id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100910.4 Rolnummer: F.09.0042.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2010-09-27 Raadplegingen: 1026 - laatst gezien 2026-07-02 08:29 Versie(s): Vertaling FR Fiche De aansprakelijkheid van de wetgever voor het nemen van een foutieve wetgeving vraagt een eigen beoordeling door de rechter aan wie gevraagd wordt de Staat te veroordelen op grond van een onrechtmatige daad; de loutere verwijzing naar een arrest van het Grondwettelijk Hof dat prejudicieel een tegenstrijdigheid tussen wet en Grondwet ontwaart op grond van de toestand van het recht op het ogenblik waarop het oordeelt, volstaat niet als een eigen beoordeling. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - DAAD - Fout UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Overheidsaansprakelijkheid - Wetgevende macht PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Staat - Onrechtmatig wetgevend optreden - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1382 Tekst van de beslissing Nr. F.09.0042.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de dienst IV/2 - geschillen van de Centrale diensten van de fod Financiën, met kantoor te 1010 Brussel, Kruidtuinlaan 50, bus 61, eiser, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest, tegen C.G., verweerder, vertegenwoordigd door Mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Keizerslaan 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 2 oktober 2008 gewezen door het hof van beroep te Brussel. Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift drie middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat elke daad van de mens, waardoor aan een ander schade wordt veroorzaakt, degene door wiens schuld de schade is ontstaan, verplicht deze te vergoeden.
- De Staat kan in de regel aansprakelijk worden gesteld voor onrechtmatig wetgevend optreden of nalaten. Het behoort aan de rechter na te gaan of de Staat als wetgever heeft gehandeld zoals kan verwacht worden van een normaal zorgvuldig en omzichtig wetgever.
- Het oordeel van het Grondwettelijk Hof, in het kader van een prejudiciële vraag, dat een wettelijke bepaling indruist tegen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet heeft nog niet tot gevolg dat vaststaat dat de wetgever onrechtmatig heeft gehandeld in de zin van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek.
- De aansprakelijkheid van de wetgever voor het nemen van een foutieve wetgeving vraagt een eigen beoordeling door de rechter aan wie gevraagd wordt de Staat te veroordelen op grond van een onrechtmatige daad. De loutere verwijzing naar een arrest van het Grondwettelijk Hof dat prejudicieel een tegenstrijdigheid tussen wet en Grondwet ontwaart op grond van de toestand van het recht op het ogenblik waarop het oordeelt, volstaat niet als een eigen beoordeling.
- De appelrechters stellen vast dat het Grondwettelijk Hof in antwoord op een prejudiciële vraag heeft vastgesteld in een arrest van 9 december 1998, dat artikel 34, §1, 1°, WIB92 de Grondwet schendt. Zij oordelen dat de vaststelling door dat Hof dat een bepaling strijdig is met de Grondwet noodzakelijk betekent dat het foutieve gedrag in hoofde van de wetgever vaststaat. Zodoende verantwoorden zij hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de gevorderde schadevergoeding voor de aanslagjaren 1991 tot en met 1994 en over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing hieromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 10 september 2010 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100910.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181012.1 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221215.1F.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div