← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100903.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100903.4 Rolnummer: C.08.0554.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-09-20 Raadplegingen: 686 - laatst gezien 2026-07-01 13:31 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Aanneming is de overeenkomst waarbij een persoon zich ertoe verbindt tegen betaling van een prijs een bepaald intellectueel of stoffelijk werk te verrichten voor een ander door het stellen van materiële handelingen; de overeenkomst van aanneming die veronderstelt dat de aannemer of zijn werkkracht onafhankelijk is bij de uitoefening van zijn werk, is niet onverenigbaar met samenwerking, algemene instructies of een controle door de opdrachtgever op het werk van de aannemer. Thesaurus CAS: AANNEMING VAN WERK UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Bouwrecht - Aanneming Vrije woorden: Begrip - Bestanddelen - Niet-onverenigbare gegevens Fiche 2 Een overeenkomst waarbij een goed met begeleidende werkkracht ter beschikking wordt gesteld is een huurovereenkomst en geen overeenkomst van aanneming indien de diensten van de ter beschikking gestelde werkkracht zich beperken tot de begeleiding van de zaak waarover de huurder als gebruiker het meesterschap heeft. Thesaurus CAS: HUUR VAN DIENSTEN UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Bouwrecht - Aanneming Vrije woorden: Terbeschikkingstelling begeleidende werkkracht - Aard van de overeenkomst Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1710 Tekst van de beslissing Nr. C.08.0554.N AXA BELGIUM, naamloze vennootschap, met kantoor te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Vorstlaan 25, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 523, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen

  1. VAN DE WEGHE, naamloze vennootschap, met kantoor te 2610 Wilrijk, Boomsesteenweg 860, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerster woonplaats kiest,
  2. ENGEMA, naamloze vennootschap, met kantoor te 1160 Oudergem, Hermann Debrouxlaan 40-42, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de verweerster woonplaats kiest,
  3. SARENS TELE, naamloze vennootschap, met kantoor te 2160 Wommelgem, Jacobsveldweg 8, partijen sub 2 en sub 3 opgeroepen in bindendverklaring van het arrest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 30 mei 2008 gewezen door het hof van beroep te Brussel. Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  4. Het arrest verwerpt en beantwoordt het in het onderdeel bedoelde verweer met de in het middel weergegeven redenen. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  5. Het arrest verwerpt en beantwoordt met de feitelijke gegevens aan te geven waarop het de aangevochten beslissing laat steunen, de door de eiseres bij conclusie aangevoerde andere en daarmee strijdige feitelijke gegevens. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Derde onderdeel
  6. Aanneming is de overeenkomst waarbij een persoon zich ertoe verbindt tegen betaling van een prijs een bepaald intellectueel of stoffelijk werk te verrichten voor een ander door het stellen van materiële handelingen. De overeenkomst van aanneming die veronderstelt dat de aannemer of zijn werkkracht onafhankelijk is bij de uitoefening van zijn werk, is niet onverenigbaar met samenwerking, algemene instructies of een controle door de opdrachtgever op het werk van de aannemer. Een overeenkomst waarbij een goed met begeleidende werkkracht ter beschikking wordt gesteld is een huurovereenkomst en geen overeenkomst van aanneming indien de diensten van de ter beschikking gestelde werkkracht zich beperken tot de begeleiding van de zaak waarover de huurder als gebruiker het meesterschap heeft.
  7. De appelrechter stelt vast: - dat de eerste tot bindendverklaring opgeroepen partij bij de rechtsvoorgangster van de tweede tot bindendverklaring opgeroepen partij onder meer een kraan van 300 ton bestelde tegen de vermelde tarieven en onder uitdrukkelijke verwijzing naar de algemene voorwaarden; - dat deze algemene voorwaarden uitdrukkelijk melding maken van een onderaanneming; - dat de rechtsvoorgangster van de tweede tot bindendverklaring opgeroepen partij op haar beurt op 9 juni 2000 de telefonische bestelling bij de verweerster bevestigde nopens de huur van een kraan van 300 ton op de werf van de eerste tot bindendverklaring opgeroepen partij op maandag 19 juni 2000; - dat de factuur van de verweerster van 30 juni 2000 gericht aan de rechtsvoorgangster van de tweede tot bindendverklaring opgeroepen partij vermeldt dat de btw te voldoen is door de medecontractant in toepassing van artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1, wetsbepaling die van toepassing is wanneer het gaat om een werk in onroerende staat; - dat de twee opeenvolgende overeenkomsten niet alleen betrekking hadden op een kraan van 300 ton maar ook op een kraanman, werknemer van de verweerster, die deze kraan moest bedienen.
