← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100831.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 31 augustus 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100831.1 Rolnummer: P.10.1423.N Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-10-05 Raadplegingen: 521 - laatst gezien 2026-07-01 20:56 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Een verzoek tot invrijheidstelling op grond van artikel 71, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet kan overeenkomstig het derde lid van dat artikel om de maand worden ingediend; deze termijn van één maand dient gerekend te worden vanaf de laatste beschikking of arrest van het onderzoeksgerecht tot handhaving van de vasthouding

(1).
(1)Zie Cass., 1 okt. 2008, AR P.08.1355.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081001.2, A.C., 2008, nr. 518. Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - VREEMDELINGEN - Vreemdelingenwetgeving - Rechtsmiddelen Vrije woorden: Vrijheidsberoving - Hechtenis - Verzoek tot invrijheidstelling - Voorwaarden - Termijn van één maand - Berekening Wettelijke bepalingen: Wet - 15-12-1980 - Art. 71, eerste, tweede en derde lid Fiche 2 Een beslissing van de Staatssecretaris voor Migratie- en Asielbeleid tot verlenging van de opsluiting van de vreemdeling met toepassing van artikel 29, tweede lid, van de Vreemdelingenwet, maakt geen autonome titel van vrijheidsberoving uit; zulks impliceert dat tegen de aanvankelijke maatregel van vrijheidsberoving, waarvan de gevolgen blijven voortduren, tot de repatriëring, het rechtsmiddel openstaat dat bij de artikelen 71 en 72 van die wet is ingevoerd
(1).
(1)Zie Cass., 1 okt. 2008, AR P.08.1355.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081001.2, A.C., 2008, nr.
  1. Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - VREEMDELINGEN - Vreemdelingenwetgeving - Rechtsmiddelen Vrije woorden: Vrijheidsberoving - Hechtenis - Verlenging - Beslissing - Geen autonome titel Wettelijke bepalingen: Wet - 15-12-1980 - Artt. 29, tweede lid, 71 en 72 Tekst van de beslissing Nr. P.10.1423.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Migratie- en Asielbeleid, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 51, voor wie optreedt de fod Binnenlandse Zaken, dienst vreemdelingenzaken, met kantoor te 1000 Brussel, Antwerpsesteenweg 59B, ambtshalve tussenkomende partij, eiser, met als raadsman mr. Carmenta Decordier, advocaat bij de balie te Gent, tegen T.M.D., vreemdeling, aangehouden, verweerder, met als raadsman mr. Zouhaier Chihaoui, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 28 juli
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Vijfde middel
  3. Tegen de verweerder werd op 26 april 2010, met toepassing van artikel 7, eerste lid, 1°, tweede en derde lid, van de wet van 15 december 1980, een bevel uitgevaardigd om het grondgebied te verlaten, dat gepaard ging met een beslissing tot teruggeleiding naar de grens en een daartoe genomen maatregel van vrijheidsberoving. Op 6 mei 2010 werd tot de heropsluiting van de verweerder beslist op grond van artikel 27, derde lid, van de Vreemdelingenwet om reden dat hij geen gevolg heeft gegeven aan een bevel om het grondgebied te verlaten op 6 mei 2010 om 15.45 uur. Een verzoekschrift tot invrijheidstelling werd op 31 mei 2010 neergelegd, gericht tegen de beslissing tot heropsluiting van 6 mei
  4. Op 4 juni 2010 wees de raadkamer te Brussel dit verzoekschrift van de verweerder tot invrijheidstelling af. De kamer van inbeschuldigingstelling te Brussel verklaarde zich op 16 juni 2010 wegens territoriale onbevoegdheid zonder rechtsmacht om uitspraak te doen over dit verzoekschrift. Bij arrest van dit Hof van 27 juli 2010 werd het arrest van 16 juni 2010 tenietgedaan en de zaak voor behandeling verwezen naar het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld.
  5. De Staatssecretaris voor Migratie- en Asielbeleid besliste op 2 juli 2010 de opsluiting van de vreemdeling tot 4 september 2010 te verlengen met toepassing van artikel 29, tweede lid, van de Vreemdelingenwet. Op 12 juli 2010 legde de verweerder een verzoekschrift tot invrijheidstelling neer ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel. Bij beslissing van de raadkamer te Brussel van 15 juli 2010 werd dit verzoekschrift verworpen. Bij het bestreden arrest werd de bestreden beschikking van 15 juli 2010 tenietgedaan en werd de onmiddellijke invrijheidstelling van verweerder bevolen.
  6. Wat de toelaatbaarheid van het verzoekschrift tot invrijheidstelling van 12 juli 2010 betreft, voert eiser schending aan van artikel 71, derde lid, van de Vreemdelingenwet. Volgens de eiser kon de verweerder op 12 juli 2010 niet op ontvankelijke wijze een verzoek tot invrijheidstelling neerleggen, vermits nog geen maand verstreken was sedert het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling te Brussel van 16 juni 2010 waartegen verweerder cassatieberoep instelde dat bovendien schorsende werking had.
  7. Een verzoek tot invrijheidstelling kan overeenkomstig artikel 71, derde lid, van de Vreemdelingenwet pas om de maand worden ingediend. Deze termijn van één maand dient gerekend te worden vanaf de laatste beschikking of arrest van het onderzoeksgerecht tot handhaving van de vasthouding.
  8. De beslissing van de Staatssecretaris voor Migratie- en Asielbeleid van 2 juli 2010 tot verlenging van de opsluiting van de vreemdeling tot 4 september 2010, met toepassing van artikel 29, tweede lid, van de Vreemdelingenwet, maakt geen autonome titel van vrijheidsberoving uit. Zulks impliceert dat tegen de aanvankelijke maatregel, waarvan de gevolgen blijven voortduren, tot de repatriëring het rechtsmiddel kan worden opgeworpen dat bij de artikelen 71 en 72 van de wet is ingevoerd.
  9. Het verzoekschrift van 12 juli 2010 is louter gericht tegen de aanvankelijke maatregel van verwijdering zonder grieven aan te voeren tegen de beslissing tot verlenging van de opsluiting. De onderzoeksgerechten werden enkel verzocht zich uit te spreken over de wettelijkheid van de aanvankelijke maatregel van verwijdering.
  10. Aangezien de kamer van inbeschuldigingstelling zich laatst over de wettigheid van de vordering tot heropsluiting van 6 mei 2010 hadden uitgesproken op 16 juni 2010, en door verweerder cassatieberoep met schorsende werking werd aangetekend tegen dit arrest, kon hij op 12 juli 2010 nog geen ontvankelijk verzoek tot invrijheidsstelling neerleggen. Door dit voorbarig verzoekschrift niettemin ten gronde te onderzoeken heeft de kamer van inbeschuldigingstelling artikel 71, derde lid, van de Vreemdelingenwet geschonden. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Veroordeelt de verweerder in de kosten. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 360,37 euro waarvan 192,82 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit voorzitter Christian Storck, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Dirix, Alain Smetryns en Pierre Cornelis, en op de openbare rechtszitting van 31 augustus 2010 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100831.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130918.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081001.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100921.5 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110222.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.