← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101012.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101012.1 Rolnummer: P.10.1469.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2010-10-12 Raadplegingen: 1167 - laatst gezien 2026-07-02 09:19 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit artikel 136, eerste lid, en 136bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering volgt dat wanneer de kamer van inbeschuldigingstelling uitspraak doet met toepassing van één van deze artikelen of van beiden, zij overeenkomstig artikel 235bis Wetboek van Strafvordering, hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van het openbaar ministerie, de wettigheid of regelmatigheid van de procedure kan nagaan; in dit geval moet zij de procedure van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering naleven. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Toezicht op het gerechtelijk onderzoek - Ambtshalve toezicht of toezicht op vordering van de procureur-generaal - Onderzoek van de regelmatigheid van de procedure - Rechtspleging Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling Vrije woorden: Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door de kamer van inbeschuldingstelling - Onderzoek van de regelmatigheid van de procedure - Rechtspleging Fiches 3 - 4 Artikel 235bis Wetboek van Strafvordering voert een rechtspleging op tegenspraak in, ook wanneer het openbaar ministerie de toepassing van dit artikel vordert, wat onderstelt dat alle partijen, daarin begrepen de burgerlijke partijen, moeten worden opgeroepen en gehoord; wanneer de partijen niet opgeroepen zijn, moet de behandeling van de zaak op een latere rechtszitting worden gesteld teneinde daaraan te voldoen en wanneer de partijen verzoeken te worden gehoord, vereist de tegenspraak dat daaraan gunstig gevolg gegeven wordt

(1).
(1)Cass., 12 okt. 2010, AR P.10.1535.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101012.2, A.C., 2010, nr. ... Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Onderzoek van de regelmatigheid van de procedure - Onderzoek op vordering van het openbaar ministerie - Rechtspleging op tegenspraak Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling Vrije woorden: Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door de kamer van inbeschuldingstelling - Onderzoek van de regelmatigheid van de procedure - Onderzoek op vordering van het openbaar ministerie - Rechtspleging Tekst van de beslissing Nr. P.10.1469.N I.
  1. M. V. burgerlijke partij,
  2. J. C. burgerlijke partij,
  3. T. D. D. burgerlijke partij,
  4. F. H. burgerlijke partij,
  5. E. D. burgerlijke partij, met als raadslieden mr. Walter Van Steenbrugge en mr. Joachim Meese, advocaten bij de balie te Gent, met kantoor te 9820 Merelbeke, Jozef Hebbelynckstraat 2, waar de eisers woonplaats kiezen,
  6. N. F. burgerlijke partij, met als raadslieden mr. Joachim Meese en Christine Mussche, advocaten bij de balie te Gent, met kantoor te 9820 Merelbeke, Jozef Hebbelynckstraat 2, waar de eiser woonplaats kiest, eisers. II. J. H. burgerlijke partij, eiser. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 13 augustus
  7. De eisers I voeren elk in een afzonderlijke memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen met telkens dezelfde draagwijdte aan. De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middelen van niet-ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
  8. In een memorie van antwoord voeren het Aartsbisdom Mechelen-Brussel en G. D. aan dat de cassatieberoepen niet ontvankelijk zijn.
  9. Het Aartsbisdom Mechelen-Brussel en G. D. waren geen partij in het geding voor de kamer van inbeschuldigingstelling. De middelen van niet-ontvankelijkheid zijn niet ontvankelijk. Tweede middel van de eisers I
  10. Het middel voert schending aan van de artikelen 136 en 235bis Wetboek van Strafvordering: het arrest gaat over tot de controle van de regelmatigheid van de rechtspleging en spreekt de nietigheid uit van bepaalde onderzoekshandelingen zonder de burgerlijke partijen te hebben gehoord.
  11. Artikel 136, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt: "De kamer van inbeschuldigingstelling houdt ambtshalve toezicht op het verloop van de onderzoeken, kan verslag vragen over de stand van zaken en kan kennis nemen van de dossiers. Zij kan een van haar leden machtigen en uitspraak doen overeenkomstig de artikelen 235 en 235bis Wetboek van Strafvordering." Artikel 136bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt: "Indien hij oordeelt dat het noodzakelijk is voor het goede verloop van het onderzoek, de wettigheid of de regelmatigheid van de procedure, doet de procureur-generaal te allen tijde voor de kamer van inbeschuldigingstelling de vordering die hij nuttig acht." Het derde lid van hetzelfde artikel voegt hieraan toe: "In dat geval kan de kamer van inbeschuldigingstelling, zelfs ambtshalve, de bij artikelen 136, 235 en 235bis bepaalde maatregelen nemen."
  12. Uit deze bepalingen volgt dat wanneer de kamer van inbeschuldigingstelling uitspraak doet met toepassing van de artikelen 136 of 136bis Wetboek van Strafvordering of van beiden, zij overeenkomstig artikel 235bis Wetboek van Strafvordering de wettigheid of regelmatigheid van de procedure kan nagaan. Zij kan dit hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van het openbaar ministerie. In beide gevallen moet zij de procedure van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering naleven.
  13. Artikel 235bis Wetboek van Strafvordering voert een rechtspleging op tegenspraak in, ook wanneer het openbaar ministerie de toepassing van dit artikel vordert. Dit onderstelt dat alle partijen, daarin begrepen de burgerlijke partijen, moeten worden opgeroepen en gehoord. Wanneer de partijen niet opgeroepen zijn, moet de behandeling van de zaak op een latere rechtszitting worden gesteld teneinde daaraan te voldoen. Wanneer de partijen verzoeken te worden gehoord, vereist de tegenspraak dat daaraan gunstig gevolg gegeven wordt.
  14. Uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat de procureur-generaal te Brussel de zaak voor de kamer van inbeschuldigingstelling heeft vastgesteld met toepassing van de artikelen 136 en 136bis Wetboek van Strafvordering en gevorderd heeft om met toepassing van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering de regelmatigheid van de rechtspleging te onderzoeken.
  15. Het arrest oordeelt: "Het verzoek uitgaande van de burgerlijke partijen (...), strekkende tot tussenkomst in onderhavige rechtspleging, werd door het hof [van beroep, kamer van inbeschuldigingstelling], conform het eensluidend mondeling advies van het openbaar ministerie, afgewezen. Dergelijke tussenkomst zou immers, zeker in het prille stadium van het onderzoek, een ongeoorloofde schending van het geheim van het onderzoek kunnen uitmaken. Bovendien kunnen de belangen van de burgerlijke partijen in beginsel niet geschaad worden door een vordering van de procureur-generaal strekkende tot een toezicht van de regelmatigheid van de rechtspleging." Met die redenen weigert het arrest de eisers als burgerlijke partijen in de procedure waarbij toepassing gemaakt wordt van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering, te horen. Aldus is de beslissing niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Overige middelen van de eisers I
  16. De middelen die niet tot cassatie zonder verwijzing kunnen leiden, behoeven geen antwoord. Middel van de eiser II
  17. Het middel voert aan dat de eiser niet is gehoord bij de behandeling van de zaak door de kamer van inbeschuldigingstelling en onwetend blijft over de inhoud van het arrest.
  18. Het middel heeft dezelfde draagwijdte als het tweede middel van de eisers I en is om dezelfde redenen gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Bepaalt de kosten in het geheel op 718,02 euro waarvan op elk cassatieberoep 329,01 euro verschuldigd is en waarvan de eisers I en II elk 30 euro betaald hebben. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 12 oktober 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101012.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20120403.6 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130618.3 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220503.2N.16 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101012.2 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140603.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.