← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101019.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101019.2 Rolnummer: P.09.0963.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-11-03 Raadplegingen: 525 - laatst gezien 2026-07-02 03:48 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Artikel 35, tweede lid, R.S.Z.-wet, thans artikel 35, §1, derde lid, van die wet legt in het openbaar belang van de financiering van de sociale zekerheid een bijzondere herstelwijze op die afwijkt van het gemeen recht; die bijzondere herstelwijze sluit uit dat de strafrechter die de werkgever, zijn aangestelden of lasthebbers, met toepassing van artikel 35, eerste lid, 1°, R.S.Z.-wet, thans artikel 35, § 1, eerste lid, 1°, van die wet, veroordeelt wegens overtreding van de bepalingen van die wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, hen op grond van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek en de artikelen 3 en 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering kan veroordelen tot schadeloosstelling die berekend wordt op grond van de ontdoken bijdragen, bijdrageopslagen en verwijlintrest

(1).
(1)Cass., 8 sept. 1999, AR P.99.0360.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990908.9, A.C., 1999, nr.
  1. Thesaurus CAS: SOCIALE ZEKERHEID - WERKNEMERS UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Rechtstreekse aansprakelijkheid - Schadebegrip - Herstelplicht SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Sociale zekerheid - Werknemer - Bijdragen - Toezicht en sancties Vrije woorden: Ontdoken bijdragen - Werkgever - Ambtshalve veroordeling - Bijzondere herstelwijze Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Meesters. Aangestelden UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Rechtstreekse aansprakelijkheid - Schadebegrip - Herstelplicht SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Sociale zekerheid - Werknemer - Bijdragen - Toezicht en sancties Vrije woorden: Sociale zekerheid - Ontdoken bijdragen - Werkgever - Ambtshalve veroordeling - Bijzondere herstelwijze Tekst van de beslissing Nr. P.09.0963.N G. M. J. M. S., beklaagde, eiser, met als raadslieden mr. Steven Vandebroek en mr. Johan Nulens, advocaten bij de balie te Hasselt, tegen RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met zetel te 1060 Brussel, Victor Hortaplein 11, burgerlijke partij, verweerder. II
  2. M. E. J., beklaagde,
  3. M. R. J. R. D., beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Erik Berx, advocaat bij de balie te Hasselt, tegen
  4. Patrick BERBEN, advocaat, kantoorhoudende te 3910 Neerpelt, Boseind 33, en Ivo VALGAEREN, advocaat, kantoorhoudende te 3550 Heusden-Zolder, Brugstraat 45, in hun hoedanigheid van curatoren van de faillissementen JMD JACOBS nv, JMD PIETER nv, en JMD CHAPE EN VLOEREN nv, burgerlijke partij,
  5. RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, reeds vermeld, burgerlijke partij, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest,
  6. NATIONALE PATROONKAS VOOR HET BETAALD VERLOF IN DE BOUWBEDRIJVEN EN OPENBARE WERKEN vzw, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Poincarélaan 78, burgerlijke partij, verweerders. III P. M. G. W., beklaagde, eiser, tegen NATIONALE PATROONKAS VOOR HET BETAALD VERLOF IN DE BOUWBEDRIJVEN EN OPENBARE WERKEN vzw, reeds vermeld, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 14 mei
  7. De eiser I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eisers II voeren in een memorie grieven aan. De eiser III voert geen middel aan. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
  8. De appelrechters verklaren zich onbevoegd om kennis te nemen van de tegen de eisers I en II ingestelde burgerlijke rechtsvordering van de RSZ, in zoverre die vordering gestoeld is op de telastleggingen I.D, II.E en III.E en in hoofdsom de in die telastleggingen vermelde bedragen aan ontdoken bijdragen te boven gaat. Zij verklaren die vordering verder ongegrond in zoverre zij gestoeld is op andere telastleggingen dan de telastleggingen I.D, II.E en III.E en in hoofdsom de in deze laatste telastleggingen vermelde bedragen aan ontdoken bijdragen te boven gaat. In zoverre de cassatieberoepen van de eisers I en de eisers II tegen die beslissingen zijn gericht, zijn zij bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
  9. Het arrest verklaart de tegen de eisers II ingestelde burgerlijke rechtsvordering van de verweerders II.1 ongegrond. Het verklaart de tegen de eisers II ingestelde burgerlijke rechtsvordering van de verweerster II.3 grotendeels onontvankelijk en voor het overige ongegrond. In zoverre de cassatieberoepen van de eisers II tegen die beslissingen zijn gericht, zijn zij bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
