← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100920.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100920.1 Rolnummer: S.09.0049.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-10-05 Raadplegingen: 426 - laatst gezien 2026-07-01 22:46 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100920.1 Fiches 1 - 2 De uitspraakregeling zoals van toepassing vóór de wijziging bij wet van 26 april 2007, was het gevolg van de vaststelling dat zolang de beslissing niet is uitgesproken, de rechters die eraan hebben meegewerkt haar kunnen intrekken, wijzigen, op hun standpunt terugkomen of een nieuwe beslissing uitlokken en in die gevallen niet is uitgesloten dat bij een nieuwe stemming een meerderheid een andere beslissing uitspreekt. De uitspraak door de voorzitter alleen biedt evenwel dezelfde waarborg wanneer de beslissing vaststaat

(1).
(1)Zie conclusie van het openbaar ministerie. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - BURGERLIJKE ZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Behandeling van de zaak - Vonnis - Algemeen Vrije woorden: Vonnis of arrest - Uitspraak - Samenstelling van de zetel - Ratio legis Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 779, eerste lid, en 782 Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Behandeling van de zaak - Vonnis - Algemeen Vrije woorden: Vonnis of arrest - Uitspraak - Samenstelling van de zetel - Ratio legis Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 779, eerste lid, en 782 Fiche 3 Wanneer vaststaat dat het bestreden arrest regelmatig werd gewezen en ondertekend en aldus vaststond en in openbare terechtzitting werd uitgesproken, kan het middel dat in die omstandigheden de vernietiging van de uitspraak beoogt op de enkele grond dat twee raadsheren-bijzitters niet aanwezig waren bij de uitspraak, niet aangenomen worden
(1).
(1)Zie conclusie van het openbaar ministerie. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Behandeling van de zaak - Vonnis - Algemeen Vrije woorden: Vonnis of arrest - Uitspraak die vaststaat - Uitspraak enkel door de voorzitter Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 779, eerste lid, en 782 Fiches 4 - 6 Conclusie van advocaat-generaal MORTIER. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - BURGERLIJKE ZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Behandeling van de zaak - Vonnis - Algemeen Vrije woorden: Vonnis of arrest - Uitspraak - Samenstelling van de zetel - Ratio legis Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Behandeling van de zaak - Vonnis - Algemeen Vrije woorden: Vonnis of arrest - Uitspraak - Samenstelling van de zetel - Ratio legis Vonnis of arrest - Uitspraak die vaststaat - Uitspraak enkel door de voorzitter Tekst van de beslissing Nr. S.09.0049.N D.W., eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen REALDOLMEN, naamloze vennootschap, voorheen nv Realsoftware, met zetel te 1654 Huizingen, A. Vaucampslaan 42, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 22 september 2008 gewezen door het arbeidshof te Antwerpen. Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 747, § 2, in de versie van toepassing vóór de wijziging ervan bij wet van 26 april 2007, 779, zowel in de versie toepasselijk vóór als in die toepasselijk na de opheffing van het tweede lid ervan bij wet van 26 april 2007, 782, zowel in de versie van toepassing vóór als in die toepasselijk na de vervanging ervan bij wet van 26 april 2007, 782bis, zoals ingevoegd bij wet van 26 april 2007, en, voor zoveel als nodig, 104, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek; - de artikelen 21, 23, 24 en 31 van de wet van 26 april 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het bestrijden van de gerechtelijke achterstand. Aangevochten beslissing In de bestreden beslissing verklaart het arbeidshof, recht sprekend over de vordering van de eiser tot het verkrijgen van een aanvullende "verbrekingsvergoeding" en bijkomende schadevergoedingen, het hoger beroep van de eiser ongegrond. Het arbeidshof bevestigt het vonnis van de arbeidsrechtbank van 4 april
  1. Die beslissing wordt genomen door de tweede kamer van het arbeidshof, samengesteld uit de heer J. G., kamervoorzitter, de heer M. H., raadsheer in sociale zaken als werkgever, en de heer P. D.B., raadsheer in sociale zaken als werknemer-bediende, en werd op de openbare terechtzitting van 22 sep¬tember 2008 uitgesproken door de heer J. G., kamervoorzitter, in aanwezigheid van mevrouw A. H., adjunct-griffier met opdracht. Grieven 1.1.
