← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101001.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101001.4 Rolnummer: C.09.0565.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2010-10-18 Raadplegingen: 1334 - laatst gezien 2026-07-02 04:46 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Rechtsmisbruik bestaat in de uitoefening van een recht op een wijze die kennelijk de grenzen van de normale uitoefening van dat recht door een voorzichtig en oplettend persoon te buiten gaat; dit is in zonderheid het geval wanneer de veroorzaakte schade niet in verhouding staat tot het voordeel dat de houder van dat recht beoogt of heeft verkregen; bij de beoordeling van de voorhanden zijnde belangen, moet de rechter rekening houden met alle omstandigheden van de zaak

(1).
(1)Cass., 8 feb. 2010, AR C.09.0416.F ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100208.4, A.C., 2010, nr.
  1. Thesaurus CAS: RECHTSMISBRUIK UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BURGERLIJK RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Rechtsmisbruik Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1134, derde lid Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BURGERLIJK RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Rechtsmisbruik Vrije woorden: Rechtsmisbruik Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1134, derde lid Tekst van de beslissing Nr. C.09.0565.N BROUWERIJ HAACHT, naamloze vennootschap, met zetel te 3190 Boortmeerbeek, Provinciesteenweg 28, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  2. V. R.,
  3. H. C., verweerders, I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 9 maart 2009 gewezen door het hof van beroep te Gent. Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Derde onderdeel
  4. Krachtens artikel 1134, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, strekken alle overeenkomsten die wettig zijn aangegaan, degene die ze hebben aangegaan tot wet. Het in het derde lid van die bepaling vastgelegde beginsel, krachtens hetwelk de overeenkomst te goede trouw ten uitvoer moet worden gebracht, verbiedt een partij om misbruik te maken van een hem door de overeenkomst toegekend recht. Rechtsmisbruik bestaat in de uitoefening van een recht op een wijze die kennelijk de grenzen van de normale uitoefening van dat recht door een voorzichtig en oplettend persoon te buiten gaat. Dit is inzonderheid het geval wanneer de veroorzaakte schade niet in verhouding staat tot het voordeel dat de houder van dat recht beoogt of heeft verkregen. Bij de beoordeling van de voorhanden zijnde belangen, moet de rechter rekening houden met alle omstandigheden van de zaak.
  5. De appelrechters stellen vast dat de eiseres lopende de effectieve uitbating door de verweerders nooit enig naspeurbare mededeling heeft gedaan met betrekking tot de lage afname aan hectoliters drank. Zij oordelen dat het niet getuigt van goede trouw in hoofde van de eiseres nagelaten te hebben ook maar een gewone mededeling te hebben gedaan aan de verweerders om erop te wijzen dat er een te lage afname was en dat de verweerders, uit het gebrek aan enige verwittiging en zelfs ook maar enige mededeling en dit gedurende bijna tien jaar, in alle vertrouwen en in goede trouw vermochten te besluiten dat de eiseres de overeenkomst als minnelijk beëindigd aanzag zonder enige nadere aanspraak van de eiseres in verband met de vervroegde beëindiging en in het tekort aan afgenomen hectoliters. De appelrechters oordelen aldus dat de vordering tot schadevergoeding wegens een tekort aan drankafname neerkomt op rechtsmisbruik.
  6. Door de vordering tot schadevergoeding van de eiseres op deze grond af te wijzen, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Eerste onderdeel
  7. Het onderdeel voert aan dat de appelrechters ten onrechte hebben geoordeeld dat tussen de partijen een overeenkomst van minnelijke beëindiging tot stand is gekomen. Uit het antwoord op het derde onderdeel blijkt dat de afwijzing van de vordering van de eiseres eveneens gesteund is op rechtsmisbruik, hetgeen de beslissing schraagt. Het onderdeel, ook al was het gegrond, kan niet tot cassatie leiden en is bijgevolg niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  8. Het onderdeel voert aan dat de appelrechters ten onrechte hebben besloten tot een stilzwijgende afstand. Uit het antwoord op het derde onderdeel blijkt dat de afwijzing van de vordering van de eiseres gesteund is op rechtsmisbruik, hetgeen de beslissing schraagt. Het onderdeel, ook al was het gegrond, kan niet tot cassatie leiden en is bijgevolg niet ontvankelijk. Vierde onderdeel
  9. Door de vordering van de eiseres tot schadevergoeding af te wijzen op grond van rechtsmisbruik, miskennen de appelrechters de bindende kracht van de tussen partijen gesloten overeenkomst niet, noch schenden zij artikel 1134 van het Burgerlijk Wetboek. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Bepaalt de kosten op de som van 537,95 euro jegens de eisende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 1 oktober 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101001.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2016:ARR.20160427.11 ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191219.1N.4 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231116.1N.13 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240613.1N.9 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250110.1N.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100208.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230120.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.