  10. Het arrest verklaart de tegen de eiser III ingestelde burgerlijke rechtsvordering van de verweerder III ongegrond. In zoverre het cassatieberoep van de eiser III tegen die beslissing is gericht, is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Ontvankelijkheid van de memories
  11. De memorie van de eisers II is ter griffie van het Hof ontvangen op 7 september 2009, dit is buiten de bij artikel 420bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalde termijn van twee maanden na de inschrijving van de zaak op de algemene rol op 19 juni
  12. Die memorie is laattijdig, mitsdien niet ontvankelijk. Middel van de eiser I
  13. Het middel voert schending aan van artikel 35 RSZ-wet en de artikelen 50 en 100 Strafwetboek, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel dat een bijzondere strafwet voorrang heeft boven de algemene wettelijke strafbepaling: het arrest dat de gefailleerde vennootschappen in toepassing van artikel 35, tweede lid, RSZ-wet, thans artikel 35, § 1, derde lid, van die wet, ambtshalve veroordeelt tot betaling aan de RSZ van de ontdoken bijdragen, bijdrageopslagen en verwijlintrest, veroordeelt de eiser onterecht tot betaling van diezelfde bijdragen, bijdrageopslagen en verwijlintrest, alsook tot de kosten en tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding, op de burgerlijke rechtsvordering van de RSZ; anders dan de gefailleerde vennootschappen, is de eiser immers niet de werkgever van de in de telastleggingen vermelde werknemers, terwijl artikel 35, tweede lid, RSZ-wet, thans artikel 35, § 1, derde lid, van die wet, in afwijking van het gemeen recht bepaalt dat de ambtshalve veroordeling die een civielrechtelijke herstelmaatregel is, alleen aan de werkgever kan worden opgelegd.
  14. Krachtens artikel 35, eerste lid, 1°, RSZ-wet, thans artikel 35, § 1, eerste lid, 1°, van die wet, worden de werkgever, zijn aangestelden of lasthebbers die zich niet schikken naar de bepalingen voorgeschreven door de wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, gestraft met gevangenisstraf en met geldboete of met een van die straffen alleen.
  15. Artikel 35, tweede lid, RSZ-wet, thans artikel 35, § 1, derde lid, van die wet, bepaalt: "De rechter die de straf uitspreekt ten laste van de werkgever, zijn aangestelden of lasthebbers, veroordeelt ambtshalve de werkgever tot betaling aan de inningsinstelling van de socialezekerheidsbijdragen van de bijdragen, bijdrageopslagen en verwijlintresten die niet aan de Rijksdienst werden gestort." Deze laatste bepaling legt dus in het openbaar belang van de financiering van de sociale zekerheid een bijzondere herstelwijze op die afwijkt van het gemeen recht. Die bijzondere herstelwijze sluit uit dat de strafrechter die de werkgever, zijn aangestelden of lasthebbers, met toepassing van artikel 35, eerste lid, 1°, RSZ-wet, thans artikel 35, § 1, eerste lid, 1°, van die wet, veroordeelt wegens overtreding van de bepalingen van die wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, hen op grond van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek en de artikelen 3 en 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering kan veroordelen tot schadeloosstelling die berekend wordt op grond van de ontdoken bijdragen, bijdrageopslagen en verwijlintrest.
  16. Het arrest dat anders oordeelt, is in zoverre niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering op het cassatieberoep van de eiser III
  17. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiser I op de burgerlijke rechtsvordering van de verweerder I veroordeelt tot betaling van 658.833,00 euro, vermeerderd met de wettelijke intrest, de kosten van de burgerlijkepartijstelling en een rechtsplegingsvergoeding van 15.000 euro. Verwerpt de cassatieberoepen van de eisers II en III. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eisers II en III in de kosten van hun cassatieberoep en laat de overige kosten ten laste van de Staat. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Begroot de kosten in het geheel op 424,98 euro waarvan de eisers I, II en III elk 141,66 euro verschuldigd zijn. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, en de raadsheren Paul Maffei, Koen Mestdagh en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 19 oktober 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101019.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230403.3N.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990908.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.