  2. Artikel 779 van het Gerechtelijk Wetboek, in de versie van toepassing vóór de opheffing van het tweede lid ervan bij artikel 21 van de wet van 26 april 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het bestrijden van de gerechtelijke achterstand, hieronder afgekort als de wet van 26 april 2007, bepaalde: "Het vonnis kan enkel worden gewezen door het voorgeschreven aantal rechters. Dezen moeten alle zittingen over de zaak bijgewoond hebben. Een en ander op straffe van nietigheid. Wanneer een rechter wettig verhinderd is de uitspraak bij te wonen van een vonnis waarover hij mede heeft beraadslaagd overeenkomstig artikel 778, kan de voorzitter van het gerecht evenwel een andere rechter aanwijzen om hem op het ogenblik van de uitspraak te vervangen." Artikel 782 van het Gerechtelijk Wetboek, in de versie toepasselijk vóór de vervanging ervan bij artikel 23 van de wet van 26 april 2007, bepaalde dat het vonnis ondertekend wordt door de rechters die het hebben uitgesproken, en door de griffier. Krachtens de voornoemde artikelen 779 en 782 dient het vonnis dus uitgesproken te worden door alle magistraten die het hebben gewezen. 1.1.
  3. Door artikel 21 van de wet van 26 april 2007 werd artikel 779, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek opgeheven. Door artikel 23 van de wet van 26 april 2007 werd artikel 782 van het Gerechtelijk Wetboek vervangen als volgt: "Voor de uitspraak wordt het vonnis ondertekend door de rechters die het hebben gewezen en door de griffier. Het eerste lid is evenwel niet van toepassing indien de rechter of rechters oordelen dat het vonnis onmiddellijk na de debatten kan worden uitgesproken." Krachtens artikel 24 van de wet van 26 april 2007 wordt een artikel 782bis ingevoegd in het Gerechtelijk Wetboek. Krachtens het eerste lid van dat artikel 782bis wordt het vonnis uitgesproken door de voorzitter van de kamer die het heeft gewezen, zelfs in afwezigheid van de andere rechters en, behalve voor straf- en in voorkomend geval voor tuchtzaken, van het openbaar ministerie. Het tweede lid van dat artikel bepaalt dat, indien evenwel een kamervoorzitter wettig verhinderd is het vonnis uit te spreken waarvoor hij aan de beraadslaging heeft deelgenomen in de in artikel 778 bepaalde voorwaarden, de voorzitter van het gerecht een andere rechter kan aanwijzen om hem op het ogenblik van de uitspraak te vervangen. Op grond van artikel 782bis, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals ingevoegd bij artikel 24 van de wet van 26 april 2007, wordt aldus in burgerlijke zaken het vonnis uitgesproken door de voorzitter van de kamer die het heeft gewezen, zelfs in afwezigheid van de andere rechters. 1.1.
