← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100903.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100903.1 Rolnummer: C.09.0163.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-09-20 Raadplegingen: 501 - laatst gezien 2026-07-01 23:51 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit de imperatieve bepaling bevat in artikel 14, eerste lid, van de handelshuurwet volgt dat de aanvraag tot huurhernieuwing, op straffe van nietigheid, de voorwaarden moet bevatten waaronder de huurder bereid is de nieuwe huur aan te gaan en tevens de vermelding moet bevatten dat de verhuurder geacht zal worden met de hernieuwing van de huur onder de gestelde voorwaarden in te stemmen, indien hij niet bij exploot van gerechtsdeurwaarder of bij aangetekende brief binnen drie maanden kennis geeft ofwel van zijn met redenen omklede weigering van hernieuwing, ofwel van andere voorwaarden of van het aanbod van een derde; de wetgever legt aan de huurder die de hernieuwing van zijn huur wenst, een strikte werkwijze op, maar verplicht hem niet tot het gebruik van sacramentele bewoordingen

(1).
(1)Zie Cass., 2 maart 2006, AR C.05.0092.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060302.7, A.C., 2006, nr. 122, met concl. van advocaat-generaal Dubrulle . Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - HANDELSHUUR - Einde (Opzegging. Huurhernieuwing. Enz) UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Handelshuur - Hernieuwing Vrije woorden: Aanvraag tot huurhernieuwing door de huurder - Voorwaarden en vermeldingen - Strikte werkwijze - Gebruik van bewoordingen Wettelijke bepalingen: Wet - 30-04-1951 - Art. 14, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1951043003 Tekst van de beslissing Nr. C.09.0163.N
  1. V. A. S.,
  2. M. S., eisers, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
  3. V. J.,
  4. E. L., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Vilain XIIII straat 17, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 10 september 2008 in hoger beroep gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven. Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
  5. Artikel 14, eerste lid, van de Handelshuurwet bepaalt dat de huurder die het recht op hernieuwing verlangt uit te oefenen, zulks op straffe van verval bij exploot van gerechtsdeurwaarder of bij aangetekende brief ter kennis van de verhuurder moet brengen, ten vroegste achttien maanden, ten laatste vijftien maanden voor het eindigen van de lopende huur. Die wetsbepaling legt tevens op dat de kennisgeving op straffe van nietigheid de voorwaarden moet opgeven waaronder de huurder zelf bereid is om de nieuwe huur aan te gaan en de vermelding moet bevatten dat de verhuurder geacht zal worden met de hernieuwing van de huur onder de gestelde voorwaarden in te stemmen, indien hij niet op dezelfde wijze binnen drie maanden kennis geeft ofwel van zijn met redenen omklede weigering van hernieuwing, ofwel van andere voorwaarden of van het aanbod van een derde.
  6. Uit deze imperatieve wetsbepaling, volgt dat de aanvraag tot huurhernieuwing, op straffe van nietigheid, de voorwaarden moet bevatten waaronder de huurder bereid is de nieuwe huur aan te gaan en tevens de vermelding moet bevatten dat de verhuurder geacht zal worden met de hernieuwing van de huur onder de gestelde voorwaarden in te stemmen, indien hij niet bij exploot van gerechtsdeurwaarder of bij aangetekende brief binnen drie maanden kennis geeft ofwel van zijn met redenen omklede weigering van hernieuwing, ofwel van andere voorwaarden of van het aanbod van een derde. De wetgever legt aan de huurder die de hernieuwing van zijn huur wenst, een strikte werkwijze op, maar verplicht hem niet tot het gebruik van sacramentele bewoordingen.
  7. De appelrechters gaan ervan uit dat de aanvraag tot huurhernieuwing niet alleen opgave moet doen van de voorwaarden waaronder de huurder bereid is de nieuwe huur aan te gaan en van de verwittiging dat de verhuurder die niet tijdig reageert zal geacht worden met de huurhernieuwing in te stemmen, maar ook dat uitdrukkelijk moet worden vermeld dat de verhuurder die niet tijdig reageert zal instemmen met de hernieuwing van de huur onder de voorgestelde voorwaarden. Bij afwezigheid van de vermelding dat de verweerders bij gebrek aan tijdig antwoord geacht worden in te stemmen met de hernieuwing van de huur "onder de voorgestelde voorwaarden", verklaren zij de aanvraag van de eiseres nietig.
  8. De appelrechters kunnen niet zonder schending van artikel 14, eerste lid, van de Handelshuurwet, eisen dat de huurder die de voorwaarden opgeeft waaronder hij bereid is de nieuwe huur aan te gaan, uitdrukkelijk herhaalt dat het onder deze voorwaarden is dat de verhuurder geacht zal worden met de hernieuwing in te stemmen bij gebrek aan een tijdig antwoord zoals opgelegd door de wet. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Overige grieven
  9. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op het kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, zitting houdende in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns en in openbare terechtzitting van 3 september 2010 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100903.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060302.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.