  8. De appelrechter oordeelt: - dat de tot bindendverklaring opgeroepen partijen het eens zijn dat de tussen hen gesloten overeenkomst betreffende voormelde kraan en kraanman moet worden beschouwd als een overeenkomst van onderaanneming en dat zij op grond van de algemene voorwaarden van de eerste tot bindendverklaring opgeroepen partij hun overeenkomst zo uitdrukkelijk hadden benoemd; - dat de tweede tot bindendverklaring opgeroepen partij en de verweerster het ook eens zijn dat de tussen hen gesloten overeenkomst betreffende voormelde kraan en kraanman moet worden beschouwd als een overeenkomst van onderaanneming; - dat de verweerster terecht stelt dat, wanneer partijen in hun contractuele documenten de termen "inhuurbevestiging" en "rapport verhuring" bezigen, het gaat om een huur van werken en diensten in de zin van artikel 1779 van het Burgerlijk Wetboek en niet om een huur van goederen in de zin van artikel 1713 van het Burgerlijk Wetboek; - dat de kwalificatie van huur van werk en diensten trouwens blijkt uit de door partijen vrijwillig toegepaste fiscale behandeling die overeenstemt met de werkelijke inhoud van hun overeenkomst; - dat dergelijke kranen slechts kunnen gemanoeuvreerd worden door gespecialiseerde operatoren die hiertoe de noodzakelijke ervaring hebben en die bij de werking van de kraan het nodige gezag blijven behouden op wie op de werf tussenkomt; - dat in geval van huur van een kraan het genot ervan slechts een accessorium kan uitmaken van een aannemingsovereenkomst waarin de menselijke arbeid als dominerend moet worden aangemerkt; - dat de levering van prestaties tegen een afgesproken tarief door de kraanman in de zin van het verrichten van een bepaald soort arbeid gedurende een bepaalde duur met een bepaald soort werktuig het essentiële kenmerk van de verbintenis was; - dat de kraan onder de macht en het bestuur bleef van de kraanman van de verweerster die deze gedurende de werkzaamheden bediende; - dat er geen enkele aanduiding en noch minder bewijs is dat de eerste tot bindendverklaring opgeroepen partij optrad als gelegenheidswerkgever van de kraanman.
  9. De appelrechter die op die gronden te kennen geeft dat de tussen de partijen gesloten overeenkomsten betreffende voormelde kraan en kraanman moeten beschouwd worden als overeenkomsten van onderaanneming en niet als de verhuring van een goed met het terbeschikking stellen van een werkkracht verantwoordt zijn beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Vierde onderdeel
  10. Anders dan het onderdeel aanvoert, heeft de appelrechter niet alleen gesteund op de kwalificatie die de partijen aan hun overeenkomsten hebben gegeven, maar heeft hij tevens de feitelijke gegevens van de zaak beoordeeld om te bepalen of de eerste tot bindendverklaring opgeroepen partij bewaarnemer, huurder of bewaker van de kraan was in de zin van de polisvoorwaarden dan wel of de kraan in het raam van de onderaanneming werd bediend door de kraanman van de verweerster. Het onderdeel mist in zoverre feitelijke grondslag.
  11. In zoverre het onderdeel de appelrechter verwijt aan de kwalificatie die de partijen van hun rechtsverhouding geven de bewijswaarde van een wettelijk vermoeden toe te kennen, is het afgeleid uit de vergeefse aanvoering dat de appelrechter zich uitsluitend heeft gesteund op de kwalificatie van de partijen om de aard van de overeenkomst te bepalen. Het onderdeel is in zoverre niet ontvankelijk. Vordering tot bindendverklaring.
  12. De verwerping van het cassatieberoep ontneemt elk belang aan de vordering tot bindendverklaring. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep en de vordering tot bindendverklaring. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Bepaalt de kosten op de som van 743,09 euro jegens de eisende partij, op de som van 120,91 euro jegens de verwerende partij sub 1 en op de som van 263,29 euro jegens de verwerende partij sub
  13. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit raadsheer Eric Dirix, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns en Beatrijs Deconinck, en in openbare terechtzitting van 3 september 2010 uitgesproken door waarnemend voorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100903.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CABRL:2021:ARR.20210520.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.