id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20
Art. 14
.3.e Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen Vrije woorden: Recht van verdediging - Ondervraging van het slachtoffer door de beklaagde of op verzoek van de beklaagde - Onmogelijkheid ingevolge het overlijden van het slachtoffer - Beperking van het recht van verdediging - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.
Art. 14
.3.e Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen Vrije woorden: Recht van verdediging - Ondervraging van het slachtoffer door de beklaagde of op verzoek van de beklaagde - Onmogelijkheid ingevolge het overlijden van het slachtoffer - Beperking van het recht van verdediging - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.
Art. 14
.3.e Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen Vrije woorden: Ondervraging van het slachtoffer door de beklaagde of op verzoek van de beklaagde - Onmogelijkheid ingevolge het overlijden van het slachtoffer - Beperking van het recht van verdediging - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.
Art. 14.3.e Fiches 5 - 8 Noch de artikelen 6.1 en 6.3.d E.V.R.M.
en 14.3.e I.V.B.P.R., noch het algemeen rechtsbeginsel houdende het recht van verdediging vereisen dat het hoe dan ook voor de beklaagde mogelijk moet zijn door persoonlijke ondervraging van de getuige of klagende partij een bezwarende verklaring tegen te spreken
(1).
(1)Zie: Cass., 27 april 1999, AR P.97.0860.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990427.8, A.C., 1999, nr. 241. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Ondervraging van de getuige à charge of van de klagende partij door de beklaagde Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.
Art. 14
.3.e Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen Vrije woorden: Recht van verdediging - Ondervraging van de getuige à charge of van de klagende partij door de beklaagde Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.
Art. 14
.3.e Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen Vrije woorden: Recht van verdediging - Ondervraging van de getuige à charge of van de klagende partij door de beklaagde Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.
Art. 14
.3.e Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen Vrije woorden: Ondervraging van de getuige à charge of van de klagende partij door de beklaagde Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.
Art. 14
.3.e Fiches 9 - 11 De omstandigheid dat een partij niet kan deelnemen aan het door de onderzoeksrechter bevolen deskundigenonderzoek, behalve en in zoverre deze zulks gepast vindt voor het opsporen van de waarheid, is noch een schending van artikel 6 E.V.R.M. noch een miskenning van het recht van verdediging
(1).
(1)Zie: Cass., 16 mei 2001, AR P.01.0305.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010516.11, A.C., 2001, nr. 288; Cass., 19 feb. 2003, AR P.02.1400.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030219.12, A.C., 2003, nr.
- Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen Vrije woorden: Recht van verdediging - Deskundigenonderzoek bevolen door een onderzoeksrechter - Geen tegenspraak bij de uitvoering van het deskundigenonderzoek Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen Vrije woorden: Strafzaken - Artikel 6, E.V.R.M. - Deskundigenonderzoek bevolen door een onderzoeksrechter - Geen tegenspraak bij de uitvoering van het deskundigenonderzoek Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen Vrije woorden: Deskundigenonderzoek bevolen door een onderzoeksrechter - Geen tegenspraak bij de uitvoering van het deskundigenonderzoek Tekst van de beslissing Nr. P.10.1029.N I. - II. B. R., beklaagde, gedetineerd, eiser. met als raadsman mr. Peter Verpoorten, advocaat bij de balie te Turnhout. III.
- R. M. A. Q., beklaagde, gedetineerd, met als raadsman mr. Tom Decaigny, advocaat bij de balie te Antwerpen,
- R. V. E. G., beklaagde, eisers. alle cassatieberoepen tegen
- S. H., burgerlijke partij,
- PAG-ASA vzw, met zetel te 1000 Brussel, Cellebroedersstraat 16b, die voorheen woonplaats heeft gekozen te 2000 Antwerpen, Rijnkaai 93, burgerlijke partij,
- CENTRUM VOOR GELIJKHEID VAN KANSEN EN VOOR RACISMEBESTRIJDING, autonome overheidsinstelling met rechtspersoonlijkheid, met zetel te 1000 Brussel, Koningsstraat 138, die voorheen woonplaats heeft gekozen te Brussel, Goedheidsstraat 5-7 burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen van de eiser I-II zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 25 maart
- De cassatieberoepen van de eisers III zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 20 mei
- De eiser I-II voert in een memorie die aan dit arrest wordt gehecht, een middel aan. De eiser III.1 voert in een memorie die aan dit arrest wordt gehecht, drie middelen aan. De eiseres III.2 voert geen middel aan. Afdelingsvoorzitter Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de eiser I/II
- Met toepassing van artikel 438 Wetboek van Strafvordering is het cassatieberoep van de eiser II niet ontvankelijk. Middel van de eiser I
- Het middel voert schending aan van de artikelen 6.3.c EVRM in samenhang met de artikelen 6.1 en 13 EVRM: de eiser is ondervraagd door de politie zonder dat hem op zijn zwijgrecht werd gewezen, zonder dat hem op zijn recht werd gewezen zich te laten bijstaan door een advocaat, en zonder dat zijn gekozen raadsman werd opgeroepen of een advocaat ter beschikking werd gesteld; de appelrechters hadden moeten motiveren waarom er geen aantasting is van het bewijs noch van het recht op een eerlijk proces.
