← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100910.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100910.2 Rolnummer: F.09.0061.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Belastingrecht - Constitutioneel recht - Overige Invoerdatum: 2010-09-27 Raadplegingen: 227 - laatst gezien 2026-07-02 04:37 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100910.2 Fiche 1 Er bestaat geen regel van internationaal gewoonterecht volgens dewelke bilaterale verdragen, andere dan verdragen die objectieve situaties creëren, bij statenopvolging niet automatisch overgaan op de opvolgende staat. Thesaurus CAS: INTERNATIONALE VERDRAGEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INTERNATIONAAL BELASTINGSRECHT - Dubbelbelastingverdragen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Bekendmaking GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - VOLKENRECHT - Algemene rechtsbeginselen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - VOLKENRECHT - Verdragsrecht - Naleving, toepassing, uitlegging Vrije woorden: Bilaterale verdragen - Statenopvolging - Internationaal gewoonterecht Fiche 2 Er bestaat geen algemeen rechtsbeginsel volgens hetwelk een internationale overeenkomst in het intern recht geen werking heeft die deze overeenkomst in de internationale rechtsorde ontbeert. Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INTERNATIONAAL BELASTINGSRECHT - Dubbelbelastingverdragen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Bekendmaking GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - VOLKENRECHT - Algemene rechtsbeginselen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - VOLKENRECHT - Verdragsrecht - Naleving, toepassing, uitlegging Vrije woorden: Internationale Verdragen - Werking in het intern recht Fiche 3 Uit de samenlezing van artikel 3.1 van het dubbelbelastingsverdrag met de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken van 17 december 1987 en het Protocol op 10 maart 1992 afgesloten met de Republiek Oezbekistan, volgt dat de overeenkomst van 17 december 1987 gelding bleef hebben tussen België en Oezbekistan tot zolang daarvan niet was afgeweken door het sluiten van een nieuw akkoord, wat meteen inhoudt dat de staatssoevereiniteit van Oezbekistan niet werd miskend. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - INTERNATIONALE VERDRAGEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INTERNATIONAAL BELASTINGSRECHT - Dubbelbelastingverdragen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Bekendmaking GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - VOLKENRECHT - Algemene rechtsbeginselen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - VOLKENRECHT - Verdragsrecht - Naleving, toepassing, uitlegging Vrije woorden: Dubbelbelastingverdragen - Verdrag met de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken - Toepasselijkheid tussen België en Oezbekistan Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 17-12-1987 - Art. 3.1 Fiches 4 - 5 Artikel 8 van de Wet van 31 mei 1961 betreffende het gebruik der talen in wetgevingszaken, het opmaken, bekendmaken en inwerkingtreden van wetten en verordeningen, vereist niet dat ieder internationaal verdrag dient te worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad om aan de rechtsonderhorigen tegenstelbaar te zijn. Thesaurus CAS: INTERNATIONALE VERDRAGEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INTERNATIONAAL BELASTINGSRECHT - Dubbelbelastingverdragen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Bekendmaking GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - VOLKENRECHT - Algemene rechtsbeginselen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - VOLKENRECHT - Verdragsrecht - Naleving, toepassing, uitlegging Vrije woorden: Tegenstelbaarheid aan de rechtsonderhorigen - Verplichting tot publicatie in het Belgisch Staatsblad Wettelijke bepalingen: Wet - 31-05-1961 - Art. 8 Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - ALLERLEI UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INTERNATIONAAL BELASTINGSRECHT - Dubbelbelastingverdragen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Bekendmaking GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - VOLKENRECHT - Algemene rechtsbeginselen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - VOLKENRECHT - Verdragsrecht - Naleving, toepassing, uitlegging Vrije woorden: Wetgevingszaken - Bekendmaking van een verdrag - Toepasselijke regels Wettelijke bepalingen: Wet - 31-05-1961 - Art. 8 Fiches 6 - 10 Conclusie van advocaat-generaal THIJS. Thesaurus CAS: INTERNATIONALE VERDRAGEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INTERNATIONAAL BELASTINGSRECHT - Dubbelbelastingverdragen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Bekendmaking GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - VOLKENRECHT - Algemene rechtsbeginselen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - VOLKENRECHT - Verdragsrecht - Naleving, toepassing, uitlegging Vrije woorden: Bilaterale verdragen - Statenopvolging - Internationaal gewoonterecht Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INTERNATIONAAL BELASTINGSRECHT - Dubbelbelastingverdragen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Bekendmaking GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - VOLKENRECHT - Algemene rechtsbeginselen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - VOLKENRECHT - Verdragsrecht - Naleving, toepassing, uitlegging Vrije woorden: Internationale Verdragen - Werking in het intern recht Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - INTERNATIONALE VERDRAGEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INTERNATIONAAL BELASTINGSRECHT - Dubbelbelastingverdragen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Bekendmaking GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - VOLKENRECHT - Algemene rechtsbeginselen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - VOLKENRECHT - Verdragsrecht - Naleving, toepassing, uitlegging Vrije woorden: Dubbelbelastingverdragen - Verdrag met de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken - Toepasselijkheid tussen België en Oezbekistan Thesaurus CAS: INTERNATIONALE VERDRAGEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INTERNATIONAAL BELASTINGSRECHT - Dubbelbelastingverdragen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Bekendmaking GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - VOLKENRECHT - Algemene rechtsbeginselen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - VOLKENRECHT - Verdragsrecht - Naleving, toepassing, uitlegging Vrije woorden: Tegenstelbaarheid aan de rechtsonderhorigen - Verplichting tot publicatie in het Belgisch Staatsblad Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - ALLERLEI UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INTERNATIONAAL BELASTINGSRECHT - Dubbelbelastingverdragen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Bekendmaking GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - VOLKENRECHT - Algemene rechtsbeginselen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - VOLKENRECHT - Verdragsrecht - Naleving, toepassing, uitlegging Vrije woorden: Wetgevingszaken - Bekendmaking van een verdrag - Toepasselijke regels Tekst van de beslissing Nr. F.09.0061.N S.B.T.C. SOTRAMAR, naamloze vennootschap, met zetel gevestigd te 2000 Antwerpen, Brouwersvliet 25, eiseres, vertegenwoordigd door mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Keizerslaan 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 19 juni 2008, gewezen door het hof van beroep te Brussel. Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel

  1. Anders dan het onderdeel aanvoert, bestaat er geen regel van internationaal gewoonterecht volgens dewelke bilaterale verdragen, andere dan verdragen die objectieve situaties creëren, bij statenopvolging niet automatisch overgaan op de opvolgende staat. Het onderdeel is in zoverre niet ontvankelijk.
  2. Artikel 3.1 van de overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken tot het vermijden van de dubbele belasting van het inkomen en van het vermogen, ondertekend te Brussel op 17 december 1987 en goedgekeurd bij wet van 8 november 1990, bepaalt dat zij van toepassing is op het grondgebied van elke overeenkomstsluitende Staat, de territoriale zee van die Staat daaronder begrepen, op de economische zone van die Staat en op elk gebied van het continentaal plat die zich buiten de territoriale zee van elke overeenkomstsluitende Staat uitstrekken en waar die Staat, in overeenstemming met het internationale recht, soevereine rechten van onderzoek en ontginning van de natuurlijke rijkdommen uitoefent. Het Protocol op 10 maart 1992 afgesloten tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Republiek Oezbekistan ter gelegenheid van het aanknopen van diplomatieke betrekkingen tussen beide landen, bepaalt dat de akkoorden gesloten tussen de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken en het Koninkrijk België en de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie - voor zover deze akkoorden niet in strijd zijn met de wetgeving en de belangen van de beide landen - van kracht blijven totdat zij worden vervangen door bilaterale akkoorden.
  3. Uit de samenlezing van bovenvermelde bepalingen uit de overeenkomst van 17 december 1987 en het Protocol van 10 maart 1992 volgt dat de overeenkomst van 17 december 1987 gelding bleef hebben tussen België en Oezbekistan tot zolang daarvan niet was afgeweken door het sluiten van een nieuw akkoord, wat meteen inhoudt dat de staatssoevereiniteit van Oezbekistan niet werd miskend. Aan het voorgaande doet geen afbreuk het gegeven dat overeenkomstig het Protocol van 10 maart 1992 het blijvend van kracht zijn van de akkoorden gesloten tussen de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken en het Koninkrijk België en de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie tot het ogenblik van hun vervanging door bilaterale akkoorden, was onderworpen aan de voorwaarde dat deze akkoorden niet in strijd waren met de wetgeving en de belangen van de beide landen.
  4. In zoverre het onderdeel aanvoert dat de overeenkomst van 17 december 1987 slechts door statenopvolging kan overgaan op de betrekkingen tussen verweerder en Oezbekistan op basis van een wilsuiting van beide Staten en het Protocol van 10 maart 1992 geen dergelijke wilsuiting uitmaakt doch slechts een kaderverdrag en geenszins de toepasselijkheid bevestigt van het verdrag van 17 december 1987 in de relatie tussen België en Oezbekistan, kan het niet worden aangenomen.
