← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101015.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101015.5 Rolnummer: F.09.0081.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2010-11-04 Raadplegingen: 661 - laatst gezien 2026-07-02 10:05 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het toetsingsrecht van de rechter aan wie gevraagd wordt een B.T.W.-boete te toetsen die een repressief karakter heeft, moet in het bijzonder aan de rechter toelaten na te gaan of de administratieve geldboete niet onevenredig is met de inbreuk, zodat de rechter mag onderzoeken of het bestuur naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete met zodanige omvang

(1).
(1)Zie Cass., 11 maart 2010, AR C.09.0096.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100311.1, www.cass.be, met conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Sancties (B.T.W.) - Administratieve geldboeten Vrije woorden: Administratieve sancties met repressief karakter - Wettelijkheid van de sanctie - Evenredigheid met de inbreuk - Toetsingsrecht van rechter - Doeleinden Wettelijke bepalingen: Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Artt. 70, § 1, en 84 Fiche 2 De rechter die vaststelt dat de belastingplichtige, als voortbrengers- of grossierbedrijf, inbreuken heeft begaan op de verplichting facturen uit te reiken aan particulieren, en vervolgens oordeelt dat de opgelegde geldboete dient te worden kwijtgescholden omdat de belastingplichtige op geen enkele wijze belastingen heeft ontdoken, de "B.T.W. over zijn verrichtingen tot de laatste frank heeft afgedragen", zijn werkwijze na de controle onmiddellijk heeft aangepast en de opgelegde boete op geen enkele wijze wordt gemotiveerd, oefent zijn evenredigheidstoetsing uit op grond van ter zake pertinente elementen
(1).
(1)Zie Cass., 11 maart 2010, AR C.09.0096.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100311.1, www.cass.be., met conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Sancties (B.T.W.) - Administratieve geldboeten Vrije woorden: Administratieve sancties met repressief karakter - Wettelijkheid van de sanctie - Evenredigheid met de inbreuk - Toetsingsrecht van de rechter - Beoordelingscriteria - Pertinente elementen Wettelijke bepalingen: Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Artt. 70, § 1, en 84 Tekst van de beslissing Nr. F.09.0081.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de directeur der directe belastingen te Tienen, met kantoor te 3300 Tienen, Goossensvest 3, eiser, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de eiser woonplaats kiest, tegen N.J., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 21 januari 2009 gewezen door het hof van beroep te Brussel. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  1. De rechter aan wie gevraagd wordt de wettelijkheid van de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete te toetsen, heeft de volle rechtsmacht om na te gaan of die beslissing in feite en in rechte verantwoord is en of zij alle beginselen naleeft die het bestuur in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel.
  2. Dit toetsingsrecht moet in het bijzonder aan de rechter toelaten na te gaan of de administratieve geldboete niet onevenredig is met de inbreuk, zodat de rechter mag onderzoeken of het bestuur naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete met zodanige omvang.
  3. Het arrest oordeelt dat de geldboete dient te worden kwijtgescholden omdat het opleggen van een boete van 730.000 frank een schending oplevert van het evenredigheidsbeginsel. Het arrest steunt hiertoe op het feit dat de verweerder op geen enkele wijze belastingen heeft ontdoken en hij "de btw over zijn verrichtingen tot de laatste frank heeft afgedragen", de verweerder zijn werkwijze na de controle onmiddellijk heeft aangepast en de opgelegde boete op geen enkele wijze wordt gemotiveerd.
  4. Door aldus te oordelen oefent de appelrechter zijn evenredigheidstoetsing uit op grond van ter zake pertinente elementen en verantwoordt hij zijn beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op de som van 271,13 euro jegens de eisende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit raadsheer Eric Dirix, waarnemend voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 15 oktober 2010 uitgesproken door raadsheer Eric Dirix, waarnemend voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101015.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241004.1N.7 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260115.1N.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100311.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101112.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.