- De appelrechters stellen vast dat het recht van de beklaagden op een eerlijk proces niet werd miskend, dat alle beklaagden van hun zwijgrecht gebruik hebben gemaakt en zij bijstand hebben kunnen genieten van advocaten. Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.
- Voor het overige betreft het middel niet de ontvankelijkheid van het tweede cassatieberoep, en behoeft het in zoverre geen antwoord. Middelen van de eiser III.1 Eerste middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 6.1 en 6.3.d EVRM en van artikel 14.3.e IVBPR, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel houdende het recht van verdediging: de eiser wordt schuldig verklaard, onder meer, op grond van de verklaringen afgelegd door mevrouw E. B., zonder dat hij ooit de gelegenheid kreeg de geloofwaardigheid van deze belangrijke getuige en klaagster te bestrijden door haar persoonlijk te verhoren of te laten verhoren.
- In zoverre het middel aldus kan worden begrepen dat geen ondervraging van voornoemd slachtoffer werd toegestaan, alleen omdat volgens de appelrechters een louter post factum voeren van tegenspraak zou volstaan en de belangen van dit slachtoffer dergelijk verhoor ter rechtszitting niet zou toelaten, houdt het geen rekening met de vaststelling van de appelrechters dat het slachtoffer reeds voordien was overleden zodat zij aldus ter rechtszitting niet meer kon worden verhoord. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
- Het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces van de beklaagde worden niet miskend door de omstandigheid dat hij wegens het vooraf overlijden van het slachtoffer deze niet zelf kan ondervragen of laten ondervragen. Deze beperking van het recht van verdediging van de beklaagde betreft wel een feitelijk gegeven waarmee de rechter bij het vormen van zijn overtuiging ook rekening moet houden. Dit gegeven zal de rechter afwegen tegenover de andere hem overgelegde gegevens zoals de verklaringen van het slachtoffer of van de medebeklaagden, de uitleg van de beklaagde zelf alsook de overige objectieve en materiele gegevens eigen aan de zaak. In zoverre het middel ervan uitgaat dat het hoe dan ook voor de beklaagde moet mogelijk zijn door persoonlijke ondervraging van de getuige of klagende partij een bezwarende verklaring tegen te spreken, faalt het naar recht.
- Met de redenen die zij vermelden op p. 13, 14, 18 tot 25 van het arrest oordelen de appelrechters wettig dat de onmogelijkheid om het slachtoffer persoonlijk te verhoren eisers recht op een eerlijk proces niet miskent en zijn schuld voldoende bewezen is. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.3.d EVRM en artikel 61bis Wetboek van Strafvordering, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging: de appelrechters oordelen dat de verplichting tot inverdenkingstelling los van elke tijdsbepaling moet worden beschouwd, alhoewel eisers laattijdige inverdenkingstelling elke persoonlijke ondervraging of confrontatie met het intussen overleden slachtoffer onmogelijk maakte.
- Met hun oordeel dat "geen wettelijke bepaling voorziet een bepaald tijdstip [van inverdenkingstelling] en [de eiser] houdt zelf voor dat het strafonderzoek geen bezwarende elementen heeft opgeleverd "oordelen de appelrechters niet dat de inverdenkingstelling willekeurig op elk ogenblik kan geschieden, maar wel dat er geen reden tot een vroegere inverdenkingstelling van de eiser bestond, zodat diens inverdenkingstelling niet laattijdig was. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
- Voor het overige is het middel afgeleid uit het vergeefs aangevoerde eerste middel dat eisers recht op een eerlijk proces door het voortijdig overlijden van het slachtoffer en de daaruit volgende onmogelijkheid om haar persoonlijk te laten ondervragen, zou zijn miskend. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Derde middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 6.1 en 6.3.d EVRM, artikel 61bis Wetboek van Strafvordering, de artikelen 2, 962, 972, 973, 978, 979 en 980 Gerechtelijk Wetboek, evenals miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging: de appelrechters oordelen onterecht dat eisers recht van verdediging niet werd miskend door het gebrek aan tegenspraak bij de uitvoering van het deskundigenonderzoek, omdat de resultaten ervan later het voorwerp hebben uitgemaakt van een debat op tegenspraak waarbij de eiser tevens tegenexpertises kon aanbrengen.
- De omstandigheid dat een partij niet kan deelnemen aan het door de onderzoeksrechter bevolen deskundigenonderzoek, behalve en in zoverre deze zulks gepast vindt voor het opsporen van de waarheid, is geen schending van artikel 6 EVRM noch een miskenning van het recht van verdediging. Met de redenen die het middel aanhaalt, verantwoorden de appelrechters naar recht hun beslissing dat het gebrek aan tegenspraak bij de uitvoering van de deskundigenonderzoeken afdoende is hersteld. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissingen op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Onmiddellijke aanhouding van de eiser III.I
- Het bestreden arrest van 20 mei 2010 gaat als gevolg van de verwerping van het cassatieberoep in kracht van gewijsde, zodat het cassatieberoep gericht tegen de beslissing tot onmiddellijke aanhouding, geen bestaansreden meer heeft. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten in het geheel op 292,42 euro waarvan de eiser I-II 153,30 euro verschuldigd is en de eisers III 139,12 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 26 oktober 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101026.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20121113.1 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231128.2N.11 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251001.2F.6 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990427.8 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010516.11 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030219.12 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141022.2 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150310.4 ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20100520.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div