id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100928.5 Rolnummer: P.10.1512.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Bestuursrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2010-10-13 Raadplegingen: 573 - laatst gezien 2026-07-02 03:43 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 2, §4, Wet Europees Aanhoudingsbevel dat de inlichtingen vermeldt die het Europees aanhoudingsbevel bevat, is niet op straffe van nietigheid voorgeschreven; het volstaat dat het Europees aanhoudingsbevel of de daarmee gelijkgestelde Schengensignalering zodanig is opgesteld dat het de onderzoeksgerechten in staat stelt te beoordelen of de wettelijk bepaalde voorwaarden voor de tenuitvoerlegging werden nageleefd
(1).
(1)Cass., 8 dec. 2004, AR P.04.1540.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041208.13, A.C., 2004, nr. 601; Cass., 1 maart 2006, AR P.06.0280.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060301.23, A.C., 2006, nr. 116. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES - Algemene beginselen (aanhoudingsbevel - Europees) Vrije woorden: Te vermelden inlichtingen - Geldigheid Fiche 2 Artikel 33, §1, Wet Europees Aanhoudingsbevel dat de vorm bepaalt waarin een Europees aanhoudingsbevel door een Belgische gerechtelijke autoriteit wordt opgemaakt, is niet van toepassing op een door een buitenlandse gerechtelijke autoriteit uitgevaardigd Europees aanhoudingsbevel of de daarmee gelijkgestelde Schengensignalering. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES - Algemene beginselen (aanhoudingsbevel - Europees) Vrije woorden: Vorm - Artikel 33, § 1, Wet Europees Aanhoudingsbevel - Toepassing Fiche 3 Artikel 780, Gerechtelijk Wetboek is niet van toepassing op een Europees aanhoudingsbevel of een daarmee gelijkgestelde Schengensignalering. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES - Algemene beginselen (aanhoudingsbevel - Europees) Vrije woorden: Artikel 780, Gerechtelijk Wetboek - Toepassing Fiches 4 - 5 Het onderzoeksgerecht dat moet oordelen over de uitvoerbaarverklaring van een Europees aanhoudingsbevel of een daarmee gelijkgestelde Schengensignalering, vermag de materiële verschrijving in het proces-verbaal van ondervraging door de onderzoeksrechter of in diens beschikking over de vrijheid van de verdachte vast te stellen en te verbeteren
(1).
(1)Zie Cass., 3 sept. 1986, AR 5040, A.C., 1986-1987, nr. 6; Cass., 10 mei 1989, AR 7520, A.C., 1988-1989, nr. 515. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES - Algemene beginselen (aanhoudingsbevel - Europees) Vrije woorden: Materiële verschrijving - Onderzoeksgerecht - Verbetering van de verschrijving Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES - Algemene beginselen (aanhoudingsbevel - Europees) Vrije woorden: Europees aanhoudingsbevel - Uitvoerbaarverklaring - Materiële verschrijving - Verbetering Fiche 6 Een rechtsmiddel tegen een beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en staatlozen tot weigering van de asielaanvraag, heeft geen opschortende werking
(1).
(1)Zie Cass., 14 maart 2001, AR P.01.0179.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010314.14, A.C., 2001, nr. 133 met concl. van advocaat-generaal Spreutels; Cass., 21 maart 2001, AR P.01.0163.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010321.13, A.C., 2001, nr. 152. Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES - Algemene beginselen (aanhoudingsbevel - Europees) Vrije woorden: Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen - Beslissing tot weigering van asielaanvraag - Rechtsmiddel Fiches 7 - 8 Artikel 6, E.V.R.M. is niet van toepassing voor de onderzoeksgerechten die uitspraak doen over een Europees aanhoudingsbevel; zij doen geen uitspraak over de vervolging wegens een strafbaar feit ten laste van de gezochte persoon; het onderzoeksgerecht dat uitspraak doet over de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel, heeft evenmin te oordelen over de wettigheid en regelmatigheid van dit bevel; dit alles wordt beoordeeld door de uitvaardigende rechterlijke autoriteit aan wie de gezochte persoon wordt overgeleverd
(1).
