← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100928.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100928.3 Rolnummer: P.10.1065.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2010-10-13 Raadplegingen: 549 - laatst gezien 2026-07-02 07:33 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Een beslissing over het verzoek tot teruggave van een borgsom, doet uitspraak over een aangelegenheid die los staat van de voorlopige hechtenis en van een andere aard is dan de beslissing over de grond van de strafvordering

(1).
(1)Cass., 6 juni 2007, AR P.07.0454.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070606.3, A.C., 2007, nr. 309 met concl. van advocaat-generaal Genicot in Pas., 2007. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VOORLOPIGE INVRIJHEIDSTELLING UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - ZEKERHEDEN - Persoonlijke zekerheid - Borgtocht - Algemeen Vrije woorden: Invrijheidstelling onder borgsom - Verzoek tot teruggave van borgsom - Beslissing - Aard Thesaurus CAS: BORGTOCHT UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - ZEKERHEDEN - Persoonlijke zekerheid - Borgtocht - Algemeen Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Invrijheidstelling onder borgsom - Verzoek tot teruggave van borgsom - Beslissing - Aard Fiches 3 - 5 Tegen een beslissing over een verzoek tot teruggave van een borgsom staat cassatieberoep open overeenkomstig de gemeenrechtelijke bepalingen van het Wetboek van Strafvordering
(1).
(1)Cass., 6 juni 2007, AR P.07.0454.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070606.3, A.C., 2007, nr. 309 met concl. van advocaat-generaal Genicot in Pas., 2007. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - CASSATIEBEROEP UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - ZEKERHEDEN - Persoonlijke zekerheid - Borgtocht - Algemeen Vrije woorden: Invrijheidstelling onder borgsom - Verzoek tot teruggave van borgsom - Beslissing van teruggave - Cassatieberoep - Toepasselijke wetsbepalingen Thesaurus CAS: BORGTOCHT UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - ZEKERHEDEN - Persoonlijke zekerheid - Borgtocht - Algemeen Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Invrijheidstelling onder borgsom - Verzoek tot teruggave van borgsom - Beslissing van teruggave - Cassatieberoep - Toepasselijke wetsbepalingen Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Allerlei UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - ZEKERHEDEN - Persoonlijke zekerheid - Borgtocht - Algemeen Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Invrijheidstelling onder borgsom - Verzoek tot teruggave van borgsom - Beslissing van teruggave - Cassatieberoep - Toepasselijke wetsbepalingen Fiches 6 - 8 Een beslissing die het verzoek tot teruggave van een borgsom aan een in vrijheid gestelde verdachte inwilligt, is een eindbeslissing in de zin van artikel 416, eerste lid, Wetboek van Strafvordering
(1).
(1)Zie Cass., 6 juni 2007, AR P.07.0454.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070606.3, A.C., 2007, nr. 309 met concl. van advocaat-generaal Genicot in Pas., 2007. Thesaurus CAS: BORGTOCHT UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - ZEKERHEDEN - Persoonlijke zekerheid - Borgtocht - Algemeen Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Invrijheidstelling onder borgsom - Verzoek tot teruggave van borgsom - Beslissing van teruggave - Cassatieberoep - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VOORLOPIGE INVRIJHEIDSTELLING UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - ZEKERHEDEN - Persoonlijke zekerheid - Borgtocht - Algemeen Vrije woorden: Invrijheidstelling onder borgsom - Verzoek tot teruggave van borgsom - Beslissing van teruggave - Cassatieberoep - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering - Allerlei UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - ZEKERHEDEN - Persoonlijke zekerheid - Borgtocht - Algemeen Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Invrijheidstelling onder borgsom - Verzoek tot teruggave van borgsom - Beslissing van teruggave - Cassatieberoep - Ontvankelijkheid Fiche 9 De betaling van de borgsom is geen voorwaarde in de zin van artikel 35, §1, Voorlopige Hechteniswet; deze maatregel gaat de invrijheidstelling vooraf en strekt er toe de verdachte aan te zetten bij alle proceshandelingen, alsook ter tenuitvoerlegging van het vonnis, te verschijnen
(1).
(1)Cass., 2 dec. 2003, AR P.03.1332.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031202.10, A.C., 2003, nr. 612. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - INVRIJHEIDSTELLING ONDER VOORWAARDEN UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - ZEKERHEDEN - Persoonlijke zekerheid - Borgtocht - Algemeen Vrije woorden: Betaling van een borgsom - Aard Fiches 10 - 12 Wanneer de invrijheidstelling van een verdachte afhankelijk is van de voorafgaande betaling van een borgsom en de verdachte na betaling van de borgsom in vrijheid werd gesteld, komt het enkel de rechter die over de strafvordering uitspraak doet of heeft gedaan, toe over de bestemming van de borgsom te oordelen
(1).
(1)Cass., 3 maart 1999, AR P.99.0168.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990303.18, A.C., 1999, nr. 129; Cass., 19 juli 2005, AR P.05.1008.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050719.14, A.C., 2005, nr. 390; Cass., 22 okt. 2008, AR P.08.0839.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081022.7, A.C., 2008, nr.
