id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100914.6 Rolnummer: P.10.1368.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2010-10-05 Raadplegingen: 391 - laatst gezien 2026-07-02 09:22 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De beslissing van de Hoge Commissie tot bescherming van de Maatschappij waarbij uitspraak wordt gedaan over een verzoek tot beperkte detentie en tot onmiddellijke overbrenging naar een medium security-inrichting voor de verdere uitvoering van de internering, is geen beslissing die uitspraak doet over de definitieve invrijheidstelling van de geïnterneerde, maar wel over de uitvoeringsmodaliteiten van de internering zelf, zodat tegen die beslissing geen cassatieberoep open staat
(1).
(1)Cass., 2 juni 2009, AR P.09.0586.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090602.10, A.C., 2009, nr.
- Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - HOGE COMMISSIE UTU-thesaurus: STRAFRECHT - GEESTESSTOORNIS - Commissie tot bescherming maatschappij Vrije woorden: Verzoek tot beperkte detentie - Verzoek tot overbrenging naar een medium security-inrichting - Beslissing - Aard Wettelijke bepalingen: Wet op het sociaal verweer - 01-07-1964 - Art. 19ter Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep UTU-thesaurus: STRAFRECHT - GEESTESSTOORNIS - Commissie tot bescherming maatschappij Vrije woorden: Hoge Commissie tot Bescherming van de Maatschappij - Verzoek tot beperkte detentie - Verzoek tot overbrenging naar een medium security-inrichting - Beslissing - Aard Wettelijke bepalingen: Wet op het sociaal verweer - 01-07-1964 - Art. 19ter Tekst van de beslissing Nr. P.10.1368.N M. D., geïnterneerd, eiser, met als raadsman mr. Peter Verpoorten, advocaat bij de balie te Turnhout. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de Hoge Commissie tot bescherming van de maatschappij van 1 juli
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Krachtens artikel 19ter Wet Bescherming Maatschappij kan alleen door de advocaat van de geïnterneerde cassatieberoep worden ingesteld tegen een door de Hoge Commissie tot bescherming van de maatschappij genomen beslissing die de beslissing tot afwijzing van het verzoek tot invrijheidstelling van de geïnterneerde bevestigt of die het verzet van de procureur des Konings tegen de beslissing tot invrijheidstelling van de geïnterneerde gegrond verklaart.
- In zoverre de bestreden beslissing uitspraak doet over eisers ondergeschikte verzoek tot beperkte detentie, en uiterst ondergeschikt de onmiddellijke overbrenging naar een medium security-inrichting voor de verdere uitvoering van zijn internering, is de beslissing geen uitspraak over de definitieve invrijheidstelling van de geïnterneerde, maar wel over uitvoeringsmodaliteiten van de internering zelf. Tegen die beslissing staat geen cassatieberoep open. In zoverre is het cassatieberoep niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 5.4 EVRM en de artikelen 10 en 11 Grondwet, evenals miskenning van het recht van verdediging: de Wet Bescherming Maatschappij voorziet niet in de mededeling van de adviezen van de gevangenisdiensten en van de gevangenispsychiater aan de raadsman van de geïnterneerde; deze adviezen die aan het dossier werden gevoegd, werden niet voorafgaandelijk meegedeeld aan de raadsman van de eiser; hierdoor werd eisers recht van verdediging miskend; de eiser verzoekt het Hof het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag te stellen over deze leemte in de Wet Bescherming Maatschappij.
- Artikel 5.4 EVRM impliceert dat de geïnterneerde of zijn raadsman die hierom verzoekt, het recht heeft om, vóór de opening van het debat voor de Hoge Commissie die uitspraak moet doen over zijn verzoek tot invrijheidstelling, inzage te nemen van de stukken van het dossier die hierop betrekking hebben.
- Uit het proces-verbaal van de rechtszitting van de Hoge Commissie tot bescherming van de maatschappij van 1 juli 2010 blijkt dat het dossier gedurende vier dagen ter beschikking is gesteld van de advocaat van de geïnterneerde. In de bestreden beslissing die ter zake niet van valsheid wordt beticht, stelt de Hoge Commissie dat "de raadsman van de (eiser) kennis (heeft) kunnen nemen van de adviezen van de gevangenisdiensten en de psychiater". Op grond van die vaststellingen heeft de Hoge Commissie tot bescherming van de maatschappij zonder schending van artikel 5.4 EVRM wettig kunnen oordelen dat eisers recht van verdediging niet is miskend. Het middel kan niet worden aangenomen.
- Het middel verzoekt het Hof de volgende prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof: "Schendt de Wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij artikel 5.4 EVRM, gelezen in samenhang met de artikelen 10 en 11 Grondwet nu de adviezen van de gevangenisdiensten en de psychiater die voorafgaandelijk aan de zitting van de Commissie tot bescherming van de maatschappij bij het dossier werden gevoegd, niet worden overgemaakt aan de raadsman van de geïnterneerde?" De voorgestelde vraag gaat blijkens de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, uit van de onjuiste veronderstelling dat de eiser of zijn raadsman vooraf geen kennis heeft kunnen nemen van de adviezen van de gevangenisdiensten en de psychiater. Het Hof moet de vraag niet stellen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 14 september 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100914.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090602.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div