  5. Artikel 2 van het op 17 april 1998 te Tashkent gesloten aanvullend protocol tot wijziging van de overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Oezbekistan tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, bepaalt dat de tussen voormelde landen gesloten overeenkomst van 14 november 1996 van toepassing is in België op de bij de bron verschuldigde belastingen op inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld op of na 1 januari 1997, op de andere inkomsten van belastbare tijdperken die aanvangen op of na 1 januari 1997 en op belastingen naar het vermogen geheven op bestanddelen van het vermogen die bestaan op 1 januari
  6. Uit dit aanvullend protocol kan alleen afgeleid worden dat de respectieve regeringen een oplossing hebben gegeven aan de moeilijkheden die gerezen waren doordat Oezbekistan op 26 augustus 1997 had medegedeeld dat het akkoord van 1987 niet van toepassing was. In zoverre het onderdeel aanvoert dat het van kracht worden op 1 januari 1997 van het dubbelbelastingverdrag van 14 november 1996 niet bestaanbaar is met de ingevolge het Protocol van 10 maart 1992 blijvende gelding tussen België en Oezbekistan van de Overeenkomst van 17 december 1987, faalt het naar recht. Tweede onderdeel
  7. Anders dan het onderdeel aanvoert, bestaat er geen algemeen rechtsbeginsel volgens hetwelk een internationale overeenkomst in het intern recht geen werking heeft die deze overeenkomst in het internationale rechtsorde ontbeert. Het onderdeel is in zoverre niet ontvankelijk.
  8. Het onderdeel gaat verder ervan uit dat de appelrechters aan de internationale overeenkomst ondertekend te Brussel op 17 december 1987 een werking verlenen in de Belgische rechtsorde die deze overeenkomst niet heeft in de internationale rechtsorde. Het onderdeel gaat ervan uit dat de appelrechters het verdrag van 17 december 1987 vanuit Belgisch standpunt toepasselijk achten ongeacht zijn toepasselijkheid in de internationale rechtsorde.
  9. Nadat de appelrechters erop wijzen dat uit het Protocol van 10 maart 1992 kan afgeleid worden "dat Oezbekistan als staat in deze zich inzake zijn relaties met België beschouwde als de statenopvolger van de USSR, zodat internationaalrechtelijk Oezbekistan ertoe gehouden was, mits toepassing van het door deze staat gemaakte voorbehoud, internationale verdragen met België na te komen" en het geheel der omstandigheden van deze zaak er bovendien op wijst dat "internationaalrechtelijk Oezbekistan er in de thans ter discussie staande periode, steeds, onder inachtname van het voormelde voorbehoud, in beginsel toe gehouden zou zijn geweest, op grond van de toepasselijke dubbelbelastingverdragen inkomsten verkregen door een inwoner van België, in beginsel vrij te stellen", oordelen zij dat België als verdragsstaat op grond van het protocol van 10 maart 1992 ervan kon uitgaan dat internationale verdragen, onder het gemaakte voorbehoud, nageleefd zouden worden. Door vervolgens te oordelen dat de fiscale administratie slechts vanuit Belgisch standpunt kan beoordelen of volgens de interpretatie van die nationale fiscale administratie, voor Oezbekistan een heffingsbevoegdheid over het door de eiseres in Oezbekistan behaald inkomen kon ontstaan of bestaan en of Oezbekistan vanuit dat oogpunt al dan niet heffingsbevoegd was over het door de eiseres behaalde inkomen, beoordelen de appelrechters de mogelijke toepassing vanuit Belgisch standpunt van het in het protocol van 10 maart 1992 aan België en Oezbekistan verleende voorbehoud dat de beide landen toeliet om de overeenkomsten tussen de USSR en België buiten toepassing te laten indien zij strijdig zijn met de wetgeving en de belangen van elk van beide landen. In zoverre berust het onderdeel op een onjuiste lezing van het bestreden arrest en mist het feitelijke grondslag. Derde onderdeel
  10. Het onderdeel dat schending aanvoert van het op het moment van het afsluiten van het Protocol van 10 maart 1992 niet toepasselijke artikel 167 van de Grondwet (van 1994), is in zoverre niet ontvankelijk.
  11. Artikel 8 van de Wet van 31 mei 1961 betreffende het gebruik der talen in wetgevingszaken, het opmaken, bekendmaken en inwerkingtreden van wetten en verordeningen, bepaalt: "Is er aanleiding tot bekendmaking van een verdrag waarbij België partij is, dan wordt dat verdrag in een oorspronkelijke tekst in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt met de Nederlandse of de Franse vertaling. Bestaat er geen oorspronkelijke tekst in het Nederlands of in het Frans, dan wordt de vertaling in beide talen insgelijks in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt". In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat ingevolge dat wetsartikel ieder internationaal verdrag dient te worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad om aan de rechtsonderhorigen tegenstelbaar te zijn, faalt het naar recht. Vierde onderdeel
  12. De appelrechters oordelen, zonder ter zake te worden bekritiseerd, dat de Belgische fiscale administratie niet kan beschouwd worden als een bevoegde instantie voor het verschaffen van inlichtingen over de toepasselijkheid van het dubbelbelastingverdrag gesloten met de ex-USSR, naar Oezbeeks intern recht. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede middel
  13. Het middel dat volledig ervan uitgaat dat de appelrechters in hoofde van de verweerder een fout hebben aangenomen, berust op een verkeerde lezing van het bestreden arrest en mist feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Bepaalt de kosten op de som van 302,24 euro jegens de eisende partij en op de som van 147,36 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 10 september 2010 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100910.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100910.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.