  4. De werking in de tijd van de artikelen 21, waarbij het tweede lid van artikel 779 van het Gerechtelijk Wetboek wordt opgeheven, 23, waarbij artikel 782 van het Gerechtelijk Wetboek wordt vervangen, en 24, waarbij artikel 782bis in het Gerechtelijk Wetboek wordt ingevoegd, van de wet van 26 april 2007 wordt geregeld door artikel 31 van die wet. Krachtens artikel 31 van de wet van 26 april 2007 is die wet, met uitzondering van de artikelen 4, 5, 19, 22, 25, 26, 27, 28 en 30, in elke aanleg van toepassing op de zaken waarvoor op 1 september 2007 geen rechtsdag of geen kalender voor de rechtspleging is vastgesteld, of waarvoor geen enkel verzoek tot vaststelling werd ingediend, en wordt om de latere instaatstelling en vaststelling van de rechtsdag verzocht overeenkomstig de bepalingen van die wet. Krachtens artikel 747, §2, in de versie van toepassing vóór de vervanging ervan bij de wet van 26 april 2007, van het Gerechtelijk Wetboek kan de voorzitter of de door hem aangewezen rechter, op verzoek van ten minste één van de partijen, de termijnen om conclusie te nemen evenals een rechtsdag bepalen. Het met toepassing van die bepaling ingediende verzoek tot bepaling van de termijnen om conclusie te nemen en een rechtsdag, maakt een in artikel 31 van de wet van 26 april 2007 bedoeld verzoek tot vaststelling van een rechtsdag of een kalender voor de rechtspleging uit. De artikelen 21, 23 en 24 van de wet van 26 april 2007 zijn op grond van artikel 31 van die wet in elke aanleg van toepassing op de zaken waarvoor op 1 september 2007 geen rechtsdag of geen kalender voor de rechtspleging is vastgesteld, of waarvoor geen enkel verzoek tot vaststelling werd ingediend. De voornoemde artikelen 21, 23 en 24 van de wet van 26 april 2007 zijn dan ook in een bepaalde aanleg niet van toepassing op de zaken waarvoor op 1 september 2007 al een verzoek tot vaststelling van een rechtsdag of van een kalender voor de rechtspleging werd ingediend. Werd in een bepaalde aanleg op 1 september 2007 een verzoek tot vaststelling van een rechtsdag of van een kalender voor de rechtspleging ingediend, dan kan het vonnis niet met toepassing van artikel 782bis, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals ingevoegd bij artikel 24 van de wet van 26 april 2007, worden uitgesproken door (enkel) de voorzitter van de kamer die het heeft gewezen (zelfs in afwezigheid van de andere rechters), maar dient het met toepassing van de artikelen 779, in de versie van toepassing vóór de opheffing van het tweede lid ervan bij artikel 21 van de wet van 26 april 2007, en 782, in de versie toepasselijk vóór de vervanging ervan bij artikel 23 van de wet van 26 april 2007, van het Gerechtelijk Wetboek, uitgesproken te worden door alle magistraten die het hebben gewezen. 1.
  5. De bestreden beslissing werd genomen door de tweede kamer van het arbeidshof, samengesteld uit de heer J. G., kamervoorzitter, de heer M. H., raadsheer in sociale zaken als werkgever, en de heer P. D.B., raadsheer in sociale zaken als werknemer-bediende. Het bestreden arrest werd op de openbare terechtzitting van 22 september 2008 uitgesproken door (enkel) de kamervoorzitter, de heer J. G. (in aanwezigheid van mevrouw A. H., adjunct-griffier met opdracht). Uit de stukken van de rechtspleging waarop het Hof vermag acht te slaan, zoals de beschikking van de voorzitter van het arbeidshof, de heer J. G., van 12 oktober 2007 (waarvan een eensluidend verklaard afschrift bij dit verzoekschrift wordt gevoegd als stuk 1), blijkt: - dat het gezamenlijk verzoek van de partijen tot bepaling van conclusietermijnen met toepassing van artikel 747, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek op de griffie van het arbeidshof werd ontvangen op 19 juli 2007, d.i. vóór 1 september 2007; - en dus dat reeds vóór 1 september 2007 een verzoek tot vaststelling van een rechtsdag of van een kalender voor de rechtspleging werd ingediend. Zoals hierboven werd uiteengezet onder nummer 1.1, kan, wanneer in een bepaalde aanleg op 1 september 2007 al een verzoek tot vaststelling van een rechtsdag of van een kalender voor de rechtspleging werd ingediend, krachtens artikel 31 van de wet van 26 april 2007 het vonnis niet met toepassing van artikel 782bis, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals ingevoegd bij artikel 24 van de wet van 26 april 2007, worden uitgesproken door (enkel) de