id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101026.5 Rolnummer: P.10.1028.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2010-11-04 Raadplegingen: 555 - laatst gezien 2026-07-02 11:04 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Stelt wettig de staat van herhaling vast, de rechterlijke beslissing die de beklaagde schuldig verklaart aan verschillende feiten waarvan ze oordeelt dat deze de uiting zijn van eenzelfde opzet, zodat overeenkomstig artikel 65, eerste lid, Strafwetboek slechts één straf moet worden opgelegd, en daarbij vaststelt dat de beklaagde een deel van de hem ten laste gelegde feiten heeft gepleegd na het tijdstip waarop de beslissing die de staat van herhaling verantwoordt in kracht van gewijsde is gegaan
(1).
(1)Zie: Cass., 12 jan. 2005, AR P.04.1565.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050112.10, A.C., 2005, nr.
- Thesaurus CAS: HERHALING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Misdrijven - Soorten - Misdrijven van gemeen recht STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Herhaling Vrije woorden: Voortgezet misdrijf - Staat van herhaling - Vaststelling door de rechter - Wettigheid - Toepassing Thesaurus CAS: MISDRIJF - SOORTEN - Aflopend. Voortgezet. Voortdurend misdrijf UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Misdrijven - Soorten - Misdrijven van gemeen recht STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Herhaling Vrije woorden: Voortgezet misdrijf - Staat van herhaling - Vaststelling door de rechter - Wettigheid - Toepassing Tekst van de beslissing Nr. P.10.1028.N M. F. V., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Tim De Hertogh, advocaat bij de balie te Mechelen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 5 mei 2010, op verwijzing gewezen ingevolge arrest van het Hof van 2 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het bestreden arrest verklaart de eiser niet schuldig aan het feit B van de zaak I en spreekt hem daarvoor vrij. Het cassatieberoep gericht tegen die beslissing is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 5 Drugswet en artikel 54 Strafwetboek: het bestreden arrest stelt omtrent de feiten A en B van de zaak II ten onrechte de door artikel 5 Drugswet bedoelde toestand van herhaling vast; deze feiten werden gepleegd vanaf 1 oktober 2002 terwijl het arrest waarop de staat van herhaling is gesteund, pas op 11 december 2002 werd gewezen en dit arrest slechts op 26 december 2002 kracht van gewijsde heeft gekregen.
- Krachtens artikel 5 Drugswet kunnen ingeval van herhaling binnen vijf jaar na een veroordeling wegens overtreding van deze wet of van de besluiten ter uitvoering ervan, de correctionele straffen worden verdubbeld en de criminele straffen verzwaard overeenkomstig artikel 54 Strafwetboek. De termijn van vijf jaar neemt een aanvang de dag waarop de veroordeling, die als grondslag voor de herhaling dient, in kracht van gewijsde is gegaan.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - het hof van beroep van Brussel, correctionele kamer, de eiser bij arrest van 2 december 2008, schuldig verklaart aan inbreuken op de Drugswet gepleegd tussen 1 januari 2001 en 2 april 2003, meermaals (A.1.a: aanschaf/bezit van cocaïne), tussen 1 oktober 2002 en 2 april 2003, meermaals (A.I.b: aanschaf/bezit van XTC als daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging), tussen 1 oktober 2002 en 2 april 2003, meermaals, o.m. op 6 februari 2003 (A.I.d: verkoop/levering van XTC als daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging) en aan bendevorming als bedoeld door artikel 323, eerste lid, Strafwetboek, tussen 1 oktober 2002 tot en met 1 april 2003 (B); - de vernietiging uitgesproken bij arrest van het Hof van 2 juni 2009 zich niet uitstrekt tot deze schuldigverklaring; - het bestreden arrest vaststelt dat al deze feiten in hoofde van de eiser de uiting zijn van eenzelfde opzet en er overeenkomstig artikel 65, eerste lid, Strafwetboek bijgevolg slechts één straf moet worden opgelegd (p. 15); - het bestreden arrest de door artikel 5 Drugswet bedoelde toestand van herhaling vaststelt (p. 18) met de overwegingen dat de bewezen verklaarde feiten zich situeren in de periode tussen 1 oktober 2002 en 2 april 2003 en alleszins hebben voortgeduurd na het in kracht van gewijsde gaan van het arrest van 11 december 2002 op 26 december 2002, zoals blijkt uit de feiten A.I.d (p. 15).
- Het bestreden arrest kon wat betreft de feiten A.I.d en meer bepaald waar die zich situeren na het in kracht van gewijsde gaan van het arrest van 11 december 2002, de door artikel 5 Drugswet bedoelde toestand van herhaling wettig vaststellen, zelfs indien in hoofde van de eiser eenheid van opzet werd aangenomen tussen alle in de zaak II bewezen verklaarde feiten. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.
- Aangezien het arrest op basis van de feiten A.I.d en meer bepaald waar die zich situeren na het in kracht van gewijsde gaan van het arrest van 11 december 2002, wettig de door artikel 5 Drugswet bedoelde staat van herhaling heeft vastgesteld, heeft de eiser geen belang meer om die vaststelling met betrekking tot de overige feiten aan te vechten. Het middel is in zoverre niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Bepaalt de kosten op 101,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 26 oktober 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101026.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211027.2F.3 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250114.2N.17 precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050112.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div