← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101005.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101005.6 Rolnummer: P.10.0530.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige - Burgerlijk recht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2010-11-03 Raadplegingen: 830 - laatst gezien 2026-07-02 02:50 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wanneer de inverdenkinggestelde bij de regeling van de rechtspleging voor de raadkamer in schriftelijke conclusie aanvoert dat de strafvordering vervallen is daar de redelijke termijn is overschreden waardoor zijn recht van verdediging onherroepelijk en onherstelbaar is aangetast zodat een eerlijk proces niet meer mogelijk is, werpt hij een grond van verval van de strafvordering op als bedoeld in artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering; hieruit volgt dat indien de raadkamer zijn verzoek afwijst, tegen die beslissing een ontvankelijk hoger beroep openstaat. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Rechtstreekse aansprakelijkheid - Schadebegrip - Algemeen STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Verval van de strafvordering - Redelijke termijn GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Redelijke termijn Vrije woorden: Inverdenkinggestelde - Raadkamer - Regeling van de rechtspleging - Schriftelijke conclusie - Verweer - Overschrijding van de redelijke termijn - Onherroepelijke en onherstelbare aantasting van het recht van verdediging - Grond van verval van de strafvordering - Afwijzing door de raadkamer - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Rechtstreekse aansprakelijkheid - Schadebegrip - Algemeen STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Verval van de strafvordering - Redelijke termijn GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Redelijke termijn Vrije woorden: Raadkamer - Regeling van de rechtspleging - Schriftelijke conclusie - Verweer - Overschrijding van de redelijke termijn - Onherroepelijke en onherstelbare aantasting van het recht van verdediging - Grond van verval van de strafvordering - Afwijzing door de raadkamer - Hoger beroep - Ontvankelijkheid Fiche 3 Niet ontvankelijk bij gebrek aan belang is het middel dat aanvoert dat de kamer van inbeschuldigingstelling onterecht het hoger beroep tegen de verwijzingsbeschikking door de raadkamer niet ontvankelijk verklaart, hoewel de inverdenkinggestelde voor de raadkamer bij schriftelijke conclusie aanvoerde dat de strafvordering wegens de overschrijding van de redelijke termijn was vervallen, wanneer de kamer van inbeschuldigingstelling toch de gegrondheid van het verweer met betrekking tot de aangevoerde grond van verval van de strafvordering onderzoekt om het hoger beroep af te wijzen. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Belang UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Rechtstreekse aansprakelijkheid - Schadebegrip - Algemeen STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Verval van de strafvordering - Redelijke termijn GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Redelijke termijn Vrije woorden: Raadkamer - Regeling van de rechtspleging - Schriftelijke conclusie - Verweer - Overschrijding van de redelijke termijn - Onherroepelijke en onherstelbare aantasting van het recht van verdediging - Afwijzing door de raadkamer - Verwijzingsbeschikking - Hoger beroep - Kamer van inbeschuldigingstelling - Arrest dat het hoger beroep niet ontvankelijk verklaart - Arrest dat de gegrondheid van het verweer toch onderzoekt - Ontvankelijkheid Fiches 4 - 5 Het volstaat krachtens artikel 63 Wetboek van Strafvordering voor een ontvankelijke burgerlijkepartijstelling te kunnen beweren door het misdrijf benadeeld te zijn geweest, dit wil zeggen dat de bewering omtrent de schade die door het misdrijf zou geleden zijn aannemelijk wordt gemaakt; bijgevolg moet voor de ontvankelijkheid van de burgerlijkepartijstelling het rechtmatig karakter van die schade niet worden bewezen

(1).
(1)Cass., 21 dec. 1993, AR P.93.0883.N ECLI:BE:CASS:1993:ARR.19931221.13, A.C., 1993, nr. 538; Cass., 8 okt. 2002, AR P.02.0419.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021008.8, A.C., 2002, nr. 516; Cass., 11 feb. 2003, AR P.02.0608.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030211.6, A.C., 2003, nr. 94; Cass., 24 okt. 2006, AR P.06.0688.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061024.6, A.C., 2006, nr.
