroep - Criterium van de verblijfplaats Fiches 6 - 8 De plaats, waar een reeds op basis van artikel 51/5, § 3, vierde lid, Vreemdelingenwet, opgesloten vreemdeling zich bevindt op het ogenblik van het nemen of van het betekenen van een op artikel 27, § 3, van dezelfde wet gegronde beslissing van wederopsluiting, is geen plaats waar de vreemdeling werd aangetroffen in de zin van artikel 71, eerste lid, Vreemdelingenwet. Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - VREEMDELINGEN - Vreemdelingenwetgeving - Rechtsmiddelen Vrije woorden: Vreemdelingenwet - Administratieve maatregel van vrijheidsberoving - Beroep - Onderzoeksgerechten - Territoriale bevoegdheid - Plaats waar de vreemdeling wordt aangetroffen Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - VREEMDELINGEN - Vreemdelingenwetgeving - Rechtsmiddelen Vrije woorden: Vreemdelingen - Vreemdelingenwet - Administratieve maatregel van vrijheidsberoving - Beroep - Territoriale bevoegdheid - Plaats waar de vreemdeling wordt aangetroffen Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - VREEMDELINGEN - Vreemdelingenwetgeving - Rechtsmiddelen Vrije woorden: Territoriale bevoegdheid - Onderzoeksgerechten - Vreemdelingen - Vreemdelingenwet - Administratieve maatregel van vrijheidsberoving - Beroep - Plaats waar de vreemdeling wordt aangetroffen Tekst van de beslissing Nr. P.10.1165.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Migratie- en Asielbeleid, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 51, voor wie optreedt de fod Binnenlandse Zaken, dienst vreemdelingenzaken, met kantoor te 1000 Brussel, Antwerpsesteenweg 59B, ambtshalve tussenkomende partij, eiser, met als raadsman mr. Carmenta Decordier, advocaat bij de balie te Gent, tegen A. K., vreemdeling, aangehouden, verweerder, met als raadsman mr. Zouhaier Chihaoui, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 16 juni
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  3. De verweerder werpt de niet-ontvankelijkheid op van het cassatieberoep: het oordeel dat een ontvankelijk cassatieberoep mogelijk is tegen een arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat zijn onmiddellijke invrijheidstelling beveelt, houdt een schending in van artikel 5.1.f), EVRM; het is immers gesteund op twee allerminst duidelijke en toegankelijke arresten en het gaat in tegen een duidelijke tekst van artikel 73 Vreemdelingenwet.
  4. Volgens artikel 72, vierde lid, Vreemdelingenwet, wordt er behoudens de erin vermelde uitzonderingen, gehandeld overeenkomstig de wettelijke bepalingen op de voorlopige hechtenis. Deze bepaling, die geen melding maakt van het cassatieberoep, heeft enerzijds enkel betrekking op de behandeling van de beroepen bij de rechterlijke macht waarover de raadkamer en, in hoger beroep, de kamer van inbeschuldigingstelling, uitspraak doen, en verwijst anderzijds noodzakelijkerwijze naar de wet betreffende de voorlopige hechtenis die van kracht was op het ogenblik van de afkondiging van de Vreemdelingenwet. Deze wet van 20 april 1874 bevatte geen enkele bepaling over het cassatieberoep en het cassatieberoep werd ingesteld overeenkomstig de regels van het Wetboek van Strafvordering. De wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, die een bijzonder hoofdstuk wijdt aan het cassatieberoep, heeft artikel 72 Vreemdelingenwet, niet gewijzigd, zodat zelfs na de inwerkingtreding van de nieuwe wetsbepalingen artikel 31 Wet Voorlopige Hechtenis niet van toepassing is op het cassatieberoep en het cassatieberoep tegen een arrest dat zich uitspreekt over een maatregel van vrijheidsberoving onderworpen is aan de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering.
  5. Het bestaan van een cassatieberoep tegen een arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat de onmiddellijke invrijheidstelling beveelt van een vreemdeling, en de te volgen procedure, zijn geregeld door de nationale wetgeving. De bepalingen van het Wetboek van Strafvordering met betrekking tot het cassatieberoep in strafzaken zijn van toepassing. Die bepalingen zijn voldoende duidelijk en toegankelijk. De exceptie van niet-ontvankelijkheid kan niet worden aangenomen. Eerste middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 71, eerste lid, Vreemdelingenwet: aangezien er geen territoriale band is met het gerechtelijk arrondissement Brussel hebben de appelrechters zich ten onrechte bevoegd verklaard; het gesloten centrum te Steenokkerzeel waar de verweerder is opgesloten, kan niet worden aanzien als een verblijfplaats of een plaats waar de verweerder werd aangetroffen.
  7. Krachtens artikel 71, eerste lid, Vreemdelingenwet, kan de vreemdeling die het voorwerp is van een maatregel van vrijheidsberoving genomen met toepassing van de artikelen 7, 8bis, § 4, 25, 27, 29, tweede lid, 51/5, § 1, tweede lid, en § 3, vierde lid, 52/4, vierde lid, 54, 57/32, § 2, tweede lid, en 74/6, tegen die maatregel beroep instellen door een verzoekschrift neer te leggen bij de raadkamer van de correctionele rechtbank van zijn verblijfplaats in het Rijk of van de plaats waar hij werd aangetroffen.
  8. De plaats, waar een vreemdeling ter uitvoering van een op artikel 51/5, § 3, vierde lid, of op artikel 27, § 3, Vreemdelingenwet gegronde beslissing van vrijheidsberoving is opgesloten, is geen verblijfplaats in de zin van artikel 71, eerste lid, Vreemdelingenwet. De plaats, waar een reeds op basis van artikel 51/5, § 3, vierde lid, opgesloten vreemdeling, zich bevindt op het ogenblik van het nemen en of van het betekenen van een op artikel 27, § 3, Vreemdelingenwet gegronde beslissing van wederopsluiting, is geen plaats waar de vreemdeling werd aangetroffen in de zin van artikel 71, eerste lid, Vreemdelingenwet.
  9. De appelrechters die op basis van de vaststelling dat nadat de verweerder een verblijfplaats werd toegewezen te Maldegem, werd vastgehouden eerst te Vottem en nadien te Steenokkerzeel, oordelen dat de raadkamer te Brussel en zijzelf bevoegd zijn om uitspraak te doen over het verzoekschrift tot invrijheidstelling, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Overige middelen
  10. De overige middelen die niet kunnen leiden tot cassatie zonder verwijzing behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Veroordeelt de verweerder tot de kosten. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Bepaalt de kosten in het geheel op 304,40 euro waarvan 174,72 euro verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Jean de Codt, als voorzitter, en de raadsheren Christine Matray, Sylviane Velu, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 27 juli 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Jean de Codt, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100727.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010314.14 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010321.13 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081126.6 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090428.3 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090623.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100921.4 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170920.1 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200512.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.