id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100914.5 Rolnummer: P.10.0953.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Overige Invoerdatum: 2010-10-05 Raadplegingen: 575 - laatst gezien 2026-07-02 15:28 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De omstandigheden waardoor de redelijke termijn, binnen dewelke eenieder recht heeft op de berechting van zijn zaak, overschreden is, zijn niet noodzakelijk gemeen aan alle beklaagden zodat wanneer de redelijke termijn voor een welbepaalde beklaagde overschreden is, dit niet inhoudt dat dit ook voor de andere medebeklaagden het geval is. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Europees Hof voor de rechten van de Mens Vrije woorden: Behandeling binnen een redelijke termijn - Overschrijding van de redelijke termijn - Omstandigheden niet gemeen aan alle beklaagden Fiche 2 Het verweer van een beklaagde met betrekking tot de redelijke termijn is slechts dienstig voor een medebeklaagde wanneer de in dat verweer aangevoerde omstandigheden ook op die medebeklaagde van toepassing zijn. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Europees Hof voor de rechten van de Mens Vrije woorden: Behandeling binnen een redelijke termijn - Verweer van een beklaagde - Verweer dienstig voor een medebeklaagde Fiches 3 - 4 Het staat niet het Hof maar de feitenrechter te oordelen of de redelijke termijn binnen dewelke eenieder recht heeft op de berechting van zijn zaak is overschreden; het Hof doet dit enkel wanneer de overschrijding van de redelijke termijn te wijten is aan de onredelijk lange duur van het beraad door de appelrechters waarover de beklaagde geen verweer heeft kunnen voeren. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Europees Hof voor de rechten van de Mens Vrije woorden: Behandeling binnen een redelijke termijn - Overschrijding van de redelijke termijn - Beoordeling door het Hof Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Allerlei UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Europees Hof voor de rechten van de Mens Vrije woorden: Verdrag Rechten van de Mens - Artikel 6.1 - Behandeling binnen een redelijke termijn - Overschrijding van de redelijke termijn - Beoordeling door het Hof Tekst van de beslissing Nr. P.10.0953.N I. S. A., beklaagde, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie te Tongeren. II. M. E. M., beklaagde, gedetineerd, eiser, met als raadslieden mr. Victor Van Aelst en mr. Tom Decaigny, advocaten bij de balie te Antwerpen, beide cassatieberoepen tegen A. B., burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 25 februari
- De eiser I voert in twee memories die aan dit arrest zijn gehecht, hetzelfde middel aan. De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de eiser I
- De eiser I heeft cassatieberoep ingesteld bij akten van 8 maart en 19 maart
- Het tweede cassatieberoep is niet ontvankelijk. Middel van de eiser I
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en 149 Grondwet: het arrest neemt de overschrijding van de redelijke termijn binnen dewelke eenieder recht heeft op de berechting van zijn zaak, niet in aanmerking alhoewel dit voor het hof van beroep is opgeworpen.
- Het middel preciseert niet welk eisers verweer was met betrekking tot de overschrijding van de redelijke termijn. Het middel is bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk. Eerste middel van de eiser II
- Het middel voert schending aan van artikel 6.
- EVRM en artikel 149 Grondwet: het arrest beantwoordt het verweer van een medebeklaagde niet dat de redelijke termijn is overschreden.
- Dat de redelijke termijn binnen dewelke eenieder recht heeft op de berechting van zijn zaak voor een welbepaalde beklaagde overschreden is, houdt niet in dat dit ook voor de andere medebeklaagden het geval is. De omstandigheden waardoor de redelijke termijn overschreden is, zijn immers niet noodzakelijk gemeen aan alle beklaagden.
- Hieruit volgt dat een verweer van een beklaagde met betrekking tot de redelijke termijn slechts dienstig is voor de medebeklaagden, wanneer de in dat verweer aangevoerde omstandigheden ook op die medebeklaagde van toepassing zijn.
- In zoverre het middel ervan uitgaat dat het verweer van een medebeklaagde met betrekking tot de overschrijding van de redelijke termijn steeds voor de andere medebeklaagden dienstig is, faalt het naar recht.
- Voor het overige preciseert het middel niet hoe het verweer van de medebeklaagde K. met betrekking tot de overschrijding van de redelijke termijn wegens de erdoor ingeroepen omstandigheden, ook voor de eiser dienstig was. In zoverre is het middel onnauwkeurig, mitsdien niet ontvankelijk. Tweede middel van de eiser II
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 14.3.c IVBPR en artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: het arrest laat na te controleren of de behandeling van de zaak plaatsvond binnen een redelijke termijn.
- Het middel preciseert niet hoe het verweer van de medebeklaagde Koukas met betrekking tot de overschrijding van de redelijke termijn wegens de erdoor ingeroepen omstandigheden, ook voor de eiser dienstig was. Het middel is onnauwkeurig, mitsdien niet ontvankelijk. Derde middel van de eiser II
- Het middel voert schending aan van de artikelen 6.1 en 13 EVRM, artikel 14.3.c IVBPR en artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: de redelijke termijn is in deze overschreden, hetgeen het Hof prima facie dient te onderzoeken.
- In zoverre het middel niet gericht is tegen het arrest is het niet ontvankelijk.
- Het staat niet het Hof maar de feitenrechter te oordelen of de redelijke termijn binnen dewelke eenieder recht heeft op de berechting van zijn zaak is overschreden. Het Hof doet dit enkel wanneer de overschrijding van de redelijke termijn te wijten is aan de onredelijk lange duur van het beraad door de appelrechters waarover de beklaagde geen verweer heeft kunnen voeren, wat het middel niet aanvoert. In zoverre faalt het middel naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Onmiddellijke aanhouding
- Ingevolge de verwerping van de cassatieberoepen, hebben de beslissingen over de strafvordering kracht van gewijsde. In zoverre zij gericht zijn tegen de beslissingen over de onmiddellijke aanhouding van de eisers, hebben de cassatieberoepen bijgevolg geen voorwerp meer. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep.. Bepaalt de kosten in het geheel op 188,96 euro waarvan de eiser I 112,54 euro verschuldigd is en de eiser II 76,42 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 14 september 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100914.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20111129.1 ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20180504.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170214.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div