  1. Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Rechtstreekse aansprakelijkheid - Schadebegrip - Algemeen STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Verval van de strafvordering - Redelijke termijn GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Redelijke termijn Vrije woorden: Burgerlijke partij - Burgerlijkepartijstelling - Ontvankelijkheid - Voorwaarde - Aannemelijke schade - Bewijslast Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Rechtstreekse aansprakelijkheid - Schadebegrip - Algemeen STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Verval van de strafvordering - Redelijke termijn GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Redelijke termijn Vrije woorden: Bewijslast - Burgerlijke rechtsvordering - Burgerlijkepartijstelling - Aannemelijke schade Fiches 6 - 7 Wanneer de onrechtmatigheid van de beweerde schade niet prima facie uit de omstandigheden van de zaak blijkt, vermag het onderzoeksgerecht te oordelen dat de aanvoeringen daaromtrent de grond van de zaak betreffen en de ontvankelijkheid van de burgerlijkepartijstelling niet in de weg staan. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Rechtstreekse aansprakelijkheid - Schadebegrip - Algemeen STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Verval van de strafvordering - Redelijke termijn GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Redelijke termijn Vrije woorden: Onderzoek van de ontvankelijkheid van een burgerlijke partijstelling - Opdracht - Beperking Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Rechtstreekse aansprakelijkheid - Schadebegrip - Algemeen STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Verval van de strafvordering - Redelijke termijn GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Redelijke termijn Vrije woorden: Burgerlijke partij - Burgerlijkepartijstelling - Onderzoeksgerecht - Regeling van de rechtspleging - Onderzoek van de ontvankelijkheid van een burgerlijke partijstelling - Opdracht - Beperking Tekst van de beslissing Nr. P.10.0530.N I L L L, inverdenkinggestelde, eiser, met als raadslieden mr. Thierry Willems en mr. Luc Arnou, advocaten bij de balie te Brugge. II
  2. LACE PARADISE nv, met zetel te 8000 Brugge, Hoveniersstraat 4, inverdenkinggestelde,
  3. LACE DESIGN nv, met zetel te 8310 Brugge, Moerkerkse Steenweg 17, inverdenkinggestelde, eiseressen, met als raadslieden mr. Thierry Willems en mr. Luc Arnou, advocaten bij de balie te Brugge, beide cassatieberoepen tegen L D, burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 2 maart
  4. De eisers voeren in een gemeenschappelijke memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  5. Het onderdeel voert schending aan van artikel 13 EVRM en de artikelen 128, 129, 130, 131, 135 en 235bis Wetboek van Strafvordering: het arrest verklaart ten onrechte eisers hoger beroep tegen de verwijzingsbeschikking niet-ontvankelijk; voor de raadkamer heeft de eiser immers bij conclusie aangevoerd dat de strafvordering wegens de overschrijding van de redelijke termijn is vervallen.
  6. Artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering bepaalt: "De inverdenkinggestelde kan in geval van onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden als bedoeld in artikel 131, § 1, of met betrekking tot de verwijzingsbeschikking, beroep instellen tegen de verwijzingsbeschikkingen bepaald in de artikelen 129 en 130, onverminderd het in artikel 539 van dit wetboek beoogde hoger beroep. Hetzelfde geldt voor de gronden van niet-ontvankelijkheid of van verval van de strafvordering. Het hoger beroep is in geval van onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden als bedoeld in artikel 131, § 1, slechts ontvankelijk indien het middel bij schriftelijke conclusie is ingeroepen voor de raadkamer. Hetzelfde geldt voor de gronden van niet-ontvankelijkheid of van verval van de strafvordering, behalve wanneer ze zijn ontstaan na de debatten voor de raadkamer."
  7. Wanneer de inverdenkinggestelde bij de regeling van de rechtspleging voor de raadkamer in schriftelijke conclusie aanvoert dat de strafvordering vervallen is daar de redelijke termijn is overschreden waardoor zijn recht van verdediging onherroepelijk en onherstelbaar is aangetast zodat een eerlijk proces niet meer mogelijk is, dan werpt hij een grond van verval van de strafvordering op als bedoeld in de vermelde wetsbepaling. Hieruit volgt dat indien de raadkamer zijn verzoek afwijst, tegen die beslissing een ontvankelijk hoger beroep openstaat. De vraag te weten of de grond van verval al dan niet vaststaat, betreft de gegrondheid van het hoger beroep, niet de ontvankelijkheid ervan. De inverdenkinggestelde heeft immers belang om tegen die beslissing op te komen.
  8. Het arrest oordeelt dat de eisers niet aantonen hoe hun recht van verdediging op onherstelbare wijze zou geschonden zijn door de verwijzing wegens bezwaren en dat de argumenten ontwikkeld in conclusie dienaangaande het tegendeel bewijzen. Aldus onderzoekt het arrest de gegrondheid van het verweer met betrekking tot de aangevoerde grond van verval van de strafvordering om het hoger beroep af te wijzen.
  9. Hieruit volgt dat de omstandigheid dat het arrest het hoger beroep niet ontvankelijk verklaart, hen niet kan grieven. Het onderdeel is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  10. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 6.1 en 13 EVRM en artikel 235bis Wetboek van Strafvordering: het arrest onderzoekt niet of de redelijke termijn al dan niet overschreden is; nochtans was de kamer van inbeschuldigingstelling daartoe geroepen.
