id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101012.4 Rolnummer: P.10.0106.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2010-10-15 Raadplegingen: 562 - laatst gezien 2026-07-02 08:51 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Wanneer het beroepen vonnis een beklaagde en een medebeklaagde tot straf veroordeelt en de tegen deze beklaagde ingestelde burgerlijke rechtsvordering ontvankelijk en gegrond verklaart en alleen het openbaar ministerie en de medebeklaagde van dit vonnis in hoger beroep komen, kan de burgerlijke partij, bij ontstentenis van principaal hoger beroep van de beklaagde tegen de beslissing op de tegen hem ingestelde burgerlijke rechtsvordering, geen incidenteel beroep instellen met betrekking tot deze burgerlijke rechtsvordering
(1).
(1)Cass., 9 feb. 1988, AR 1652, A.C., 1987-88, nr. 350; Cass., 26 jan. 1993, AR 5870, A.C., 1993, nr. 53; Cass., 22 nov. 1994, AR P.94.0416.N ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19941122.20, A.C., 1994, nr. 506; Cass., 14 juni 2005, AR P.05.0502.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050614.5, A.C., 2005, nr. 341. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Incidenteel beroep UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Incidenteel hoger beroep GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatie - Gevolgen - Verwijzing na cassatie Vrije woorden: Vonnis dat een beklaagde en een medebeklaagde tot straf veroordeelt - Vonnis dat de tegen één van de beklaagden ingestelde burgerlijke rechtsvordering ontvankelijk en gegrond verklaart - Hoger beroep van het openbaar ministerie en de medebeklaagde - Geen principaal beroep van de beklaagde tegen de beslissing op de tegen hem ingestelde burgerlijke rechtsvordering Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 203, § 4 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 2 Wanneer een beslissing in hoger beroep wordt vernietigd omdat de appelrechter heeft beslist over de burgerlijke rechtsvordering die niet voor hem was gebracht, wordt de vernietiging uitgesproken zonder verwijzing
(1).
(1)Cass., 9 feb. 1988, AR 1652, A.C., 1987-88, nr. 350; Cass., 26 jan. 1993, AR 5870, A.C., 1993, nr. 53; Cass., 22 nov. 1994, AR P.94.0416.N ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19941122.20, A.C., 1994, nr. 506; Cass., 14 juni 2005, AR P.05.0502.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050614.5, A.C., 2005, nr.
- Thesaurus CAS: VERWIJZING NA CASSATIE - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Incidenteel hoger beroep GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatie - Gevolgen - Verwijzing na cassatie Vrije woorden: Burgerlijke rechtsvordering - In hoger beroep niet aanhangig gemaakte burgerlijke rechtsvordering - Beslissing van appelrechter over definitief berechte burgerlijke rechtsvordering - Vernietiging zonder verwijzing Tekst van de beslissing Nr. P.10.0106.N K S, eiser, beklaagde, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
- D J bvba, burgerlijke partij,
- M G, burgerlijke partij,
- D J, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Tongeren van 18 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Afdelingsvoorzitter Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 3 en 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, de artikelen 202, 203 en 205 Wetboek van Strafvordering en artikel 1138, 2°, Gerechtelijk Wetboek: daar noch de eiser noch de verweerders in hoger beroep zijn gekomen van het beroepen vonnis van de politierechtbank te Tongeren van 10 maart 2009, konden de appelrechters zich niet meer uitspreken over de burgerlijke rechtsvordering van de verweerders tegen de eiser.
- Krachtens artikel 203, 4°, Wetboek van Strafvordering kan in alle gevallen waarin de burgerlijke rechtsvordering gebracht wordt voor de rechter in hoger beroep, de gedaagde bij een op de rechtszitting genomen conclusie incidenteel beroep instellen zolang het debat in hoger beroep niet gesloten is. Vereist is wel dat de veroordeelde beklaagde zelf tegen de burgerlijke partij hoger beroep heeft ingesteld op burgerlijk gebied.
- Het beroepen vonnis veroordeelt de eiser en een andere medebeklaagde tot straf. Het verklaart de burgerlijke rechtsvorderingen van de verweerders tegen de eiser ontvankelijk en gegrond. Het veroordeelt de eiser tot betaling van een voorschot van 1 euro en het beveelt een deskundigenonderzoek. Van dit vonnis zijn alleen het openbaar ministerie en de veroordeelde medebeklaagde in hoger beroep gekomen.
- Hieruit volgt dat bij ontstentenis van principaal hoger beroep van de eiser tegen de beslissingen op de burgerlijke rechtsvordering van de verweerders tegen hem, de verweerders geen incidenteel beroep konden instellen met betrekking tot hun burgerlijke rechtsvordering tegen de eiser. De appelrechters die anders oordelen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De sub¬stan¬tiële of op straffe van nietigheid voor¬ge¬schre¬ven rechts¬vormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering van de verweerders tegen de eiser. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser in de helft van de kosten en laat de overige helft ten laste van de verweerders. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Bepaalt de kosten op 69,66 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 12 oktober 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101012.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220118.2N.8 precedenten: ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19941122.20 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050614.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div