id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 31 augustus 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100831.2 Rolnummer: P.10.1472.N Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Burgerlijk recht - Strafrecht - Arbeidsrecht - Overige Invoerdatum: 2010-10-05 Raadplegingen: 457 - laatst gezien 2026-07-01 13:29 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 4 Artikel 1, 1°, Wet Voorlopige Hechtenis, dat bepaalt dat de vrijheidsbeneming niet langer mag duren dan vierentwintig uren, wanneer de aanhouding heeft plaatsgevonden bij een op heterdaad ontdekte misdaad of wanbedrijf, is een regel met een algemene draagwijdte en is dus van toepassing op de minderjarigen
(1).
(1)Cass., 15 mei 2002, AR P.02.0507.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020515.4, A.C., 2002, nr. 296. Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 12 UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Jeugdbeschermingswet - Procedure Vrije woorden: Artikel 12, tweede lid - Aanhouding - Vrijheidsbeneming - Wettigheid - Misdaad of wanbedrijf op heterdaad ontdekt - Termijn van vierentwintig uren - Draagwijdte - Minderjarige Wettelijke bepalingen: Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12, tweede lid Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 1, 1° Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - AANHOUDING UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Jeugdbeschermingswet - Procedure Vrije woorden: Vrijheidsbeneming - Misdaad of wanbedrijf op heterdaad ontdekt - Termijn van vierentwintig uren - Draagwijdte - Minderjarige Wettelijke bepalingen: Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12, tweede lid Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 1, 1° Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Jeugdbeschermingswet - Procedure Vrije woorden: Aanhouding - Vrijheidsbeneming - Misdaad of wanbedrijf op heterdaad ontdekt - Termijn van vierentwintig uren - Draagwijdte - Minderjarige Wettelijke bepalingen: Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12, tweede lid Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 1, 1° Thesaurus CAS: MINDERJARIGHEID UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Jeugdbeschermingswet - Procedure Vrije woorden: Aanhouding - Vrijheidsbeneming - Misdaad of wanbedrijf op heterdaad ontdekt - Termijn van vierentwintig uren Wettelijke bepalingen: Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 12, tweede lid Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 1, 1° Fiches 5 - 6 De overschrijding van de termijn van vierentwintig uren, bepaald in artikel 1, 1°, Wet Voorlopige Hechtenis, belet, in de regel, de jeugdrechter niet een opvoedkundige maatregel te nemen; wanneer die maatregel evenwel bestaat in een voorlopige plaatsing van de minderjarige in een gesloten afdeling, zijnde een maatregel van vrijheidsberoving, moet de beslissing van de rechter aan de minderjarige worden betekend binnen vierentwintig uren na de initiële vrijheidsbeneming hetgeen moet blijken uit de stukken van de rechtspleging; de sanctie wegens de niet-naleving van de termijn bestaat in de invrijheidstelling van de minderjarige
(1).
(1)Cass., 15 mei 2002, AR P.02.0507.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020515.4, A.C., 2002, nr. 296. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - AANHOUDING UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Jeugdbeschermingswet - Procedure Vrije woorden: Jeugdbescherming - Opvoedkundige maatregel - Minderjarige - Vrijheidsbeneming - Misdaad of wanbedrijf op heterdaad ontdekt - Termijn van vierentwintig uren - Overschrijding - Sanctie Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 1, 1° Wet - 08-04-1965 - Artt. 37, § 2, 4° en 54quater Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Jeugdbeschermingswet - Procedure Vrije woorden: Minderjarige - Aanhouding - Vrijheidsbeneming - Misdaad of wanbedrijf op heterdaad ontdekt - Termijn van vierentwintig uren - Overschrijding - Sanctie - Opvoedkundige maatregel Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 1, 1° Wet - 08-04-1965 - Artt. 37, § 2, 4° en 54quater Fiches 7 - 9 Vernietiging van het arrest van de jeugdrechter in hoger beroep tot bevestiging van de beschikking van de jeugdrechter om de minderjarige in een gesloten afdeling te plaatsen, op grond dat de vrijheidsbeneming van de minderjarige de in artikel 1, 1°, Wet Voorlopige Hechtenis, bepaalde termijn van vierentwintig uren overschreden heeft, wordt zonder verwijzing uitgesproken
(1).
(1)Cass., 15 mei 2002, AR P.02.0507.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020515.4, A.C., 2002, nr.
