← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101004.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101004.1 Rolnummer: C.09.0632.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-10-29 Raadplegingen: 663 - laatst gezien 2026-07-02 06:48 Versie(s): Vertaling FR Fiche Waar de interne gevolgen van een contract, dit zijn de rechten en verplichtingen die eruit voortspruiten, alleen gelden tussen de partijen en niet ten aanzien van derden, is het bestaan van een overeenkomst daarentegen wel tegenwerpelijk aan derden, zodat de derden, vanaf het moment dat de uit de overeenkomst voortvloeiende rechtstoestand is tot stand gekomen, de gevolgen moeten ondergaan die deze overeenkomst tussen de partijen heeft, zonder dat zij nochtans zelf kunnen gehouden worden tot deze verplichtingen

(1).
(1)Zie Cass., 25 april 2003, AR C.01.0607.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030425.5, A.C., 2003, nr.
  1. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN PARTIJEN - T.a.v. derden UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Gevolgen overeenkomsten t.a.v. derden BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Zaken Vrije woorden: Verbintenissen uit overeenkomst - Vertrouwensleer - Gevolgen van de overeenkomst ten aanzien van derden Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1165 Tekst van de beslissing Nr. C.09.0632.N VEOLIA ENVIRONMENTAL SERVICES, naamloze vennootschap, voorheen nv BIFFA, met zetel te 1800 Vilvoorde, Mechelsesteenweg 642, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen LOCADIF, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 1140 Brussel, Gemeenschappenlaan 5, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerster woonplaats kiest, en ten aanzien van ZURICH, naamloze vennootschap, met zetel te 1000 Brussel, Lloyd Georgelaan 7, tot bindendverklaring opgeroepen partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 7 april 2009 in hoger beroep gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 16 augustus 2010 verwezen naar de derde kamer. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Het bestaan van een exoneratiebeding ten gunste van de verhuurder van een afvalcontainer, de eiseres, in de verhuurovereenkomst is geen in aanmerking te nemen element bij de feitelijke beoordeling van de rechter dat zowel de verhuurder als de huurder dienen beschouwd te worden als de bewakers van de afvalcontainer en beiden wegens een gebrek in de container aansprakelijk zijn voor schade op grond van artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek. In zoverre het middel opkomt tegen de feitelijke beoordeling van de appelrechters, is het niet ontvankelijk.
  3. Krachtens artikel 1165 van het Burgerlijk Wetboek, brengen overeenkomsten alleen gevolgen teweeg tussen de contracterende partijen. Zij brengen aan derden geen nadeel toe en strekken hun slechts tot voordeel in het geval voorzien bij artikel 1121 van dit wetboek, zijnde het beding ten behoeve van een derde.
  4. De interne gevolgen van een contract, dit zijn de rechten en verplichtingen die eruit voortspruiten, gelden dienvolgens alleen tussen de partijen en niet ten aanzien van derden.
  5. Het bestaan van de overeenkomst is daarentegen wel tegenwerpelijk aan derden. De derden moeten aldus, vanaf het moment dat de uit de overeenkomst voortvloeiende rechtstoestand is tot stand gekomen, de gevolgen ondergaan die deze overeenkomst tussen de partijen heeft, zonder dat zij nochtans zelf kunnen gehouden worden tot deze verplichtingen.
  6. Het bestreden vonnis oordeelt dat het tussen de eiseres, verhuurder, en de huurder van een rolcontainer ten gunste van de eiseres overeengekomen exoneratiebeding door de laatstgenoemde niet kan worden tegengeworpen aan de verweerster, derde-schadelijder, die op grond van artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek zowel tegen de verhuurder als tegen de huurder, als bewaarders van de rolcontainer, wegens een gebrek van de rolcontainer gerechtigd is schadevergoeding te vorderen, maar deze vordering enkel instelt tegen de eiseres. Het bestreden vonnis rechtvaardigt aldus zijn beslissing naar recht, zonder schending van de aangewezen wetsbepalingen. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.
  7. De verwerping van het cassatieberoep ontneemt alle belang aan de vordering tot bindendverklaring die de eiseres tegen de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij heeft ingesteld. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep en de vordering tot bindendverklaring. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Bepaalt de kosten op 490,35 euro jegens de eisende partij en op de som van 171,24 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare terechtzitting van 4 oktober 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101004.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110124.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030425.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191003.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.