(1)Cass., 1 maart 2006, AR P.06.0280.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060301.23, A.C., 2006, nr. 116; Cass., 14 juli 2009, AR P.09.1074.F ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090714.4, A.C., 2009, nr.
- Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES - Algemene beginselen (aanhoudingsbevel - Europees) Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Uitspraak over Europees aanhoudingsbevel - Toepassing Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES - Algemene beginselen (aanhoudingsbevel - Europees) Vrije woorden: Uitspraak over Europees aanhoudingsbevel - Artikel 6, E.V.R.M. - Toepassing Tekst van de beslissing Nr. P.10.1512.N L. M. C. F., gedetineerd krachtens een Europees aanhoudingsbevel, eiser, met als raadslieden mr. Paul Bekaert, advocaat bij de balie te Brugge, met kantoor te 8700 Tielt, Hoogstraat 34, waar de eiser woonplaats kiest, mr. Geert Lambert, advocaat bij de balie te Brugge en mr. Piet De Pauw, advocaat bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 13 september
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, zes middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 9, § 2, Wet Europees Aanhoudingsbevel: de appelrechters steunen hun beslissing ten onrechte op een Europees aanhoudingsbevel waarvan het origineel niet voorligt en waarop niet alle verplichte vermeldingen voorkomen.
- Artikel 9 Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt: "§
- Een signalering verricht overeenkomstig het bepaalde in artikel 95 van de overeenkomst gesloten op 19 juni 1990 ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen wordt gelijkgesteld met een Europees aanhoudingsbevel. §
- Zolang de signalering niet alle gegevens bevat vereist door het Europees aanhoudingsbevel, moet de signalering worden gevolgd door een overzending van het origineel van het Europees aanhoudingsbevel bedoeld in de artikelen 2 en 3 of van een eensluidend verklaard afschrift."
- Artikel 2, § 4, Wet Europees Aanhoudingsbevel vermeldt de inlichtingen die het Europees aanhoudingsbevel bevat. Deze bepaling is niet op straffe van nietigheid voorgeschreven. Het volstaat dat het Europees aanhoudingsbevel of de daarmee gelijkgestelde Schengensignalering zodanig is opgesteld dat het de onderzoeksgerechten in staat stelt te beoordelen of de wettelijk bepaalde voorwaarden voor de tenuitvoerlegging werden nageleefd. Artikel 33, § 1, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt de vorm waarin een Europees aanhoudingsbevel door een Belgische gerechtelijke autoriteit wordt opgemaakt. Het is niet van toepassing op een door een buitenlandse gerechtelijke autoriteit uitgevaardigd Europees aanhoudingsbevel of de daarmee gelijkgestelde Schengensignalering. In zoverre faalt het middel naar recht.
- De appelrechters stellen vast dat zich in het dossier een Schengensignalering bevindt die geldt als Europees aanhoudingsbevel, en die alle inlichtingen bevat die nodig zijn voor de controle van de geldigheid ervan en van de naleving van de artikelen 3 tot 5 Wet Europees Aanhoudingsbevel. Aldus verantwoorden zij hun beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 33, § 1, Wet Europees Aanhoudingsbevel: de Schengensignalering is niet gedateerd, niet ondertekend en draagt niet de naam van de rechter die het uitvaardigt; de appelrechters verklaren aldus een onbestaand Europees aanhoudingsbevel uitvoerbaar.
- Artikel 33, § 1, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt de vorm waarin een Europees aanhoudingsbevel door een Belgische gerechtelijke autoriteit wordt opgemaakt. Het is niet van toepassing op een door een buitenlandse gerechtelijke autoriteit uitgevaardigd Europees aanhoudingsbevel of de daarmee gelijkgestelde Schengensignalering. Het middel faalt naar recht. Derde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 780 Gerechtelijk Wetboek: het Europees aanhoudingsbevel dat niet gedateerd is en de naam, de functie en de handtekening van de rechter die het uitvaardigt, niet bevat, is nietig.
