id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101015.6 Rolnummer: F.09.0139.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Belastingrecht Invoerdatum: 2010-11-04 Raadplegingen: 208 - laatst gezien 2026-07-01 13:53 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20101015.6 Fiches 1 - 2 De ambtenaren van het openbaar ministerie bij de hoven en rechtbanken waarbij een strafzaak aanhangig is, waarvan het onderzoek indiciën van ontduiking inzake directe of indirecte belastingen aan het licht brengt, moeten de minister van Financiën onmiddellijk inlichten; deze verplichting voor de bedoelde ambtenaren geldt niet enkel wanneer de strafvordering aanhangig werd gemaakt maar eveneens van zodra een opsporingsonderzoek is ingesteld
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: OPENBAAR MINISTERIE UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Onderzoek en controle - Uitwisseling inlichtingen FISCAAL RECHT - FISCAAL RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Algemene rechtsbeginselen fiscaal recht - Fiscale fraude en simulatie Vrije woorden: Strafzaak - Indiciën van ontduiking inzake directe of indirecte belastingen - Verplichting tot kennisgeving aan de minister van Financiën Wettelijke bepalingen: Wet - 28-04-1999 - Art. 2 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Onderzoek en controle - Uitwisseling inlichtingen FISCAAL RECHT - FISCAAL RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Algemene rechtsbeginselen fiscaal recht - Fiscale fraude en simulatie Vrije woorden: Openbaar ministerie - Strafzaak - Indiciën van ontduiking inzake directe of indirecte belastingen - Verplichting tot kennisgeving aan de minister van Financiën Wettelijke bepalingen: Wet - 28-04-1999 - Art. 2 Fiches 3 - 4 Conclusie van advocaat-generaal THIJS. Thesaurus CAS: OPENBAAR MINISTERIE UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Onderzoek en controle - Uitwisseling inlichtingen FISCAAL RECHT - FISCAAL RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Algemene rechtsbeginselen fiscaal recht - Fiscale fraude en simulatie Vrije woorden: Strafzaak - Indiciën van ontduiking inzake directe of indirecte belastingen - Verplichting tot kennisgeving aan de minister van Financiën Thesaurus CAS: STRAFVORDERING UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Onderzoek en controle - Uitwisseling inlichtingen FISCAAL RECHT - FISCAAL RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Algemene rechtsbeginselen fiscaal recht - Fiscale fraude en simulatie Vrije woorden: Openbaar ministerie - Strafzaak - Indiciën van ontduiking inzake directe of indirecte belastingen - Verplichting tot kennisgeving aan de minister van Financiën Tekst van de beslissing Nr. F.09.0139.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gewestelijke directeur der directe belastingen te Antwerpen I, met kantoor te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, bus 2, eiser, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
- A.A., en
- A.G., verweerster, die beiden woonplaats kiezen bij gerechtsdeurwaarder Maria Wellens, met kantoor te 2018 Antwerpen, Karel Oomsstraat
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 5 mei 2009 gewezen door het hof van beroep te Antwerpen. Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 2 van de wet van 28 april 1999 tot aanvulling, wat de bestrijding van de fiscale fraude betreft, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten en van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, moeten de ambtenaren van het openbaar ministerie bij de hoven en rechtbanken waarbij een strafzaak aanhangig is, waarvan het onderzoek indiciën van ontduiking inzake directe of indirecte belastingen aan het licht brengt, de minister van Financiën onmiddellijk inlichten. Deze verplichting voor de bedoelde ambtenaren geldt niet enkel wanneer de strafvordering aanhangig werd gemaakt maar eveneens van zodra een opsporingsonderzoek is ingesteld.
- Door te oordelen dat voormeld artikel 2 enkel van toepassing is wanneer de strafvordering aanhangig is gemaakt, hetzij ingevolge het openen van een gerechtelijk onderzoek op vordering van de procureur des konings of ingevolge een klacht met burgerlijke partijstelling, hetzij ingevolge een rechtstreekse dagvaarding voor de strafrechter door de procureur des konings of de burgerlijke partij, schenden de appelrechters deze wetsbepaling. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit raadsheer Eric Dirix, waarnemend voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 15 oktober 2010 uitgesproken door raadsheer Eric Dirix, waarnemend voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101015.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20101015.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div