← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100921.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100921.3 Rolnummer: P.09.1719.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2010-10-11 Raadplegingen: 403 - laatst gezien 2026-07-02 03:44 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Hoewel er in strafzaken voor de redactie van de middelen geen voorgeschreven vormen of sacramentele termen zijn, moeten de aangevoerde middelen nochtans duidelijk en structureel uiteengezet zijn, wat veronderstelt dat ze een voldoende duidelijke vermelding bevatten zowel van de geschonden rechtsregel als van de redenen waarom die regel zou zijn geschonden; het is niet de taak van het Hof in ongestructureerde uiteenzettingen te achterhalen wat de aangevoerde middelen zouden kunnen zijn

(1).
(1)Cass., 13 jan. 2009, AR P.08.1453.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090113.5, A.C., 2009, nr. 24. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatiemiddelen in strafzaken - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Eerlijke behandeling Vrije woorden: Formulering - Voorwaarden waaraan moet zijn voldaan Thesaurus CAS: CASSATIE - ALGEMEEN. OPDRACHT EN BESTAANSREDEN VAN HET HOF. AARD VAN HET CASSATIEGEDING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatiemiddelen in strafzaken - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Eerlijke behandeling Vrije woorden: Opdracht en bestaansreden van het Hof - Onderzoek van de aangevoerde middelen - Onduidelijk cassatiemiddel Fiche 3 Niet ontvankelijk is de memorie die bestaat uit één doorlopende tekst waarin feiten, inhoudelijke opmerkingen en grieven door elkaar worden gehaald, maar die geen enkel argument bevat dat als een middel in de zin van de artikelen 420bis en 422 Wetboek van Strafvordering kan gelden
(1).
(1)Cass., 13 jan. 2009, AR P.08.1453.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090113.5, A.C., 2009, nr.
  1. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Onduidelijk middel UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatiemiddelen in strafzaken - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Eerlijke behandeling Vrije woorden: Doorlopende tekst met opsomming van feiten en opmerkingen zonder band met de bestreden beslissing - Ontvankelijkheid Tekst van de beslissing Nr. P.09.1719.N I
  2. A F J R, beklaagde,
  3. M P L R, beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Kris Luyckx, advocaat bij de balie te Antwerpen. II
  4. D M, beklaagde,
  5. I M, beklaagde,
  6. T M, beklaagde,
  7. I G, beklaagde,
  8. J F, beklaagde, eisers. III A E, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Kris Luyckx, advocaat bij de balie te Antwerpen. IV I D, beklaagde, eiser. V S C, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Kris Luyckx, advocaat bij de balie te Antwerpen. VI D Z, beklaagde, eiser. VII L V T D, beklaagde, eiser. VIII L A M V D B, beklaagde, eiser. IX M P V L, beklaagde, eiser. X S Y, beklaagde, eiser. XI M K, beklaagde, eiser. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 23 oktober
  9. De eisers I, III en V voeren in memories die aan dit arrest zijn gehecht, elk drie dezelfde middelen aan. De eiser IV voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, grieven aan. De overige eisers voeren geen middelen aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de eiser XI
  10. De eiser XI stelde cassatieberoep in op dinsdag 10 november 2009, dit is buiten de termijn bepaald bij artikel 359 (373 oud) Wetboek van Strafvordering. Het cassatieberoep is derhalve wegens laattijdigheid niet ontvankelijk. Ontvankelijkheid van de memorie van de eiser IV
  11. Krachtens de artikelen 420bis en 422 Wetboek van Strafvordering geeft de eiser in cassatie die de zaak wenst te bepleiten, zijn middelen aan in een memorie hetzij in een verzoekschrift.
  12. In strafzaken zijn er voor de redactie van de middelen geen voorgeschreven vormen of sacramentele termen. Nochtans moeten de aangevoerde middelen duidelijk en structureel uiteengezet zijn. Dit veronderstelt dat ze een voldoende duidelijke vermelding bevatten zowel van de geschonden rechtsregel als van de redenen waarom die regel zou zijn geschonden. Het is niet de taak van het Hof in ongestructureerde uiteenzettingen te achterhalen wat de aangevoerde middelen zouden kunnen zijn.
  13. De memorie van de eiser IV bestaat uit één doorlopende tekst waarin feiten, inhoudelijke opmerkingen en grieven door elkaar worden gehaald. Ze bevat echter geen enkel argument dat als een middel in de zin van de voornoemde artikelen 420bis en 422 Wetboek van Strafvordering kan gelden. De memorie is niet ontvankelijk. Eerste middel van de eisers I, III en V
  14. Het middel voert schending aan van de artikelen 6 en 8 EVRM, de artikelen 179, 182, 195, 211, 479 e.v. Wetboek van Strafvordering en artikel 326, § 2, 3°, Gerechtelijk Wetboek, evenals miskenning van het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces: het bestreden arrest oordeelt onterecht dat de artikelen 479 en volgende Wetboek van Strafvordering niet geschonden zijn op grond dat "het loutere feit dat noch in de twee beschikkingen wordt verwezen naar de reeds voorheen verleende delegatie, die immers gold voor het ganse onderzoek vanaf 30 november 2004 en ten aanzien van de geprivilegieerde [eiser I.1], nog niet meebrengt dat het strafdossier niet werd meegedeeld aan de procureur-generaal doch slechts aan de procureur des Konings".
  15. Het middel komt volledig op tegen de beoordeling van de feiten door de rechter of het vraagt een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof niet bevoegd is. Het middel is niet ontvankelijk. Tweede middel van de eisers I, III en V
  16. Het middel voert schending aan van de artikelen 6 en 8 EVRM, artikel 14 IVBPR, de artikelen 10 en 11 Grondwet, de artikelen 61ter, 61quater, 61quinquies, 127 tot en met 136ter, 179, 182, 195, 211, 235, 235bis, 235ter en 479 tot en met 503bis Wetboek van Strafvordering en artikel 326, § 2, 3°, Gerechtelijk Wetboek, evenals miskenning van het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces: anders dan het openbaar ministerie hadden de eisers niet de mogelijkheid het strafdossier in te kijken of bijkomende onderzoeksver¬rich¬tingen te vragen. In zoverre het middel gericht is tegen het gevoerde onderzoek en niet tegen het bestreden arrest, is het niet ontvankelijk. Voor het overige vraagt het middel een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. In zoverre is het middel evenmin ontvankelijk. Derde middel van de eisers I, III en V
  17. Het middel dat enkel betrekking heeft op de telastleggingen B en C, voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 163, eerste lid, 195, eerste lid, en 371 Wetboek van Strafvordering: het bestreden arrest is niet naar eis van recht gemotiveerd omdat het noch zelf, noch door overneming, enige bepaling van het wetboek van inkomstenbelasting of een uitvoeringsbesluit ervan vermeldt dat de eisers hebben overtreden of hebben willen overtreden.
  18. Het arrest vermeldt in het dictum (p. 90) dat het onder meer de artikelen 449 en 450 WIB92, de artikelen 3, 6, 21, 29, 40, 94, 99 en 102 WIGB en de artikelen 2, 8bis, 51, § 1, 2°, 3°, 73 en 73bis Btw-wetboek toepast. Het middel berust op een onvolledige lezing van het bestreden arrest en mist dus feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de overige beslissingen op de strafvordering
  19. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten in het geheel op 753,97 euro waarvan de eisers I, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XI elk 68,26 euro verschuldigd zijn en de eisers II 71,37 euro verschuldigd zijn. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 21 september 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100921.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090113.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250204.2N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.