id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101015.8 Rolnummer: F.09.0148.N Kamer: REUN - Ch.Réunies/Verenigde Kamers Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2010-11-26 Raadplegingen: 466 - laatst gezien 2026-07-02 04:39 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Wanneer de overheid gebruik maakt van de mogelijkheid om in geval van laattijdige aangifte of onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte de aanslag van ambtswege te vestigen, is zij gehouden de in artikel 6, tweede lid, van de wet van 24 december 1996 bepaalde procedure na te leven teneinde het recht van verdediging van de belastingplichtige te vrijwaren
(1).
(1)Cass., 11 maart 2010, Verenigde Kamers, AR F.O9.OO69.N, met concl. O.M.; www.cass.be. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - VESTIGING DOOR ANDERE OVERHEDEN Vrije woorden: Provinciale- of gemeentelijke belastingverordening - Aangifteverplichting - Laattijdige, onjuiste of onvolledige aangifte - Bevoegde overheid - Procedure van aanslag van ambtswege Wettelijke bepalingen: Wet - 24-12-1996 - Art. 6 Fiche 2 Wanneer de bevoegde overheid er zich toe beperkt de aanslag te vestigen overeenkomstig de laattijdig ingediende aangifte, is zij gerechtigd te beslissen dat er in dat geval geen redenen zijn om de aanslag ambtshalve te vestigen, nu het recht van verdediging van de belastingplichtige in dat geval wordt geëerbiedigd
(1).
(1)Cass., 11 maart 2010, Verenigde Kamers, AR F.O9.OO69.N, met concl. O.M.; www.cass.be. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - VESTIGING DOOR ANDERE OVERHEDEN Vrije woorden: Provinciale- of gemeentelijke belastingverordening - Aangifteverplichting - Laattijdige aangifte - Bevoegde overheid - Aanslag gevestigd overeenkomstig de aangifte - Mogelijkheid om de aanslag niet van ambtswege te vestigen Wettelijke bepalingen: Wet - 24-12-1996 - Art. 6 Tekst van de beslissing Nr. F.09.0148.N STAD ANTWERPEN, vertegenwoordigd door het College van Burgemeester en Schepenen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Grote Markt 1, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- V. O. J., verweerder, minstens in inbindendverklaring opgeroepen partij, en
- V. L., verweerster, I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 4 juni 2009 gewezen door het hof van beroep te Brussel, rechtdoende als rechtscollege waarnaar de zaak verwezen is ingevolge het arrest van het Hof van 16 maart
- Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- De beslissing waartegen het middel is gericht, is niet verenigbaar met het verwijzingsarrest van 16 maart
- Dit middel heeft dezelfde draagwijdte als het in dat arrest beoordeelde middel. De zaak moet bijgevolg worden onderzocht door de verenigde kamers van het Hof.
- Artikel 6, eerste, tweede en derde lid, van de wet van 24 december 1996 betreffende de vestiging en de invordering van de provincie- en gemeente-belastingen bepaalt: "Indien de belastingverordening voorziet in de verplichting van aangifte, wordt, bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, de belasting ambtshalve ingekohierd. Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent de overheid die krachtens artikel 4 bevoegd is om het kohier vast te stellen, aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgende op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen."
- Uit voormelde bepalingen volgt dat wanneer de belastingplichtige zijn aangifteplicht niet nakomt omdat de aangifte niet tijdig wordt ingediend, dan wel onjuist, onvolledig of onnauwkeurig is, de overheid de mogelijkheid heeft om vooralsnog tot inning van de belasting over te gaan door middel van een aanslag van ambtswege. Wanneer de overheid hiertoe overgaat, is zij gehouden de in voormeld artikel 6, tweede lid, bepaalde procedure na te leven teneinde het recht van verdediging van de belastingplichtige te vrijwaren. Dit recht van verdediging wordt geëerbiedigd wanneer de bevoegde overheid er zich toe beperkt de aanslag te vestigen overeenkomstig de aangifte die niet tijdig werd ingediend.
- Hieruit volgt dat die overheid gerechtigd is te beslissen dat er in dat geval geen redenen zijn om de aanslag ambtshalve te vestigen.
- De appelrechter die oordeelt dat de eiseres, gelet op de laattijdigheid van de aangifte, niet vermocht vooralsnog de aanslag te vestigen op basis van de door de verweerster verstrekte gegevens maar gehouden was de belasting ambtshalve in te kohieren, schendt de in het middel aangewezen wetsbepalingen. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, verenigde kamers, Vernietigt het bestreden arrest, behoudens in zoverre het hoger beroep van de verweerder ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard. Beveelt dat van het arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Zegt dat, krachtens artikel 1120 van het Gerechtelijk Wetboek, genoemd rechtscollege zich moet voegen naar de beslissing van het Hof betreffende het door dat Hof beslechte rechtspunt. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, verenigde kamers, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, voorzitter Christian Storck en de raadsheren Eric Dirix, Didier Batselé, Paul Maffei, Eric Stassijns, Christine Matray, Sylviane Velu, Alain Smetryns, Martine Regout en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 15 oktober 2010 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van hoofdgriffier Chantal Van Der Kelen. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101015.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2015:ARR.20150617.7 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260130.1F.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2010:AVIS.20100311.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div