- Thesaurus CAS: VERWIJZING NA CASSATIE - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Jeugdbeschermingswet - Procedure Vrije woorden: Jeugdbescherming - Minderjarige - Aanhouding - Vrijheidsbeneming - Misdaad of wanbedrijf op heterdaad ontdekt - Termijn van vierentwintig uren - Overschrijding - Arrest - Vernietiging Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 429 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 1, 1° Wet - 08-04-1965 - Artt. 37, § 2, 4° en 54quater Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Jeugdbeschermingswet - Procedure Vrije woorden: Minderjarige - Aanhouding - Vrijheidsbeneming - Misdaad of wanbedrijf op heterdaad ontdekt - Termijn van vierentwintig uren - Overschrijding - Arrest - Vernietiging Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 429 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 1, 1° Wet - 08-04-1965 - Artt. 37, § 2, 4° en 54quater Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - AANHOUDING UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Jeugdbeschermingswet - Procedure Vrije woorden: Jeugdbescherming - Minderjarige - Aanhouding - Vrijheidsbeneming - Misdaad of wanbedrijf op heterdaad ontdekt - Termijn van vierentwintig uur - Overschrijding - Arrest - Vernietiging Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 429 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 1, 1° Wet - 08-04-1965 - Artt. 37, § 2, 4° en 54quater Tekst van de beslissing Nr. P.10.1472.N V.I. minderjarige, voorlopig geplaatst in een gesloten afdeling, eiseres, met als raadsman Mr. Sven De Kerpel, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, jeugdkamer, van 13 augustus
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan. Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Uit artikel 12, tweede lid, van de Grondwet blijkt dat een aanhouding alleen kan plaatsvinden in de gevallen die de wet bepaalt en in de vorm die zij voorschrijft.
- Artikel 1, 1°, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, die een regel met een algemene draagwijdte is en dus van toepassing is op de minderjarigen, bepaalt dat de vrijheidsbeneming, in geval van een op heterdaad ontdekte misdaad of op heterdaad ontdekt wanbedrijf, niet langer mag duren dan vierentwintig uren.
- De overschrijding van die termijn van vierentwintig uren belet, in de regel, de jeugdrechter niet een opvoedkundige maatregel te nemen. Wanneer die maatregel evenwel bestaat in een voorlopige plaatsing van de minderjarige in een gesloten afdeling, zijnde een maatregel van vrijheidsbeneming, moet de beslissing van de rechter aan de minderjarige worden betekend binnen de vierentwintig uren na de initiële vrijheidsbeneming. De sanctie wegens de niet-naleving van de termijn bestaat in de invrijheidstelling van de minderjarige.
- De stukken van de rechtspleging moeten in de regel de vermeldingen bevatten die toelaten de wettigheid te toetsten van de beslissing waarbij de minderjarige van zijn vrijheid wordt benomen, aldus de melding van de dag en het uur van betekening van de beschikking waarbij de voorlopige plaatsing van de minderjarige in een gesloten afdeling wordt gelast.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat: - de eiseres door de lokale politie van Dilbeek op 30 juli 2010 om 11.16 uur van haar vrijheid werd beroofd bij betrapping op heterdaad voor feiten van diefstal in een woning; - de jeugdrechter te Brussel bij beschikking van 31 juli 2010 de eiseres voor een termijn van drie maanden toevertrouwde aan de buffercapaciteit van de gesloten gemeenschapsinstelling De Zande; - de procedurestukken geen melding maken van het uur waarop deze beschikking werd verleend, noch van de dag en het uur waarop ze aan de minderjarige werd betekend; - het verslag van de jeugdrechter te Brussel vermeldt dat de eiseres evenals een andere minderjarige op 31 juli 2010 werden verhoord, dat dit verhoor een aanvang nam om 11.10 uur, dat in de loop van dit verhoor de tolk zich erbij voegde, dat de jeugdrechter, gelet op de bekentenissen van de twee minderjarigen, na hun verhoor besliste hen toe te vertrouwen aan De Zande; - dit verslag het uur niet vermeldde waarop het verhoor van beide minderjarigen eindigde; - S. H. als tolk werd aangesteld om bijstand te verlenen bij dit verhoor en zijn optreden plaats greep van 11.15 uur tot 11.40 uur;
- De appelrechter die in deze omstandigheden besluit tot de tijdigheid van de betekening van de beschikking tot plaatsing van de minderjarige in een gesloten afdeling, doordat noch uit het verslag van de jeugdrechter, noch uit de schriftelijke aanstelling van de tolk kan worden afgeleid dat die betekening buiten de termijn van vierentwintig uur plaats greep, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond bestaat tot verwijzing. Bepaalt de kosten op 54,95 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit voorzitter Christian Storck, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Dirix, Alain Smetryns en Pierre Cornelis, en op de openbare rechtszitting van 31 augustus 2010 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100831.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020515.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151201.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div