- Artikel 780 Gerechtelijk Wetboek is niet van toepassing op een Europees aanhoudingsbevel of een daarmee gelijkgestelde Schengensignalering. Het middel faalt naar recht. Vierde middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 795 en 797 Gerechtelijk Wetboek en artikel 14, § 1, Wet Europees Aanhoudingsbevel: de onderzoeksrechter heeft gevolg gegeven aan een niet-bestaand Europees aanhoudingsbevel; het onderzoeksgerecht kan geen materiële vergissing in een beschikking van de onderzoeksrechter rechtzetten; de kamer van inbeschuldigingstelling beantwoordt eisers verweer niet en verklaart zich ten onrechte niet bevoegd te oordelen over eisers verweer tegen de beschikking van de onderzoeksrechter.
- In zoverre het middel gericht is tegen de beschikking van de onderzoeksrechter, is het niet gericht tegen het bestreden arrest. In zoverre is het middel niet ontvankelijk.
- Het onderzoeksgerecht dat moet oordelen over de uitvoerbaarverklaring van een Europees aanhoudingsbevel of een daarmee gelijkgestelde Schengensignalering, vermag de materiële verschrijving in het proces-verbaal van ondervraging door de onderzoeksrechter of in diens beschikking over de vrijheid van de verdachte vast te stellen en te verbeteren. In zoverre faalt het middel naar recht.
- Met verwijzing naar en overname van de redenen van de vordering van de federale procureur beantwoordt de kamer van inbeschuldigingstelling eisers verweer en verantwoordt zij haar beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Vijfde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 33 Internationaal Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1953 (lees: 28 juli 1951): de kamer van inbeschuldigingstelling oordeelt ten onrechte dat het annulatieberoep tegen een afwijzing van het statuut van politiek vluchteling niet opschortend werkt; een overlevering komt neer op een uitzetting of terugleiding.
- Artikel 33, eerste lid, Internationaal Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951 bepaalt dat geen der Verdragsluitende Staten, op welke wijze ook, een vluchteling zal uitzetten of terugleiden naar de grenzen van een grondgebied waar zijn leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging. Deze bescherming geldt niet voor een persoon die asiel heeft aangevraagd maar wiens erkenning als vluchteling werd geweigerd. In zoverre faalt het middel naar recht.
- Een rechtsmiddel tegen een beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en staatlozen tot weigering van de asielaanvraag, heeft geen opschortende werking. In zoverre faalt het middel eveneens naar recht.
- De appelrechters stellen vast dat: - de eiser op 25 augustus 2010 een aanvraag heeft ingediend om het statuut van politiek vluchteling te verkrijgen en voor asiel; - het commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en staatlozen op 10 september 2010 geweigerd heeft het verzoek tot asielaanvraag in overweging te nemen. Zij oordelen vervolgens dat: - een persoon die niet de status van erkend vluchteling heeft, maar die wel asiel heeft aangevraagd, niet onder de vluchtelingenexceptie van voormeld artikel 33 valt; - de hoedanigheid van kandidaat-vluchteling en het indienen van een asielaanvraag geen grond tot weigering van de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel is; - de gebeurlijke rechtsmiddelen in annulatie van de beslissing van het commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en staatlozen geen opschortende werking heeft. Aldus verantwoorden zij zonder schending van artikel 33 Internationaal Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951 hun beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Zesde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.3 EVRM wegens het gebrek aan bijstand van een raadsman.
- Artikel 6 EVRM is niet van toepassing voor de onderzoeksgerechten die uitspraak doen over een Europees aanhoudingsbevel. Zij doen geen uitspraak over de vervolging wegens een strafbaar feit ten laste van de gezochte persoon. Het onderzoeksgerecht dat uitspraak doet over de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel, heeft evenmin te oordelen over de wettigheid en regelmatigheid van dit bevel. Dit alles wordt beoordeeld door de uitvaardigende rechterlijke autoriteit aan wie de gezochte persoon wordt overgeleverd. Het middel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Bepaalt de kosten op 110,42 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 28 september 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100928.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010314.14 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010321.13 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041208.13 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060301.23 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090714.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101116.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div