voorzitter van de kamer die het heeft gewezen (zelfs in afwezigheid van de andere rechters), maar dient het met toepassing van de artikelen 779, in de versie van toepassing vóór de opheffing van het tweede lid ervan bij artikel 21 van de wet van 26 april 2007, en 782, in de versie van toepassing vóór de vervanging ervan bij artikel 23 van de wet van 26 april 2007, van het Gerechtelijk Wetboek, uitgesproken te worden door alle magistraten die het hebben gewezen. Aangezien uit de stukken van de rechtspleging waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat op 1 september 2007 reeds een verzoek tot vaststelling van een rechtsdag of van een kalender voor de rechtspleging werd ingediend, diende het bestreden arrest uitgesproken te worden door alle magistraten die het hebben gewezen. Conclusie Het bestreden arrest werd op de openbare terechtzitting van 22 september 2008 niet wettig uitgesproken door (enkel) de kamervoorzitter, de heer J. G. (schending van alle in de aanhef van het middel als geschonden aangewezen wettelijke bepalingen). III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  6. Krachtens artikel 779, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing voor de wijziging bij wet van 26 april 2007, kan het vonnis enkel worden gewezen door het voorgeschreven aantal rechters. Dezen moeten alle zittingen over de zaak hebben bijgewoond. Een en ander op straffe van nietigheid. Krachtens artikel 782 van voormeld wetboek, zoals van toepassing voor de wijziging bij wet van 26 april 2007, wordt het vonnis ondertekend door de rechters die het hebben uitgesproken, en door de griffier.
  7. De eiser voert aan dat het arrest niet wettig werd uitgesproken, enkel omdat het, in strijd met voormelde bepalingen, werd uitgesproken door de kamervoorzitter alleen, zoals het te dezen niet toepasselijke artikel 788bis, eerste lid, ingevoegd bij artikel 24 van de wet van 26 april 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het bestrijden van de achterstand, dit thans bepaalt voor de zaken waarvoor op 1 september 2007 nog geen rechtsdag of geen kalender voor de rechtspleging is vastgesteld of waarvoor geen enkel verzoek tot vaststelling werd ingediend.
  8. De uitspraakregeling, zoals van toepassing voor de wijziging bij wet van 26 april 2007, was het gevolg van de vaststelling dat zolang de beslissing niet is uitgesproken, de rechters die eraan hebben meegewerkt haar kunnen intrekken, wijzigen, op hun standpunt terugkomen of een nieuwe beslissing uitlokken en in die gevallen niet is uitgesloten dat bij een nieuwe stemming een meerderheid een andere beslissing uitspreekt. De uitspraak door de voorzitter alleen biedt evenwel dezelfde waarborg, wanneer de beslissing vaststaat.
  9. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat: - het verzoek tot termijnregeling op 19 juli 2007 gebeurde; - het arrest van 22 september 2008 vermeldt: "deze beslissing is genomen door de tweede kamer van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, samengesteld uit de heer J. G., kamervoorzitter, de heer M. H., raadsheer in sociale zaken als werkgever, de heer P. D., raadsheer in sociale zaken als werknemer-bediende, bijgestaan door mevrouw A. H., adjunct-griffier met opdracht"; - het verder vermeldt: "uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 september 2008 door de heer J. G., kamervoorzitter, en in aanwezigheid van mevrouw A. H., adjunct-griffier met opdracht (...)"; - het arrest door de drie betrokken raadsheren en de griffier werd ondertekend.
  10. Uit deze niet-betwiste vaststellingen volgt dat het bestreden arrest door de drie raadsheren regelmatig werd gewezen en ondertekend en aldus vaststond, en dat het in openbare terechtzitting werd uitgesproken.
  11. Het middel dat in deze omstandigheden de vernietiging beoogt van de uitspraak op de enkele grond dat twee raadsheren-bijzitters niet aanwezig waren bij de uitspraak, kan niet worden aangenomen. Dictum, Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Bepaalt de kosten op de som van 566,91 euro jegens de eisende partij en op de som van 292,99 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare terechtzitting van 20 september 2010 uitgesproken door afdelings-voorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100920.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100920.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.