id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100914.3 Rolnummer: P.10.0367.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-10-05 Raadplegingen: 554 - laatst gezien 2026-07-01 22:25 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Artikel 26 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, krachtens hetwelk de burgerlijke rechtsvordering uit een misdrijf verjaart door verloop van vijf jaar te rekenen van de dag waarop het misdrijf is gepleegd, zonder echter te kunnen verjaren vóór de strafvordering, is van toepassing op elke vordering die tot een veroordeling strekt welke gegrond is op feiten die een misdrijf uitmaken, zelfs al stemt de gevorderde zaak overeen met de uitvoering van een contractuele verbintenis
(1).
(1)Zie Cass., 7 feb. 1992, AR 7375, A.C., 1991-1992, nr. 295; Cass., 23 okt. 2006, Verenigde Kamers, AR S.05.0010.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061023.3, A.C., 2006, nr.
- Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Burgerlijke rechtsvordering Vrije woorden: Burgerlijke rechtsvordering uit misdrijf - Verjaring - Termijn - Duur - Artikel 26 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen (Aard. Duur. Aanvang. Einde) UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Burgerlijke rechtsvordering Vrije woorden: Burgerlijke rechtsvordering uit misdrijf - Verjaring - Termijn - Duur - Artikel 26 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering Tekst van de beslissing Nr. P.10.0367.N J. G. M. J., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Tom Versompel, advocaat bij de balie te Antwerpen. tegen FIDEA nv, met zetel te 2018 Antwerpen, Van Eycklei 14, burgerlijke partij, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer van 20 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het arrest verklaart eisers verzet ontvankelijk. In zoverre daartegen gericht, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest oordeelt ten onrechte dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de bewezen verklaarde misdrijven en de gevorderde schade; het is niet bewezen dat zonder de misdrijven, de verweerster de premies zou hebben ontvangen.
- Het middel dat formeel een motiveringsgebrek aanvoert, komt in werkelijkheid geheel op tegen het onaantastbare oordeel van het arrest dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de bewezen verklaarde misdrijven en de gevorderde schade. Het middel is niet ontvankelijk. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 34 Wet Landsverzekeringsovereenkomst: het arrest oordeelt ten onrechte dat de vordering van de verweerster niet is verjaard; de vordering vloeit immers voort uit de verzekeringsovereenkomst.
- Artikel 34 Wet Landsverzekeringsovereenkomst bepaalt dat de verjaringstermijn voor elke rechtsvordering voortvloeiend uit een verzekeringsovereenkomst drie jaar bedraagt.
- Krachtens artikel 26 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering verjaart de burgerlijke rechtsvordering uit een misdrijf door verloop van vijf jaar te rekenen van de dag waarop het misdrijf is gepleegd, zonder echter te kunnen verjaren vóór de strafvordering. Die bepaling is van toepassing op elke vordering die tot een veroordeling strekt welke gegrond is op feiten die een misdrijf uitmaken, zelfs al stemt de gevorderde zaak overeen met de uitvoering van een contractuele verbintenis.
- Uit het arrest en uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat de verweerster de verzekeraar arbeidsongevallen en burgerlijke aansprakelijkheid is van de failliete vennootschap Almeta bvba en dat de burgerlijke rechtsvordering de vergoeding beoogt van de schade die bestaat uit het verlies van premies die de voormelde vennootschap verschuldigd was en die de verweerster wegens de door de eiser gepleegde misdrijven niet kon innen. Aldus vloeit de burgerlijke rechtsvordering niet voort uit de verzekeringsovereenkomst, maar heeft zij tot voorwerp de vergoeding van de schade die veroorzaakt is door de als misdrijf aangemerkte feiten en berust ze op die feiten. Hieruit volgt dat de verjaringstermijn hier niet bepaald wordt door artikel 34 Wet Landsverzekeringsovereenkomst. Het arrest dat aldus oordeelt, is naar recht verantwoord. Het middel kan niet aangenomen worden. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Bepaalt de kosten op 170,49 euro waarvan de eiser 101,01 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 14 september 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100914.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160302.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061023.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div