  1. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VOORLOPIGE INVRIJHEIDSTELLING UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - ZEKERHEDEN - Persoonlijke zekerheid - Borgtocht - Algemeen Vrije woorden: Invrijheidstelling afhankelijk van betaling van borgsom - Bestemming van de borgsom - Bevoegdheid van de rechter Thesaurus CAS: BORGTOCHT UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - ZEKERHEDEN - Persoonlijke zekerheid - Borgtocht - Algemeen Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Invrijheidstelling afhankelijk van betaling van borgsom - Bestemming van de borgsom - Bevoegdheid van de rechter Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Allerlei UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - ZEKERHEDEN - Persoonlijke zekerheid - Borgtocht - Algemeen Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Invrijheidstelling afhankelijk van betaling van borgsom - Bestemming van de borgsom - Bevoegdheid van de rechter Tekst van de beslissing Nr. P.10.1065.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT, met kantoor te 9000 Gent, Koophandelsplein 23, vervolgende partij, eiser, tegen H. M. C. H. D. G., inverdenkinggestelde, verweerder, met als raadslieden mr. Walter Van Steenbrugge en Joachim Meese, advocaten bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 10 juni
  2. De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  3. De verweerder voert twee middelen van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan.
  4. In een eerste middel voert de verweerder aan dat krachtens artikel 31, § 1 en § 2, Voorlopige Hechteniswet slechts cassatieberoep kan worden ingesteld tegen arresten en vonnissen waardoor de voorlopige hechtenis wordt gehandhaafd; hieruit volgt dat het openbaar ministerie geen cassatieberoep kan instellen tegen een beslissing waarbij de teruggave van een borgsom wordt bevolen.
  5. De invrijheidstelling onder borgsom is een beslissing waarbij de handhaving van de voorlopige hechtenis wordt bevolen tot de vereiste zekerheid is betaald. Na de betaling van de borgsom wordt de verdachte in vrijheid gesteld. Tegen een beslissing waarbij de invrijheidstelling van een verdachte mits voorafgaande betaling van een borgsom wordt bevolen, staan krachtens artikel 37, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet dezelfde rechtsmiddelen, waaronder het cassatieberoep, open als tegen de beslissingen die inzake voorlopige hechtenis worden genomen.
  6. Een borgsom wordt evenwel opgelegd teneinde de verdachte na zijn invrijheidstelling ertoe aan te zetten te verschijnen bij de proceshandelingen of zich aan te bieden ter tenuitvoerlegging van het vonnis. Een beslissing over het verzoek tot teruggave van een borgsom, doet aldus uitspraak over een aangelegenheid die los staat van de voorlopige hechtenis en van een andere aard is dan de beslissing over de grond van de strafvordering. Tegen een beslissing over een verzoek tot teruggave van een borgsom staat cassatieberoep open overeenkomstig de gemeenrechtelijke bepalingen van het Wetboek van Strafvordering.
  7. Het eerste middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep is uitsluitend gebaseerd op de bepalingen van de Voorlopige Hechteniswet die hierop niet van toepassing zijn. Het eerste middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep moet worden verworpen.
  8. In een tweede middel voert de verweerder aan dat de bestreden beslissing geen eindbeslissing is in de zin van artikel 416, eerste lid, Wetboek van Strafvordering vermits de strafvordering nog aanhangig is, noch uitspraak doet in een der gevallen bedoeld in artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering.
  9. Een beslissing over het verzoek tot teruggave van een borgsom, doet uitspraak over een aangelegenheid die los staat van de voorlopige hechtenis en van een andere aard is dan de beslissing over de grond van de strafvordering. Tegen een dergelijke beslissing staat cassatieberoep open overeenkomstig de gemeenrechtelijke bepalingen van het Wetboek van Strafvordering. Een beslissing die het verzoek tot teruggave van een borgsom aan een in vrijheid gestelde verdachte inwilligt, is een eindbeslissing in de zin van artikel 416, eerste lid, Wetboek van Strafvordering. Het tweede middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep moet eveneens worden verworpen. Ontvankelijkheid van het verzoekschrift
  10. De verweerder voert een grond van niet-ontvankelijkheid van het verzoekschrift aan. Hij voert aan dat krachtens artikel 31, § 3, Voorlopige Hechteniswet tegen een beslissing inzake voorlopige hechtenis slechts cassatiemiddelen kunnen worden voorgedragen hetzij in de akte van cassatieberoep, hetzij in een bij die gelegenheid neergelegd geschrift, hetzij in een memorie die op de griffie van het Hof van Cassatie moet toekomen uiterlijk de vijfde dag na de datum van het cassatieberoep; te dezen werd het verzoekschrift neergelegd op de griffie van het hof van beroep en niet op de griffie van het Hof; bovendien werd het pas neergelegd op vrijdag 18 juni 2010 daar waar het cassatieberoep werd ingesteld op 11 juni
  11. Een beslissing waarbij de teruggave van een borgsom wordt bevolen, is geen arrest of vonnis dat betrekking heeft op de voorlopige hechtenis. Op het cassatieberoep dat tegen dergelijke beslissing kan worden ingesteld, is niet de regeling van artikel 31, § 2, Voorlopige Hechteniswet, maar de gemeenrechtelijke bepalingen van het Wetboek van Strafvordering van toepassing.