  11. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eisers aan de raadkamer en, in hoger beroep, aan de kamer van inbeschuldigingstelling een ander rechtsherstel hebben gevraagd dan de vaststelling van het verval van de strafvordering. Hieruit volgt dat, eens de kamer van inbeschuldigingstelling tot het besluit kwam dat geen grond tot verval van de strafvordering bewezen is, zij niet verder hoefde te onderzoeken of de redelijke termijn al dan niet is overschreden. Het onderdeel kan niet aangenomen worden. Derde onderdeel
  12. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 127 en 223 Wetboek van Strafvordering: het arrest beantwoordt het verweer niet met betrekking tot de overschrijding van de redelijke termijn.
  13. Voor de kamer van inbeschuldigingstelling hebben de eisers geconcludeerd dat de redelijke termijn overschreden is en dat daardoor het recht van verdediging onherstelbaar is aangetast zodat de strafvordering niet-ontvankelijk, minstens ontoelaatbaar is.
  14. Het arrest oordeelt dat de eisers niet aantonen dat hun recht van verdediging onherstelbaar is aangetast. Het hoefde bijgevolg niet verder te antwoorden op het doelloos verweer betreffende de overschrijding van de redelijke termijn als dusdanig. Het onderdeel kan niet aangenomen worden. Tweede middel
  15. Het middel voert schending aan van de artikelen 6 en 13 EVRM: het arrest oordeelt ten onrechte dat enkel een onherstelbare aantasting van de bewijsvoering en van het recht van verdediging de niet-ontvankelijkheid van de strafvordering met zich kan meebrengen; aldus biedt het arrest, dat oordeelt dat de overschrijding van de redelijke termijn geen onherstelbare aantasting van de bewijsvoering en van het recht van verdediging met zich meebrengt, de eiser geen passend rechtsherstel.
  16. Uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat de eisers geconcludeerd hebben dat de redelijke termijn overschreden is, waardoor het recht van verdediging onherstelbaar is aangetast zodat de strafvordering niet-ontvankelijk, minstens ontoelaatbaar is. De eisers vroegen bijgevolg geen passend rechtsherstel voor het geval een overschrijding van de redelijke termijn geen onherstelbare aantasting van het recht van verdediging voor gevolg had. Hieruit volgt dat eens het arrest vaststelt dat hun recht van verdediging niet onherstelbaar is aangetast, het niet verder hoefde te onderzoeken welk passend rechtsherstel diende te worden geboden. Het middel kan niet worden aangenomen. Derde middel
  17. Het middel voert schending aan van artikel 63 Wetboek van Strafvordering, artikel 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering en artikel 17 Gerechtelijk Wetboek: het bestreden arrest oordeelt onterecht dat de onrechtmatigheid van de beweerde schade uit het misdrijf niet de ontvankelijkheid van de burgerlijkepartijstelling maar de grond van de zaak betreft; nochtans volstaat het niet dat de aangevoerde schade het gevolg is van een misdrijf; daarenboven moet het slachtoffer een rechtmatig belang hebben; enkel de schade die het gevolg is van het verlies van een niet-onrechtmatig voordeel of belang, kan grond tot vergoeding opleveren.
  18. Anders dan het middel aanvoert, oordelen de appelrechters niet "dat het gegeven dat de [verweerder] had meegewerkt aan een misdrijf niets afdeed van deze ontvankelijkheid", maar alleen dat "het feit dat de [verweerder] mogelijks zou hebben meegewerkt aan een fiscaal misdrijf" aan de ontvankelijkheid niets afdoet. Zij beschouwen aldus deze medewerking geenszins als een vaststaand feitelijk gegeven. In zoverre berust het middel op een verkeerde lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
  19. Krachtens artikel 63 Wetboek van Strafvordering volstaat het voor een ontvankelijke burgerlijkepartijstelling te kunnen beweren door het misdrijf benadeeld te zijn geweest, dit wil zeggen dat de bewering omtrent de schade die door het misdrijf zou zijn geleden, aannemelijk wordt gemaakt. Bijgevolg moet voor de ontvankelijkheid van de burgerlijkepartijstelling het rechtmatige karakter van die schade niet worden bewezen.
  20. Wanneer de onrechtmatigheid van de beweerde schade niet prima facie uit de omstandigheden van de zaak blijkt, vermag het onderzoeksgerecht te oordelen dat de aanvoeringen daaromtrent de grond van de zaak betreffen en de ontvankelijkheid van de burgerlijkepartijstelling niet in de weg staan. Het middel dat ervan uitgaat dat het onderzoeksgerecht steeds zelf de rechtmatigheid van de schade moet vaststellen, faalt in zoverre naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  21. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten in het geheel op 127,75 euro waarvan de eiser I 63,87 euro verschuldigd is en de eiseressen II 63,88 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 5 oktober 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101005.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230530.2N.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:1993:ARR.19931221.13 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021008.8 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030211.6 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061024.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110118.6 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140429.5 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210518.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.