  12. Het verzoekschrift werd ter griffie van het hof van beroep neergelegd op 18 juni 2010, dit is binnen de termijn van vijftien dagen na het instellen van het cassatieberoep op 11 juni
  13. Het verzoekschrift, neergelegd binnen de termijn en op de wettelijk bepaalde plaats van artikel 422 Wetboek van Strafvordering, is derhalve ontvankelijk. Middel
  14. Het middel voert schending aan van artikel 35, § 1, eerste lid, en § 4, vierde lid, en artikel 36 Voorlopige Hechteniswet: de betaling van een borgsom is geen voorwaarde in de zin van artikel 35, § 1, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet; de borgsom wordt pas teruggegeven indien de verdachte bij alle proceshandelingen alsook ter tenuitvoerlegging van het vonnis of arrest is verschenen; geen wijziging, opheffing of vrijstelling van deze maatregel kan worden gevraagd op grond van artikel 36 Voorlopige Hechteniswet; enkel de rechter die uitspraak doet over de strafvordering, kan oordelen over de bestemming van de borgsom.
  15. Krachtens artikel 35, § 1, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet kan de onderzoeksrechter in de gevallen waarin voorlopige hechtenis kan worden bevolen of gehandhaafd onder de in artikel 16, § 1, bepaalde voorwaarden, ambtshalve, op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van de verdachte, de betrokkene in vrijheid laten onder oplegging van een of meer voorwaarden voor de tijd die hij bepaalt en maximum voor drie maanden. Krachtens artikel 35, § 4, eerste lid, kan de rechter ook de voorafgaande en volledige betaling van een borgsom vorderen, waarvan hij het bedrag bepaalt. Krachtens artikel 36, § 1, vierde en vijfde lid, Voorlopige Hechteniswet kan de verdachte in de loop van het gerechtelijk onderzoek aan de raadkamer vragen dat de opgelegde voorwaarden geheel of gedeeltelijk worden opgeheven of gewijzigd; hij kan ook vragen te worden vrijgesteld van alle voorwaarden of van sommige daarvan. Doet de raadkamer binnen vijf dagen geen uitspraak over het verzoek van de verdachte, dan vervallen de bevolen maatregelen. Krachtens artikel 36, § 3, Voorlopige Hechteniswet kan het vonnisgerecht waarbij de zaak aanhangig is, na het afsluiten van het gerechtelijk onderzoek op vordering van de procureur des Konings of op verzoek van de verdachte, de opgelegde voorwaarden verlengen voor maximum drie maanden en uiterlijk tot het vonnis. Het vonnisgerecht kan die voorwaarden ook intrekken of vrijstelling verlenen van de naleving van sommige daarvan. Het kan geen nieuwe voorwaarden opleggen.
  16. Door de opgelegde voorwaarden, vermeld in artikel 36 Voorlopige Hechteniswet, wordt enkel bedoeld de voorwaarden in de zin van artikel 35, § 1, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet. Deze voorwaarden van artikel 35, § 1, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet moeten worden nageleefd na de invrijheidstelling voor een hernieuwbare periode van telkens drie maanden. De betaling van de borgsom is geen voorwaarde in de zin van artikel 35, § 1, Voorlopige Hechteniswet. Deze maatregel gaat de invrijheidstelling vooraf en strekt er toe de verdachte aan te zetten bij alle proceshandelingen, alsook ter tenuitvoerlegging van het vonnis, te verschijnen. Wanneer de invrijheidstelling van een verdachte afhankelijk is van de voorafgaande betaling van een borgsom en de verdachte na betaling van de borgsom in vrijheid werd gesteld, komt het enkel de rechter die over de strafvordering uitspraak doet of heeft gedaan, toe over de bestemming van de borgsom te oordelen.
  17. De appelrechters oordelen dat het verzoekschrift van de verweerder, strekkende tot teruggave van de borgsom, regelmatig ingeleid werd bij het vonnisgerecht waarbij de zaak aanhangig is, en dat dit vonnisgerecht de maatregel van de borgsom, zoals de andere alternatieve maatregelen van de voorhechtenis, moet kunnen aanpassen wanneer zich daartoe nieuwe elementen aandienen. Zij bevelen vervolgens de opheffing, vrijgave en terugbetaling van de borgsom. Aldus verantwoorden zij hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 41,38 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 28 september 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100928.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990303.18 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031202.10 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050719.14 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070606.3 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081022.7 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130604.4 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141209.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.